Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2012:BY5464

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
07-12-2012
Datum publicatie
10-12-2012
Zaaknummer
11-7031 WIA
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Weigering WIA-uitkering. Voldoende zorgvuldig onderzoek. Er bestaat geen reden om aan te nemen dat in de Functionele Mogelijkhedenlijst onvoldoende rekening is gehouden met de medische beperkingen van appellante. Er is genoegzaam gemotiveerd dat de belasting in de maatgevende arbeid de mogelijkheden van appellante niet overschrijdt

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

11/7031 WIA

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht van 25 oktober 2011, 11/929 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[A. te B.]

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

Datum uitspraak 7 december 2012.

PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. M. el Ahmadi, advocaat, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 9 november 2012. Appellante is verschenen en bijgestaan door mr. El Ahmadi. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. F.A. Put.

OVERWEGINGEN

1.1. Voor een uitgebreidere weergave van de in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden wordt verwezen naar de aangevallen uitspraak. De Raad volstaat thans met het volgende.

1.2. Bij besluit van 4 februari 2011 (bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar van appellante tegen het besluit van 2 juli 2010, waarin het Uwv per einde wachttijd - 9 oktober 2009 - een uitkering ingevolge de Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen (Wet WIA) heeft geweigerd, ongegrond verklaard. Appellante wordt per 9 oktober 2009 geschikt geacht voor de werkzaamheden die zij tot 26 februari 2007 voor 32 uur per week verrichte bij Apprenti.

2. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.

De rechtbank heeft geoordeeld - kort samengevat - dat de verzekeringsarts en de bezwaarverzekeringsarts, met inachtneming van alle relevante medische gegevens, een voldoende zorgvuldig onderzoek hebben verricht en dat er geen reden bestaat om aan te nemen dat in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van 15 juni 2010 onvoldoende rekening is gehouden met de medische beperkingen van appellante. Het bestreden besluit is dan ook volgens de rechtbank voorzien van een deugdelijke medische grondslag. De rechtbank heeft vervolgens vastgesteld dat uitgaande van de belastbaarheid van appellante als vastgelegd in de FML en de omschrijving van de maatgevende arbeid in de arbeidsdeskundige rapportages van 1 juli 2010 en 2 februari 2011, genoegzaam is gemotiveerd dat de belasting in de maatgevende arbeid de mogelijkheden van appellante niet overschrijdt.

3. In hoger beroep heeft appellante haar beroepsgronden herhaald. Zij is van mening dat geen sprake was van een voldoende zorgvuldig onderzoek. Uit de medische stukken blijkt het tegendeel. De behandelaar heeft meer beperkingen geconstateerd dan de verzekeringsarts.

De lichamelijke klachten, met name aan de armen, blijken ernstiger te zijn dan aanvankelijk is gedacht. Er is sprake van een carpaal tunnel syndroom (CTS), waardoor de kracht en de bewegingsmogelijkheden van haar handen beperkt zijn. De maatgevende arbeid is volgens appellante dan ook niet geschikt voor haar.

4.1. De Raad overweegt als volgt.

4.2. Het hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak slaagt niet. De beoordeling door de rechtbank van het bestreden besluit is juist. Appellante heeft in hoger beroep geen gronden of medische gegevens ingediend die niet reeds door de rechtbank zijn besproken en beoordeeld.

De rechtbank heeft juist geoordeeld dat de door appellante overgelegde stukken niet zien op de datum in geding, maar betrekking hebben op de gezondheidstoestand van appellante per latere data. De bezwaarverzekeringsarts heeft bij de vaststelling van de beperkingen bij het lichamelijke onderzoek ook gekeken naar het functioneren van de schouder en de bovenste extremiteiten en daarbij geen afwijkingen geconstateerd. Daarnaast zijn geen beperkingen waargenomen aan de handen van appellante. De ter zitting van de Raad naar voren gebrachte CTS is bovendien niet onderbouwd met medische stukken, in die zin dat deze aandoening op de datum in geding beperkingen opleverde. De rechtbank is dan ook terecht van oordeel dat er geen reden bestaat om aan te nemen dat in de FML onvoldoende rekening is gehouden met de medische beperkingen van appellante. Tevens is het oordeel van de rechtbank juist dat er sprake is van een deugdelijke arbeidskundige grondslag. De bezwaararbeidsdeskundige heeft de ex-werkgever van appellante bezocht en heeft de door haar verrichte arbeid onderzocht en genoegzaam gemotiveerd in de rapportage van 2 februari 2011 dat de belasting in de maatgevende arbeid de mogelijkheden van appellante conform de FML op de datum in geding niet overschrijdt.

4.3. De aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.

5. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door I.M.J. Hilhorst-Hagen, in tegenwoordigheid van G.J. van Gendt als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 7 december 2012.

(getekend) I.M.J. Hilhorst-Hagen

(getekend) G.J. van Gendt

TM