Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2012:BY5745

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
11-12-2012
Datum publicatie
12-12-2012
Zaaknummer
11-6986 WWB
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Geen toekenning bijstand met terugwerkende kracht. Geen bijzondere omstandigheden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

11/6986 WWB

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht van 21 oktober 2011, 10/1815 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[A. te B.]

het college van burgemeester en wethouders van Utrecht (college)

Datum uitspraak 11 december 2012.

PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. J.H.F. de Jong, advocaat, hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 30 oktober 2012. Appellante is met bericht niet verschenen. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door drs. E.H. Siemeling.

OVERWEGINGEN

1. De Raad gaat uit van de volgende hier van belang zijnde feiten en omstandigheden.

1.1. Op 8 december 2009 heeft appellante een aanvraag ingediend voor bijstand ingevolge de Wet werk en bijstand (WWB) met ingang van 1 mei 2009.

1.2. Bij besluit van 17 december 2009, na bezwaar gehandhaafd bij besluit van 23 april 2010 (bestreden besluit), heeft het college appellante met ingang van 8 december 2009 bijstand toegekend. Het college heeft zich op het standpunt gesteld dat geen sprake is van bijzondere omstandigheden die rechtvaardigen dat de bijstand met terugwerkende kracht wordt verleend.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard

3. Appellante heeft zich in hoger beroep op de hierna te bespreken gronden tegen deze uitspraak gekeerd.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1 Volgens vaste rechtspraak van de Raad (zie bijvoorbeeld CRvB 5 oktober 2010, LJN BN9651) betreffende de toepassing van de artikelen 43 en 44 van de WWB wordt in beginsel geen bijstand verleend over een periode voorafgaand aan de datum waarop de aanvraag is ingediend. Van dit uitgangspunt kan worden afgeweken wanneer bijzondere omstandigheden dat rechtvaardigen.

4.2. De Raad heeft in de namens appellante in beroep overgelegde rapportage van psychiater A.B. van Nijen van 30 januari 2009 onvoldoende aanknopingspunten gevonden voor het aannemen van bijzondere omstandigheden die een afwijking van het onder 4.1 geformuleerde uitgangspunt rechtvaardigen. Daarbij is in aanmerking genomen dat Van Nijen in zijn verklaring vermeldt dat het bewustzijn van appellante helder is, dat de ori├źntatie intact is en de concentratie ongestoord is. Verder wordt met de rechtbank van belang geacht dat appellante haar administratie met behulp van een computer doet en dat zij vanaf 31 maart 2009 een zelfstandige woonruimte huurt en hiervoor een door haar zelf aangevraagde huurtoeslag ontvangt. Van een onderschatting van de problematiek van appellante door het college is niet gebleken.

4.3. Uit het voorgaande vloeit voort dat het hoger beroep niet slaagt. De aangevallen uitspraak dient daarom te worden bevestigd. Hieruit volgt dat het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade dient te worden afgewezen

5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep

- bevestigt de aangevallen uitspraak;

- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.

Deze uitspraak is gedaan door A.B.J. van der Ham, in tegenwoordigheid van A.C. Oomkens als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 11 december 2012.

(getekend) A.B.J. van der Ham

(getekend) A.C. Oomkens

IJ