Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2012:BY5625

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
07-12-2012
Datum publicatie
10-12-2012
Zaaknummer
12-5554 WAO-VV
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Geen betaling griffierecht binnen de gestelde termijn. Verzoek om voorlopige voorziening niet ontvankelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

12/5554 WAO

Centrale Raad van Beroep

Voorzieningenrechter

Uitspraak inzake het verzoek om toepassing van artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht in samenhang met artikel 21 van de Beroepswet in het geding tussen:

Partijen:

[A. te B. ] (verzoeker)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen

Datum uitspraak: 7 december 2012

PROCESVERLOOP

Verzoeker heeft bij brief van 12 oktober 2012 hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Almelo van 10 oktober 2012, 12/201.

Bij brief van 14 oktober 2012 is verzocht om toepassing van het bepaalde in artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

OVERWEGINGEN

Ingevolge het bepaalde in artikel 18 en artikel 21 van de Beroepswet in verbinding met artikel 8:81 van de Awb kan, indien tegen een uitspraak van de rechtbank of van de voorzieningenrechter van de rechtbank hoger beroep bij de Raad is ingesteld, de voorzieningenrechter van de Raad op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

In het eerste lid van artikel 23 van de Beroepswet is bepaald dat door de griffier een griffierecht wordt geheven. Artikel 22, vierde lid, van de Beroepswet is van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat de termijn binnen welke de bijschrijving of storting van het verschuldigde bedrag dient plaats te vinden twee weken bedraagt.

Bij brief van 22 oktober 2012 is verzoeker erop gewezen dat ter zake van het ingediende verzoek een griffierecht van € 115,-, is verschuldigd, welk bedrag uiterlijk 14 dagen na de dag van verzending van die brief op de bankrekening van de Centrale Raad van Beroep moet zijn bijgeschreven.

Bij aangetekende brief van 7 november 2012 is verzoeker nogmaals gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht en is meegedeeld dat het verschuldigde bedrag binnen één week na dagtekening dient te zijn bijgeschreven op de rekening van de Centrale Raad van Beroep dan wel per kas dient te zijn gestort. Daarbij is erop gewezen dat overschrijding van die termijn leidt tot niet-ontvankelijkverklaring van het verzoek om voorlopige voorziening.

Ook binnen die termijn is het griffierecht niet voldaan.

Bovenstaande leidt ertoe dat het verzoek om een voorlopige voorziening te treffen kennelijk niet-ontvankelijk moet worden verklaard onder toepassing van artikel 8:83, derde lid, van de Awb.

Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.

BESLISSING

De voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep verklaart het verzoek om toepassing van artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door T. Hoogenboom, in tegenwoordigheid van D.W.M. Kaldenhoven als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 7 december 2012.

(getekend) T. Hoogenboom

(getekend) D.W.M. Kaldenhoven