Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2012:BY5455

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
07-12-2012
Datum publicatie
10-12-2012
Zaaknummer
12-707 ZW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Weigering ZW-uitkering. De bezwaarverzekeringsarts heeft op concrete en gemotiveerde wijze uiteen gezet waarom er geen sprake is van psychische beperkingen, die tot het oordeel zouden moeten leiden dat appellante haar laatstelijk verrichte arbeid niet zou kunnen verrichten. Een medische beoordeling in het kader van de ZW vindt doorgaans achteraf plaats en is daarmee niet onzorgvuldig te achten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

12/707 ZW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage van 19 december 2011, 10/8595 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[A. te B.]

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

Datum uitspraak 7 december 2012.

PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. H. Ensing, advocaat, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 26 oktober 2012.

Appellante is samen met mr. Ensing verschenen en het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. J.J. Grasmeijer.

OVERWEGINGEN

1.1. Bij beslissing op bezwaar van 26 november 2009 heeft het Uwv aan appellante meegedeeld dat zij per 6 oktober 2008 geen recht heeft op een uitkering ingevolge de Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen (Wet WIA). Dit besluit staat in rechte vast.

1.2. Op 31 mei 2010 is appellante werkzaamheden gaan verrichten in de tuinbouw. Zij heeft zich per 25 juni 2010 ziekgemeld ingevolge de Ziektewet (ZW).

2.1. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellante tegen het bestreden besluit van 25 oktober 2010 ongegrond verklaard. Bij het bestreden besluit heeft het Uwv het bezwaar van appellante tegen het besluit van 29 juli 2010 ongegrond verklaard en is aan haar met verwijzing naar de rapportage van de bezwaarverzekeringsarts van 22 oktober 2010 meegedeeld dat zij per 25 juni 2010 (en per 29 juli 2010) in staat wordt geacht om haar arbeid te verrichten.

2.2. De rechtbank vindt in de inhoud van het dossier en het verhandelde ter zitting onvoldoende aanknopingspunten om het onderzoek van de bezwaarverzekeringsarts onzorgvuldig en de bevindingen uit dat onderzoek, onjuist te achten. Evenmin vindt de rechtbank aanknopingspunten om zelf een deskundige te benoemen. De rechtbank verwijst naar de rapportages van de bezwaarverzekeringsarts van 22 oktober 2010, 14 januari 2011 en 31 maart 2011.

3. In hoger beroep stelt appellante zich op het standpunt dat de rechtbank heeft miskend dat zij op psychische gronden niet in staat moet worden geacht tot het verrichten van haar werkzaamheden op en na de datum in geding. Ter ondersteuning van haar standpunt verwijst zij naar de door haar in beroep overgelegde (medische) stukken en twee brieven van PsyQ van 21 september 2010 en van 1 oktober 2010. Appellante verzoekt de Raad om een deskundige (psychiater) te benoemen.

4. De Raad overweegt als volgt.

4.1. In geschil is een weigering van een ZW-uitkering per 25 juni 2010 omdat appellante volgens het Uwv geschikt is te achten voor haar werkzaamheden in de tuinbouw, die zij van 31 mei 2010 tot 25 juni 2010 heeft verricht.

4.2. De in hoger beroep herhaalde gronden van appellante zijn door de rechtbank afdoende besproken. De rechtbank heeft genoegzaam gemotiveerd waarom deze gronden niet slagen.

4.3. Met betrekking tot de in hoger beroep door appellante overgelegde stukken verwijst de Raad naar de rapportage van de bezwaarverzekeringsarts van 10 februari 2012. Ten aanzien van de geclaimde toegenomen klachten wordt volgens de bezwaarverzekeringsarts dezelfde diagnose gesteld, namelijk paniekstoornis met agorafobie en depressieve stoornis. Gezien de aard en de omvang van de laatstelijk verrichte arbeid en het niet aanwezig zijn van invaliderende psychopathologie is er volgens de bezwaarverzekeringsarts geen reden om appellante niet geschikt te achten voor haar laatstelijk verrichte arbeid in de tuinbouw.

De bezwaarverzekeringsarts heeft (wederom) op concrete en gemotiveerde wijze uiteen gezet waarom er geen sprake is van psychische beperkingen, die tot het oordeel zouden moeten leiden dat appellante haar laatstelijk verrichte arbeid niet zou kunnen verrichten. In de brief van 21 september 2010 meldt de arts van PsyQ dat de paniekaanvallen incidenteel zijn. Er is dan ook geen aanleiding voor het benoemen van een deskundige. De beoordeling of op de datum in geding één van de functies ingevolge de WIA-beoordeling geschikt was voor appellante, kan achterwege worden gelaten.

4.4. De stelling van appellante dat de verzekeringsarts van het Uwv op 28 juli 2010 haar medische toestand op 25 juni 2010 niet kan beoordelen slaagt niet. Een medische beoordeling in het kader van de ZW vindt doorgaans achteraf plaats en is daarmee niet onzorgvuldig te achten.

4.5. Uit hetgeen is overwogen in 4.1 tot en met 4.4 volgt dat het hoger beroep niet slaagt en de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.

5. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door I.M.J. Hilhorst-Hagen, in tegenwoordigheid van K.E. Haan als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 7 december 2012.

(getekend) I.M.J. Hilhorst-Hagen

(getekend) K.E. Haan

JL