Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2012:BX8714

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
07-09-2012
Datum publicatie
01-10-2012
Zaaknummer
11-6773 WSFBSF-PV
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Nagelaten tijdig griffierecht te voldoen voor de behandeling van de door appellant aanhangig gemaakte beroepszaak. Niet gebleken van feiten of omstandigheden die redelijkerwijs tot het oordeel kunnen leiden dat appellant ter zake niet in verzuim is geweest. Niet-ontvankelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

11/6773 WSFBSF-PV

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 12 oktober 2011, 11/738 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[A. te B.] (appellant)

de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (Minister)

Datum uitspraak: 7 september 2012

Zitting heeft: I.M.J. Hilhorst-Hagen

Griffier: G.J. van Gendt

Ter zitting is verschenen: mr.drs. E.H.A. van den Berg (namens de Minister)

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen:

1. In de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank vastgesteld dat appellant heeft nagelaten tijdig griffierecht te voldoen voor de behandeling van de door hem aanhangig gemaakte beroepszaak. De rechtbank heeft voorts geoordeeld dat niet is gebleken van feiten of omstandigheden die redelijkerwijs tot het oordeel kunnen leiden dat appellant ter zake niet in verzuim is geweest.

2. Appellant heeft in hoger beroep naar voren gebracht dat hij wel griffierecht heeft voldaan. Hij heeft vermeld te vermoeden dat zijn betaling is zoekgeraakt omdat de rechtbank die zijn beroep behandelde (Zutphen) een andere is dan de bevoegde rechtbank (Arnhem).

3. Naar aanleiding van de stellingen van appellant in het hogerberoepschrift heeft de griffier van de Raad bij de betrokken rechtbanken nader onderzoek laten doen naar de gestelde betaling. Bij brief van 20 februari 2012 is daarop aan de Raad meegedeeld dat de betaling noch bij de rechtbank Zutphen noch bij de rechtbank Arnhem is ontvangen.

4. De Raad heeft in hetgeen in hoger beroep naar voren is gebracht geen aanleiding gevonden om te komen tot een ander oordeel dan waartoe de rechtbank is gekomen. Appellant heeft niet aangetoond en ook anderszins is niet komen vast te staan dat het griffierecht voor de behandeling van het beroep bij de rechtbank tijdig is betaald. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat niet is gebleken van feiten of omstandigheden die redelijkerwijs tot het oordeel kunnen leiden dat appellant ter zake niet in verzuim is geweest. Het beroep is terecht niet-ontvankelijk verklaard

Waarvan proces-verbaal.

De griffier De voorzitter

(getekend) G.J. van Gendt (getekend) I.M.J. Hilhorst-Hagen