Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2012:BY5289

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
05-12-2012
Datum publicatie
06-12-2012
Zaaknummer
12-757 ZW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Weigering uitkering ingevolge de ZW. Er is geen aanleiding te twijfelen aan het door de bezwaarverzekeringsarts ten aanzien van appellantes rugklachten ingenomen standpunt. Uit het rapport van de orthopeed blijkt niet dat sprake is van dusdanige medische afwijkingen aan het bekken dat daardoor de mate waarin appellante haar klachten ervaart, verklaard kan worden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

12/757 ZW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Alkmaar van 22 december 2011, 11/892 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[A. te B.]

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

Datum uitspraak 5 december 2012.

PROCESVERLOOP

Namens appellante is hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 2 mei 2012. Appellante is verschenen, bijgestaan door mr. L. Goudkade, werkzaam bij DAS Rechtsbijstand. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. drs. F.A. Steeman. Ter zitting is het onderzoek geschorst om appellante in de gelegenheid te stellen een expertise te laten verrichten.

Appellante heeft bij brief van 8 juni 2012 het rapport van orthopedisch chirurg dr. E.R.A. van Arkel van 29 mei 2012 ingezonden, waarop het Uwv heeft gereageerd.

Het onderzoek is hervat ter zitting van 7 november 2012. Appellante is verschenen, bijgestaan door mr. Goudkade. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. drs. Steeman.

OVERWEGINGEN

1.1. Appellante was als uitzendkracht voor 36 uur per week werkzaam als management assistent bij [naam werkgever]. Nadat zij op 29 januari 2010 voor dit werk is uitgevallen wegens zwangerschapsgerelateerde klachten is haar met ingang van die datum een uikering ingevolge de Ziektewet (ZW) toegekend. Vervolgens heeft appellant van 29 maart 2010 tot

23 juli 2010 een uitkering ingevolge de Wet arbeid en zorg in verband met zwangerschap en bevalling gehad. Appellante heeft zich na afloop van deze periode op 26 juli 2010, telefonisch vanuit Marokko, per 23 juli 2010 ziekgemeld wegens buik-, bekken- en rugklachten.

1.2. Op 21 september 2010 heeft verzekeringsarts N. Posthuma-Langendonk appellante onderzocht op het spreekuur en, mede op basis van informatie van de huisarts en anamnese, geconstateerd dat zij volledig arbeidsongeschikt is voor haar eigen werk, maar dat deze arbeidsongeschiktheid niet het gevolg is van een rechtstreeks aan de zwangerschap/bevalling gerelateerde ziekte. Bij besluit van 5 november 2010 is zij per 23 juli 2010 niet meer in aanmerking gebracht voor een uitkering ingevolge artikel 29a, vierde lid, van de ZW.

1.3. Bij besluit van 30 december 2010 (bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar van appellante, tegen het besluit van 5 november 2010 ongegrond verklaard. In dat kader heeft het Uwv, op basis van het rapport van bezwaarverzekeringsarts P. Eken van 30 december 2010, gesteld dat appellante per 23 juli 2010 niet langer arbeidsongeschikt was als gevolg van een rechtstreeks aan de zwangerschap of bevalling gerelateerde ziekte als bedoeld in artikel 29a, vierde lid, van de ZW. De weigering om aan appellante per 23 juli 2010 op die grond nog langer ziekengeld toe te kennen, wordt gehandhaafd.

2.1. Appellante heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Daarbij heeft zij met name aangevoerd dat haar klachten en beperkingen wel degelijk hun oorzaak vinden in de zwangerschap en bevalling, waartoe zij heeft gewezen op nadere verklaringen van haar revalidatiearts R. Dahmen van 13 april 2011en 12 mei 2011 en van haar huisarts K.L. Sprij. Het Uwv heeft als verweer een rapport van bezwaarverzekeringsarts R.M. Vink van 22 juni 2011 in het geding gebracht.

2.2. De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard. Daartoe heeft de rechtbank - samengevat - overwogen dat door de bezwaarverzekeringsarts een navolgbare afweging is gemaakt conform de in de standaard “Zwangerschap en bevalling als oorzaak van ongeschiktheid voor haar arbeid” (Lisv mededeling M. 99.47; hierna: de Standaard) vermelde criteria. De rechtbank ziet onvoldoende reden om het oordeel van de artsen van het Uwv met betrekking tot het ontbreken van een causaal verband als bedoeld in artikel 29a, vierde lid, van de ZW voor onjuist te houden.

3.1. In het door appellante ingestelde hoger beroep heeft zij haar standpunt gehandhaafd dat haar arbeidsongeschiktheid het gevolg is van zwangerschap of bevalling. Ter onderbouwing daarvan heeft appellante een rapport overgelegd van orthopedisch chirurg Van Arkel (hierna: orthopeed).

3.2. In verweer heeft het Uwv, onder verwijzing naar het rapport van bezwaarverzekeringsarts Vink van 14 juni 2012, aangevoerd in het rapport van orthopeed Van Arkel geen aanleiding te zien om het eerder ingenomen standpunt te herzien.

4.1. De Raad oordeelt als volgt.

4.2. Met de bezwaarverzekeringsarts is de Raad van oordeel dat er, mede gelet op het rapport van de orthopeed, geen causaal verband kan worden aangetoond tussen de door appellante ervaren lage rugklachten en haar laatste zwangerschap en bevalling. Uit het rapport blijkt dat de rugklachten niet verklaard kunnen worden door de bevindingen uit het door hem verrichte onderzoek, bestaande uit anamnese, lichamelijk onderzoek en het laten verrichten van radiodiagnostisch onderzoek. Gelet op het vorenstaande is er geen aanleiding te twijfelen aan het door de bezwaarverzekeringsarts ten aanzien van appellantes rugklachten ingenomen standpunt.

4.3. Ook ten aanzien van de door appellante geclaimde bekkenklachten is er aanleiding het standpunt van de bezwaarverzekeringsarts, zoals beschreven in zijn rapport van 14 juni 2012, te volgen. Uit het rapport van de orthopeed blijkt niet dat sprake is van dusdanige medische afwijkingen aan het bekken dat daardoor de mate waarin appellante haar klachten ervaart, verklaard kan worden. Zo concludeert de orthopeed, mede op basis van de bevindingen van de radioloog, dat sprake is van een intact bekkenskelet en minimale sclerose rond de schaambeenderen. Voorts stelt de orthopeed dat sprake is van een geleidelijke in elkaar overgaande diagnose van bekkeninstabiliteit naar chronische aspecifieke lage rugklachten. Hij kan echter niet constateren of appellante al dan niet op de datum hier in geding vanwege bekkeninstabiliteit ongeschikt is geweest voor het verrichten van haar eigen arbeid. Het rapport van de orthopeed biedt dan ook geen onderbouwing voor appellantes standpunt dat er een causaal verband bestaat tussen haar bekkenklachten en haar laatste zwangerschap en bevalling. Gelet hierop en het gegeven dat de bezwaarverzekeringsarts in haar rapport van

30 december 2010, op basis van bevindingen uit een specifiek op bekkeninstabiliteit gericht onderzoek, concludeert dat geen sprake is van bekkeninstabiliteit maar van chronisch aspecifieke lage rugklachten met pseudo-irradiatie links, wordt afgeleid dat de orthopeed en de bezwaarverzekeringsarts geen verschil van inzicht hebben ten aanzien van de bij appellante aanwezige gezondheidssituatie op de datum in geding. Het standpunt van het Uwv is met de rapportages van de bezwaarverzekeringsarts inzichtelijk en overtuigend gemotiveerd. Dat betekent dat appellante terecht met ingang van 23 juli 2010 niet langer in aanmerking is gebracht voor een uitkering op grond van artikel 29a, vierde lid, van de ZW.

4.5. Hetgeen onder 4.2 tot en met 4.4 is overwogen leidt tot de conclusie dat het hoger beroep van appellante niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.

5. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling als bedoeld in artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door C.P.J. Goorden, in tegenwoordigheid van J.R. Baas als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 5 december 2012.

(getekend) C.P.J. Goorden

(getekend) J.R. Baas

JL