Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2012:BY2147

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
31-10-2012
Datum publicatie
05-11-2012
Zaaknummer
10-1210 WMO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Indicatie voor hulp bij het huishouden voor 6 uur en 30 minuten per week. Het staat voldoende vast dat er voor appellante een voorliggende voorziening ten aanzien van de maaltijdbereiding beschikbaar is. Het feit dat appellante de maaltijden van Apetito en de Stichting Lekker Thuis te prijzig vindt, kan niet leiden tot het oordeel dat ROGplus maaltijdbereiding had moeten indiceren. De voorliggende voorziening biedt appellante adequate compensatie. Er zijn geen medische stukken waaruit blijkt dat appellante op objectieve gronden is aangewezen op speciale maaltijden. Niet aannemelijk dat appellante onvoldoende kan variëren met de avondmaaltijd. Niet in geschil is dat er daadwerkelijk een boodschappendienst beschikbaar is voor appellante. Zij kan in ieder geval gebruik maken van de boodschappendienst van Albert Heijn (AH). Appellante heeft gesteld dat AH pas bezorgt indien er een bedrag van minimaal € 75,-- wordt besteed en dat zij dat niet iedere week uitgeeft aan de boodschappen. Dit kan niet leiden tot het oordeel dat appellante deze voorliggende voorziening financieel niet kan dragen, nu het drempelbedrag kan worden bereikt door de zware boodschappen op te sparen en deze bijvoorbeeld eens per maand te laten bezorgen. De lichte en verse boodschappen kan appellante met haar scootmobiel zelf halen. Nu de boodschappendienst ook adequate compensatie biedt, heeft ROGplus zich terecht op het standpunt gesteld dat deze een voorliggende voorziening is, waardoor er geen noodzaak is om hulp voor het doen van boodschappen te indiceren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JWWB 2013/25
RSV 2013/13 met annotatie van C.W.C.A. Bruggeman
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

10/1210 WMO

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 8 februari 2010, 09/2763 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[Appellante] te [woonplaats] (appellante)

het gemeenschappelijk orgaan ROGplus Nieuwe Waterweg Noord (ROGplus)

Datum uitspraak: 31 oktober 2012

PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. W.C. de Jonge, advocaat, hoger beroep ingesteld.

ROGplus heeft een verweerschrift ingediend.

Appellante en ROGplus hebben nadere stukken ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 19 september 2012. Appellante is verschenen, bijgestaan door mr. De Jonge. ROGplus heeft zich laten vertegenwoordigen door I. de Vries-Kromhout.

OVERWEGINGEN

1.1. Bij besluit van 4 maart 2009 heeft ROGplus appellante geïndiceerd voor hulp bij het huishouden voor 6 uur en 30 minuten per week voor de periode van 1 januari 2009 tot en met 31 december 2013.

1.2. Bij besluit van 21 juli 2009 heeft ROGplus appellantes bezwaar tegen het besluit van 4 maart 2009 ongegrond verklaard. Daarbij is aangegeven dat voor de maaltijdvoorbereiding en het halen van boodschappen geen tijd geïndiceerd kan worden, omdat appellante gebruik kan maken van een boodschappen- en maaltijdbezorgservice.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het besluit van 21 juli 2009 ongegrond verklaard.

3. Appellante heeft op hierna te bespreken gronden hoger beroep ingesteld.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling

4.1. Ingevolge artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Verordening maatschappelijke ondersteuning Nieuwe Waterweg Noord 2007 kan een voorziening slechts worden toegekend voor zover deze langdurig noodzakelijk is om de beperkingen op het gebied van het voeren van het huishouden […] op te heffen of te verminderen.

4.2. Het uitgangspunt van ROGplus is dat kant- en klare (magnetron)maaltijden, het bezorgen van maaltijden en een boodschappendienst voorliggende voorzieningen zijn die aan het verstrekken van voorzieningen voor het bereiden van warme maaltijden en het doen van boodschappen in de weg staan. Dat uitgangspunt is niet in strijd met de Wmo, mits deze voorliggende voorzieningen daadwerkelijk beschikbaar zijn, door de aanvrager financieel gedragen kunnen worden en adequate compensatie bieden.

4.3.1. Uit de gedingstukken en het verhandelde ter zitting is gebleken dat appellante geen gebruik kan maken van de maaltijden van Tafeltje Dekje, maar wel van Apetito en de Stichting Lekker Thuis en daarnaast van magnetronmaaltijden van de supermarkt. Bovendien heeft appellante ter zitting verklaard dat zij zelf soep kan maken, groenten kan wassen en opzetten, een pannetje over het aanrecht kan trekken en dat ze soms een maaltijd van iemand uit haar familie- of vriendenkring krijgt. Hiermee staat voldoende vast dat er voor appellante daadwerkelijk een voorliggende voorziening ten aanzien van de maaltijdbereiding beschikbaar is.

4.3.2. Het feit dat appellante de maaltijden van Apetito en de Stichting Lekker Thuis te prijzig vindt, kan niet leiden tot het oordeel dat ROGplus maaltijdbereiding had moeten indiceren. In aanmerking genomen de onder 4.3.1 genoemde overige mogelijkheden die appellante ter beschikking staan, moet ze redelijkerwijs geacht worden de voorliggende voorziening financieel te kunnen dragen.

4.3.3. De voorliggende voorziening biedt appellante verder adequate compensatie. Er zijn geen medische stukken waaruit blijkt dat appellante op objectieve gronden is aangewezen op speciale maaltijden. De stelling van appellante dat zij onvoldoende kan variëren met de avondmaaltijd, is niet aannemelijk gelet op alle onder 4.3.1 genoemde mogelijkheden die appellante ter beschikking staan. ROGplus heeft zich dan ook terecht op het standpunt gesteld dat er voorliggende voorzieningen zijn, waardoor er geen noodzaak is om hulp voor het bereiden van de warme maaltijd te indiceren.

4.4.1. Niet in geschil is dat er daadwerkelijk een boodschappendienst beschikbaar is voor appellante. Zij kan in ieder geval gebruik maken van de boodschappendienst van Albert Heijn (AH).

4.4.2. Appellante heeft gesteld dat AH pas bezorgt indien er een bedrag van minimaal

€ 75,-- wordt besteed en dat zij dat niet iedere week uitgeeft aan de boodschappen. Dit kan niet leiden tot het oordeel dat appellante deze voorliggende voorziening financieel niet kan dragen, nu het drempelbedrag kan worden bereikt door de zware boodschappen op te sparen en deze bijvoorbeeld eens per maand te laten bezorgen. De lichte en verse boodschappen kan appellante met haar scootmobiel zelf halen.

4.4.3. Nu de boodschappendienst ook adequate compensatie biedt, heeft ROGplus zich terecht op het standpunt gesteld dat deze een voorliggende voorziening is, waardoor er geen noodzaak is om hulp voor het doen van boodschappen te indiceren.

4.5. Uit het vorenstaande vloeit voort dat het hoger beroep niet slaagt, zodat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt en het verzoek om schadevergoeding moet worden afgewezen.

5. De Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep

-bevestigt de aangevallen uitspraak;

-wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan door R.M. van Male als voorzitter en H.C.P. Venema en A.J. Schaap als leden, in tegenwoordigheid van P.J.M. Crombach als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 31 oktober 2012.

(getekend) R.M. van Male

(getekend) P.J.M. Crombach

HD