Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2012:BX9078

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
02-10-2012
Datum publicatie
04-10-2012
Zaaknummer
11-1378 WWB
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Gedeeltelijke ontheffing van de arbeidsverplichtingen. Geen aanknopingspunten bestaan voor het oordeel dat het onderzoek door Achmea Vitale niet zorgvuldig is geweest dan wel dat de conclusies ervan niet juist zijn. De bedrijfsarts heeft de conclusie getrokken dat appellant medisch gezien beperkingen heeft, maar hij heeft appellant niet volledig arbeidsongeschikt geacht. Door appellant zijn geen medische gegevens overgelegd waaruit blijkt dat de door de bedrijfsarts vastgestelde belastbaarheid onjuist zou zijn.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

11/1378 WWB

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 18 januari 2011, 10/4822 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[A. te B. ]

het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam (college)

Datum uitspraak 2 oktober 2012.

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. E. Stap, advocaat, hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 4 september 2012. Namens appellant is verschenen mr. Stap. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. I. van Kesteren.

OVERWEGINGEN

1. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.

1.1. Appellant ontvangt bijstand ingevolge de Wet werk en bijstand (WWB).

1.2. Op verzoek van het college heeft Achmea Vitale een medisch en arbeidskundig onderzoek verricht om de belastbaarheid van appellant vast te stellen. De bedrijfsarts heeft in zijn rapportage van 6 april 2010 vastgesteld dat appellant beperkt belastbaar is voor licht en heel eenvoudig werk zonder hoge werkdruk. De arbeidsdeskundige is in haar rapport van 6 april 2010 tot de conclusie gekomen dat appellant aangemeld kan worden voor een traject gericht op maatschappelijke participatie.

1.3. De onder 1.2 genoemde rapportages hebben het college aanleiding gegeven om bij besluit van 22 juni 2010 appellant gedeeltelijk te ontheffen van de arbeidsverplichtingen als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a, van de WWB. Appellant wordt verplicht om te solliciteren naar werk waarvoor hij geschikt is voor 10 tot 26 uur per week.

1.4. Bij besluit van 25 augustus 2010 (bestreden besluit) heeft het college de bezwaren van appellant tegen het besluit van 22 juni 2010 ongegrond verklaard.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.

3. In hoger beroep heeft appellant zijn standpunt herhaald dat sprake is van een onzorgvuldig medische advies. Appellant is volledig arbeidsongeschikt te achten.

4. De Raad overweegt als volgt.

4.1. In artikel 9, eerste lid, van de WWB zijn de verplichtingen tot arbeidsinschakeling opgenomen. Artikel 9, tweede lid, van de WWB biedt het college de mogelijkheid om in individuele gevallen tijdelijk ontheffing te verlenen van de verplichtingen als bedoeld in het eerste lid, indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn.

4.2. Geen aanknopingspunten bestaan voor het oordeel dat het onderzoek door Achmea Vitale niet zorgvuldig is geweest dan wel dat de conclusies ervan niet juist zijn. In de medische advisering van 6 april 2010 zijn de schouder- en nekklachten alsmede de psychische klachten van appellant meegenomen in de beoordeling. De bedrijfsarts heeft de conclusie getrokken dat appellant medisch gezien beperkingen heeft, maar hij heeft appellant niet volledig arbeidsongeschiktheid geacht. Ook de door de bedrijfsarts opgevraagde informatie bij PuntP is meegewogen in zijn beoordeling. Uit deze informatie blijkt dat vermoedelijk sprake is van licht verminderde begaafdheid. De bedrijfsarts acht appellant daarom belastbaar voor licht en vooral heel eenvoudig werk zonder hoge werkdruk. Door appellant zijn geen medische gegevens overgelegd waaruit blijkt dat de door de bedrijfsarts vastgestelde belastbaarheid onjuist zou zijn. De stelling van appellant dat hij volledig arbeidsongeschikt is, treft dan ook geen doel. Daarom moet dan ook worden uitgegaan van de bevindingen en conclusies zoals vervat in de beschikbare medische en arbeidskundige rapportages.

4.4. Uit het voorgaande vloeit voort dat het hoger beroep niet slaagt, zodat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.

5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door J.F. Bandringa, in tegenwoordigheid van N.M. van Gorkum als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 2 oktober 2012.

(getekend) J.F. Bandringa

(getekend) N.M. van Gorkum

IJ