Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2012:BY2079

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
31-10-2012
Datum publicatie
05-11-2012
Zaaknummer
11-528 ZW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Appellant heeft met zijn lichamelijke aandoeningen zijn werkzaamheden gedurende een jaar verricht. Aangezien die lichamelijke aandoeningen dezelfde zijn gebleven volgt daaruit dat hij niet ongeschikt is voor het werk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

11/528 ZW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Leeuwarden van 20 december 2010, 10/836 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[Appellant] te [woonplaats] (appellant)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

Datum uitspraak: 31 oktober 2012

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. B. van Dijk, advocaat, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 3 oktober 2010. Appellant en zijn gemachtigde zijn niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. A.I. Damsma.

OVERWEGINGEN

1.1. Appellant is op 5 januari 2009 in dienst getreden van de Stichting [naam stichting] in de functie van hulpkracht voor 36 uur per week voor de periode van een jaar. In die functie verrichtte hij inpakwerkzaamheden. Op 9 december 2009 is hij door ziekte uitgevallen voor zijn werkzaamheden. Op 4 januari 2010 is het dienstverband geƫindigd.

1.2. Op 5 februari 2010 heeft een verzekeringsgeneeskundig onderzoek plaatsgevonden waarbij appellant is onderzocht door een voor het Uwv werkzame verzekeringsarts. Naar aanleiding van dat onderzoek is bij besluit van 5 februari 2010 vastgesteld dat appellant volgens de Ziektewet (ZW) weer geschikt was om zijn eigen werk te doen. Appellant heeft tegen dat besluit bezwaar gemaakt. In het kader van dat bezwaar is appellant op 18 maart 2010 onderzocht door een voor het Uwv werkzame bezwaarverzekeringsarts. Naar aanleiding van dat onderzoek is door het Uwv een aantal vragen voorgelegd aan de behandelaars van appellant en is nadere medische informatie opgevraagd. Nadat die informatie is ontvangen heeft het Uwv bij besluit van 8 april 2010 (bestreden besluit) het bezwaar ongegrond verklaard.

2. Appellant heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep ongegrond verklaard. De rechtbank heeft geoordeeld dat het onderzoek niet onzorgvuldig was of dat het gebaseerd was op onjuiste medische gegevens. De rechtbank heeft er daarbij op gewezen dat het Uwv informatie van de behandelend sector in de besluitvorming heeft betrokken.

3. In hoger beroep heeft appellant - kortweg - gesteld dat hij op de datum in geding psychisch meer beperkingen ondervond. Appellant onderbouwt dat aan de hand van een rapportage van bedrijfsarts M.J. Mobach van 5 juni 2010 ten behoeve van de gemeente Heerenveen. Daarnaast stelt appellant dat hij met zijn rechterarm niet zijn eigen werk kon uitvoeren.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1. Voor het wettelijk kader wordt verwezen naar onderdeel 3.1 van de aangevallen uitspraak.

4.2. Door het Uwv is in hoger beroep weerlegd dat uit de rapportage van 5 juni 2010 zou volgen dat appellant meer psychische beperkingen ondervindt dan door het Uwv zijn aangenomen. Daarbij wijst het Uwv er terecht op dat de doelstelling van die rapportage een andere is dan de beoordeling van de aanspraak op een ZW-uitkering zoals hier aan de orde. Tevens wijst het Uwv erop dat het antidepressivagebruik in de besluitvorming is betrokken. Ten slotte wijst het Uwv er terecht op dat appellant met zijn lichamelijke aandoeningen zijn werkzaamheden gedurende een jaar heeft verricht. Aangezien die lichamelijke aandoeningen dezelfde zijn gebleven volgt daaruit dat hij niet ongeschikt is voor dat werk.

4.3. Aangezien voor het overige wordt onderschreven wat de rechtbank heeft vastgesteld en overwogen, wordt volstaan te verwijzen naar de aangevallen uitspraak.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door H.G. Rottier, in tegenwoordigheid van M.R. Schuurman als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 31 oktober 2012.

(getekend) H.G. Rottier

(getekend) M.R. Schuurman

GdJ