Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2012:BY5463

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
07-12-2012
Datum publicatie
10-12-2012
Zaaknummer
11-7086 WIA
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Toekenning loongerelateerde WGA-uitkering. De mate van arbeidsongeschiktheid is vastgesteld op 35-80%. Verzekeringsgeneeskundige onderzoek zorgvuldig. De bezwaararbeidsdeskundige heeft overtuigend gemotiveerd waarom de belasting van de functies de belastbaarheid van appellant niet overschrijdt. De Raad merkt op dat iedere beoordeling op zich zelf staat en dat een eerdere of latere beoordeling dan ook een ander resultaat kan hebben.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

11/7086 WIA

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Maastricht van 28 oktober 2011, 10/1705 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[A. te B.]

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

Datum uitspraak 7 december 2012.

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. drs. H.M.G Duijsters, advocaat, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 9 november 2012. Appellant is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Voor het Uwv is verschenen mr. M.J.H. Fuchs.

OVERWEGINGEN

1. Bij besluit van 12 april 2010 heeft het Uwv aan appellant per 1 september 2009 op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) een loongerelateerde WGA-uitkering toegekend. De mate van arbeidsongeschiktheid is vastgesteld op 35-80%.

2. Bij besluit van 20 september 2010 (bestreden besluit) is het bezwaar tegen het besluit van 12 april 2012 ongegrond verklaard.

3. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep ongegrond verklaard. De rechtbank heeft geoordeeld dat er geen aanknopingspunten zijn voor het oordeel dat de beperkingen van appellant op de datum in geding van 1 september 2009 zijn onderschat.

Er is geen reden tot twijfel aan het verzekeringsgeneeskundig onderzoek en de conclusies die daaruit voortvloeien. De grief van appellant dat er geen acht geslagen is op de standaard ‘verminderde arbeidsduur’ slaagt niet. Uit het rapport van de bezwaarverzekeringsarts blijkt ondubbelzinnig dat het stellen van een urenbeperking wel is besproken. De geduide functies zijn passend. De geschiktheid van de functies is overtuigend besproken door de bezwaararbeidsdeskundige. De mate van arbeidsongeschiktheid is terecht vastgesteld op 41,7%. Van een volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid is geen sprake zodat het Uwv niet is toegekomen aan het voorgeschreven “toetsingskader bij onderzoek naar duurzaamheid van arbeidsbeperkingen”.

4. Appellant heeft in hoger beroep aangevoerd dat hij per 31 augustus 2011 in aanmerking is gebracht voor een arbeidsongeschiktheidsuitkering voor volledig een duurzaam arbeidsongeschikten (IVA-uitkering). Op de hier in geding zijnde datum van 1 september 2009 was hij ook al volledig een duurzaam arbeidsongeschikt, zodat hij per die datum recht heeft op een IVA-uitkering. Appellant kan geen van de geduide functies vervullen. Hij verwijst naar een rapport van dr. A. Vandeurzen, lichamelijk verzekeringsgeneeskundige en lichamelijk arbeidsgeneeskundige te Genk (België) van

28 mei 2012. Vandeurzen stelt dat appellant op 1 september 2009 op basis van energetisch vermogen, beschikbaarheid en kans op overbelasting in de arbeidsongeschiktheidsklasse van 80-100% dient ingeschat te worden en dat dit als een blijvende situatie gezien moet worden.

5.1. De Raad overweegt als volgt.

5.2. De rechtbank heeft met juistheid geoordeeld dat het verzekeringsgeneeskundige onderzoek zorgvuldig is geweest. Uit de medische stukken die appellant heeft ingebracht en uit hetgeen hij voorts heeft aangevoerd, zijn geen aanknopingspunten af te leiden voor het oordeel dat de beperkingen in de FML niet juist zijn weergegeven. Uit de brieven van de neurochirurg van 5 maart 2009 en de reumatoloog van 16 januari 2012 blijkt enkel dat appellant wordt afgeraden om zwaar rug- en nekbelastend werk te doen.

5.3. Ook de arbeidskundige kant van de schatting is juist en inzichtelijk.

De bezwaararbeidsdeskundige heeft overtuigend gemotiveerd waarom de belasting van de functies de belastbaarheid van appellant niet overschrijdt.

5.4. Het in 4 genoemde rapport van Vandeurzen werpt geen ander licht op de zaak. Het is onduidelijk hoe zij tot haar standpunt is gekomen en bovendien is het arbeidskundig onderzoek niet conform het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten uitgevoerd.

5.5. Appellant heeft naar voren gebracht dat hij per 31 augustus 2001 een IVA-uitkering heeft en dat het onbegrijpelijk is dat hij per 1 september 2009 daar niet voor in aanmerking is gebracht. De Raad merkt in dit verband op dat iedere beoordeling op zich zelf staat en dat een eerdere of latere beoordeling dan ook een ander resultaat kan hebben. Dat dit bij de beoordeling per augustus 2011 ook is gebeurd, is niet vreemd nu appellant ter zitting van de Raad diverse malen heeft aangegeven dat het steeds slechter met hem gaat en dat zijn klachten zijn verergerd. Het door appellant gedane beroep op de uitspraak van de Raad van 4 februari 2009 (LJN BH 1896) slaagt niet. De rechtbank heeft in overweging 8 terecht geoordeeld dat, zolang geen sprake is van volledige arbeidsongeschiktheid, de duurzaamheid niet beoordeeld hoeft te worden.

5.6. Uit hetgeen is overwogen in 5.2 tot en met 5.5 volgt dat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

6. Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door I.M.J. Hilhorst-Hagen, in tegenwoordigheid van G.J. van Gendt als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 7 december 2012.

(getekend) I.M.J. Hilhorst-Hagen

(getekend) G.J. van Gendt

QDH