Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2012:BX8622

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
28-09-2012
Datum publicatie
01-10-2012
Zaaknummer
10-6694 AOW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Toekenning AOW-pensioen: korting van 90% wegens tijdvakken waarin appellant niet verzekerd was voor de AOW. Uit onderzoek door de Svb is niet gebleken dat appellant gedurende de niet verzekerde perioden in Nederland heeft gewoond of gewerkt. Appellant heeft geen informatie ingebracht die een aanknopingspunt biedt voor de stelling dat het door de Svb voor appellant vastgestelde aantal verzekerde jaren onjuist zou zijn. In het algemeen is het betalen van premie niet bepalend voor de vraag of iemand al dan niet verplicht verzekerd is.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

10/6694 AOW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 2 november 2010, 10/2080 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[A. te B.]

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)

Datum uitspraak 28 september 2012.

PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

De Svb heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 17 augustus 2012. Appellant is niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door J.Y. van den Berg.

OVERWEGINGEN

1.1. Appellant heeft in september 2008 een aanvraagformulier voor een ouderdomspensioen ingevolge de Algemene ouderdomswet (AOW) ingediend bij de Svb. Daarbij is vermeld dat appellant onder de naam [M.] heeft gewerkt bij [naam werkgever 1] te [vestigingsplaats 1], [werkgever 2] te [vestigingsplaats 2] en restaurant [werkgever 3] te [vestigingsplaats 3]. Later heeft appellant hieraan toegevoegd [werkgever 4] te [vestigingsplaats 2].

1.2. Bij besluit van 3 juni 2009 heeft de Svb aan appellant met ingang van juli 2009 een ouderdomspensioen ingevolge de AOW toegekend ter hoogte van 8% van het volledige pensioen. De korting van 92% was gebaseerd op 46 niet verzekerde jaren van appellant.

1.3. Na kennisneming van bankafschriften met daarop bijschrijvingen van salaris door [werkgever 4] heeft de Svb bij het bestreden besluit van 18 maart 2010 het bezwaar gegrond verklaard en de korting op het ouderdomspensioen van appellant nader vastgesteld op 90%. De korting is gebaseerd op de tijdvakken van 1 juli 1959 tot en met 7 augustus 1969, van 21 maart 1970 tot en met 31 mei 1971, van 1 juni 1972 tot en met 30 september 1972, van 1 januari 1973 tot en met 16 mei 1975, van 1 januari 1976 tot en met 30 april 1977 en van 2 oktober 1979 tot en met 30 juni 2009, gedurende welke appellant volgens de Svb niet verzekerd is voor de AOW.

2. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.

3. Appellant heeft in hoger beroep aangevoerd dat hij zich niet kan verenigen met de aangevallen uitspraak en dat hij lange periodes in Nederland heeft gewerkt en door zijn werkgever premies volksverzekeringen zijn afgedragen.

4.1. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.2. De rechtbank heeft in de aangevallen uitspraak gemotiveerd waarom de Svb naar haar oordeel terecht heeft beslist dat appellant gedurende de onder 1.3 genoemde tijdvakken niet verzekerd is geweest voor de AOW. De Raad kan zich geheel met dat oordeel verenigen en onderschrijft de gronden waarop de rechtbank tot dat oordeel is gekomen en maakt die tot de zijne. Daartoe is van belang dat de Svb onderzoek heeft gedaan bij de door appellant genoemde bedrijven onder de door appellant opgegeven namen, en dat ook de bij die bedrijven aangesloten pensioenfondsen zijn aangeschreven. Ook heeft de Svb navraag gedaan bij de gemeenten Den Haag en Rotterdam en het schakelregister geraadpleegd. Hieruit is niet gebleken dat appellant gedurende de niet verzekerde perioden in Nederland heeft gewoond of gewerkt. Appellant heeft geen informatie ingebracht die aanknopingspunten biedt voor de stelling dat het door de Svb voor appellant vastgestelde aantal verzekerde jaren onjuist zou zijn.

4.3. Naar aanleiding van appellants stelling dat wel steeds premies voor de volksverzekeringen op zijn loon zijn ingehouden, wordt opgemerkt dat in het algemeen het betalen van premie niet bepalend is voor de vraag of iemand al dan niet verplicht verzekerd is.

4.4. Hetgeen onder 4.2 en 4.3 is overwogen leidt tot de slotsom dat de Svb terecht heeft besloten dat appellant gedurende de tijdvakken genoemd onder 1.3 niet verzekerd is geweest voor de AOW. Dit betekent dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.

5. De Raad ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door T.L. de Vries, in tegenwoordigheid van M.R. Schuurman als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 28 september 2012.

(getekend) T.L. de Vries

(getekend) M.R. Schuurman

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de datum van verzending beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (Postbus 20303, 2500 EH ’s-Gravenhage) ter zake van schending of verkeerde toepassing van bepalingen inzake het begrip kring van verzekerden.

JL