Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2012:BX8617

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
28-09-2012
Datum publicatie
01-10-2012
Zaaknummer
11-1335 AOW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Toekenning AOW-pensioen: in opdracht van de deurwaarder wordt een lager bedrag aan pensioen wordt uitbetaald. Bij een later besluit is appellant bericht dat in verband met een wijziging van de beslagvrije voet door de deurwaarder een hoger bedrag aan pensioen zal worden uitbetaald. Appellant heeft in hoger beroep gesteld dat ten onrechte via de deurwaarder beslag is gelegd, nu de Svb de schuld had kunnen verrekenen met het aan appellant te betalen AOW-pensioen. Appellants schuld aan de Svb ter zake van ten onrechte betaalde nabestaandenuitkering is ontstaan in 2004. De Svb heeft appellant in 2004 in gebreke gesteld. Op dat moment bestond voor de Svb geen mogelijkheid de schuld met een uitkering te verrekenen. Aan appellant is immers eerst per februari 2009 een AOW-pensioen toegekend.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

11/1335 AOW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Groningen van 6 januari 2011, 10/504 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[A. te B.]

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)

Datum uitspraak 28 september 2012.

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. R. van Asperen, advocaat, hoger beroep ingesteld.

De Svb heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 31 augustus 2012. Appellant is - met voorafgaand bericht - niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. N. Zuidersma.

OVERWEGINGEN

1.1. Appellant ontving van de Svb een nabestaandenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet (ANW). Bij besluit van 11 mei 2004 is deze uitkering met ingang van 1 juni 2003 ingetrokken. Bij brief van dezelfde datum is aangekondigd dat de te veel betaalde uitkering ten bedrage van € 11.408,62 van appellant zal worden teruggevorderd. Verzocht is financiële gegevens omtrent zijn inkomen te verstrekken om tot een afbetalings-regeling te komen. Op 18 oktober 2004 heeft de Svb appellant bericht dat de door hem verstrekte financiële gegevens niet volledig zijn en dat op basis van de ingezonden gegevens geen betalingsregeling kan worden vastgesteld. Appellant is verzocht het verschuldigde bedrag binnen zes weken terug te betalen. Indien het bedrag niet binnen deze termijn zou worden terugbetaald, zou de Svb de vordering in handen leggen van een deurwaarder. Daarbij is aangegeven tot welke extra kosten dit zou leiden en dat deze kosten voor rekening van appellant zouden komen.

1.2. Bij besluit van 6 december 2004 is van appellant de over de periode van juni 2003 tot en met april 2004 te veel betaalde uitkering ten bedrage van € 11.408,62 teruggevorderd. Daarbij is aangegeven dat dit bedrag binnen zes weken dient te worden voldaan. Indien geen tijdige betaling zou volgen, zou de Svb het verschuldigde bedrag op andere wijze innen. Aangegeven is dat zo mogelijk tot verrekening zou worden overgegaan en als dit niet binnen twee jaar tot volledige betaling zou leiden, een deurwaarder zou worden ingeschakeld. Wederom is aangegeven tot welke extra kosten dit zou leiden en dat deze kosten voor rekening van appellant zouden komen.

1.3. Bij besluit van 11 september 2008 heeft de Svb aan appellant met ingang van februari 2009 een ouderdomspensioen en een toeslag op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW) toegekend.

1.4. Bij besluit van 16 juni 2009 heeft de Svb appellant medegedeeld dat in opdracht van de deurwaarder vanaf juni 2009 een lager bedrag aan pensioen wordt uitbetaald. Bij besluit van 8 juli 2009 is appellant bericht dat in verband met een wijziging van de beslagvrije voet door de deurwaarder een hoger bedrag aan pensioen zal worden uitbetaald. Appellants bezwaar tegen de besluiten van 16 juni 2009 en 8 juli 2009 zijn bij het bestreden besluit van 14 april 2010 ongegrond verklaard.

2. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak appellants beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.

3. Het hoger beroep richt zich uitsluitend tegen het oordeel van de rechtbank over de incassokosten die door de deurwaarder in rekening zijn gebracht. Appellant heeft in hoger beroep (wederom) gesteld dat ten onrechte via de deurwaarder beslag is gelegd, nu de Svb de schuld had kunnen verrekenen met het aan appellant te betalen AOW-pensioen.

4.1. De Raad overweegt het volgende.

4.2. Appellants schuld aan de Svb ter zake van ten onrechte betaalde nabestaandenuitkering is ontstaan in 2004. Bij zijn onder 1.1 genoemde brief van 18 oktober 2004 heeft de Svb appellant in gebreke gesteld. Op dat moment en ook ten tijde van het besluit van 6 december 2004 bestond voor de Svb geen mogelijkheid de schuld met een uitkering te verrekenen. Aan appellant is immers eerst per februari 2009 een AOW-pensioen toegekend. Reeds hierom kan de door appellant aangevoerde grond - daargelaten of deze in een procedure als deze aan de orde kan komen - niet slagen.

4.3. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd voor zover deze in hoger beroep is aangevochten.

5. De Raad ziet geen aanleiding om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak voor zover aangevochten.

Deze uitspraak is gedaan door M.M. van der Kade, in tegenwoordigheid van M.R. Schuurman als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 28 september 2012.

(getekend) M.M. van der Kade

(getekend) M.R. Schuurman

IvR