Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2012:BX8779

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
21-09-2012
Datum publicatie
04-10-2012
Zaaknummer
11-1684 AOW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Toekenning AOW-pensioen: korting van 96% wegens 48 niet verzekerde jaren. Toekenning toeslag: korting van 84% wegens 42 niet verzekerde jaren van deechtgenote van appellant. Appellant heeft zijn stelling dat hij na 14 december 1990 in Nederland heeft gewoond of gewerkt, niet heeft aangetoond of aannemelijk gemaakt. Met betrekking tot hetgeen appellant heeft betoogd over de inkoopregeling is de Raad van oordeel dat op de Svb geen plicht rust personen die zich buiten Nederland vestigen op de mogelijkheid van vrijwillige verzekering te wijzen. Aan het feit dat appellant tot 23 november 1993 in het bevolkingsregister ingeschreven heeft gestaan hoeft geen doorslaggevende betekenis te worden toegekend. De aanduidingen ‘vertrokken onbekend waarheen’ en ‘administratief’ betekenen dat is vastgesteld dat appellant sinds enige, niet nader te bepalen, tijd niet meer in Nederland verbleef. Voorts eindigde de arbeidsovereenkomst op 14 december 1990 en heeft appellant zelf, bij herhaling, aangegeven na 1990 niet in Nederland te hebben verbleven.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

11/1684 AOW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 24 februari 2011, 10/5435 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[A. te B.] (appellant)

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)

Datum uitspraak: 21 september 2012

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. A.L. Kuit, advocaat, hoger beroep ingesteld.

De Svb heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 24 augustus 2012. Appellant is niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. N. Zuidersma.

OVERWEGINGEN

1.1. Appellant, geboren in 1945, heeft de Svb in november 2009 verzocht hem in aanmerking te brengen voor een ouderdomspensioen ingevolge de Algemene Ouderdomswet (AOW). Bij besluit van 1 juli 2010 heeft de Svb aan appellant een ouderdomspensioen toegekend waarbij een korting is toegepast van 96% wegens 48 niet verzekerde jaren. Voorts is aan appellant een toeslag toegekend met een korting van 84% wegens 42 niet verzekerde jaren van zijn echtgenote. Appellant is verzekerd geacht van 5 augustus 1989 tot en met 14 december 1990.

1.2. Appellant heeft bij zijn aanvraag vermeld van 1988 tot 14 december 1990 in Nederland te zijn geweest en na 1990 niet meer te hebben gewerkt en ook niet meer terug naar Nederland te zijn geweest. Later heeft hij gesteld van 1988 tot 1990 in Nederland te hebben gewoond. Hij heeft onder andere een arbeidsovereenkomst van 23 september 1990 overgelegd, waarin is vermeld dat de duur van de werkzaamheden tot en met 14 december 1990 is.

1.3. De Svb heeft navraag gedaan bij het schakelregister en bij het bevolkingsregister van de gemeente [R.]. Appellant is van 14 augustus 1989 tot 23 november 1993 ingeschreven geweest in het bevolkingsregister. Per 23 november 1993 is hij uitgeschreven met de vermelding vertrokken onbekend waarheen. In het schakelregister is vermeld dat appellant op 5 augustus 1989 uit [B.] Nederland is binnengekomen en dat hij op 23 november 1993 administratief is afgevoerd als onbekend.

1.4. Appellant heeft zich in bezwaar op het standpunt gesteld dat dient te worden uitgegaan van de gegevens zoals vermeld in het bevolkingsregister en dat hij daarom recht heeft op 6% van het totale ouderdomspensioen. Voorts heeft hij gesteld dat hij op de inkoopregeling had moeten worden gewezen.

1.5. Bij het besluit van 3 november 2010 (bestreden besluit) heeft de Svb het besluit van 1 juli 2010 gehandhaafd.

2. Appellants beroep tegen het bestreden besluit is bij de aangevallen uitspraak ongegrond verklaard. De rechtbank heeft daartoe overwogen dat appellant geen bewijsstukken heeft overgelegd die zijn standpunt onderbouwen dat hij na 14 december 1990 nog in Nederland heeft verbleven. Aan het feit dat appellant tot 23 november 1993 in het bevolkingsregister ingeschreven heeft gestaan hoeft geen doorslaggevende betekenis te worden toegekend. De aanduidingen ‘vertrokken onbekend waarheen’ en ‘administratief’ betekenen dat is vastgesteld dat appellant sinds enige, niet nader te bepalen, tijd niet meer in Nederland verbleef. Voorts eindigde de arbeidsovereenkomst op 14 december 1990 en heeft appellant zelf, bij herhaling, aangegeven na 1990 niet in Nederland te hebben verbleven. Hetgeen appellant heeft aangevoerd over de inkoopregeling kan niet leiden tot het oordeel dat de Svb het ouderdomspensioen te laag heeft vastgesteld.

3. Appellant heeft in hoger beroep zijn bezwaar- en beroepsgronden herhaald.

4. De Raad kan zich vinden in hetgeen de rechtbank heeft overwogen en maakt deze overwegingen tot de zijne. Met de rechtbank is de Raad van oordeel dat appellant zijn stelling dat hij na 14 december 1990 in Nederland heeft gewoond of gewerkt, niet heeft aangetoond of aannemelijk gemaakt. Met betrekking tot hetgeen appellant heeft betoogd over de inkoopregeling is de Raad van oordeel dat, wat er ook zij van de vraag of deze grond in het onderhavige geschil doel kan treffen, op de Svb geen plicht rust personen die zich buiten Nederland vestigen op de mogelijkheid van vrijwillige verzekering te wijzen.

5. Uit het vorenstaande vloeit voort dat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.

6. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door E.E.V. Lenos. De beslissing is, in tegenwoordigheid van

G.J. van Gendt als griffier, uitgesproken in het openbaar op 21 september 2012.

(getekend) E.E.V. Lenos

(getekend) G.J. van Gendt

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de datum van verzending beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (Postbus 20303, 2500 EH

’s-Gravenhage) ter zake van schending of verkeerde toepassing van bepalingen inzake het begrip kring van verzekerden.

DÉCISION

La Centrale Raad van Beroep (Cour d'Appel Centrale),

statue:

confirme la décision attaquée.

Par conséquent, décidée par E.E.V. Lenos, en présence de G.J. van Gendt en qualité de greffier, ainsi que prononcée en public, le 21 septembre 2012.

Les parties disposent d’un délai de six semaines à compter de la date d’envoi pour introduire un pourvoi en cassation contre cette décision devant la Cour de Cassation des Pays-Bas: Hoge Raad der Nederlanden (Postbus 20303, NL 2500 EH ’s-Gravenhage) au titre de la violation ou de la mauvaise application des dispositions concernant la notion de groupe d’assurés.