Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2012:BX8443

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
18-09-2012
Datum publicatie
27-09-2012
Zaaknummer
11-7021 WWB
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Afwijzing aanvraag om bijzondere bijstand voor de voor appellant zijn eigen rekening komende kosten van acupunctuur. Sprake van een voorliggende, toereikende en passende voorziening. Geen sprake van zeer dringende redenen. Appellant heeft ook niet aannemelijk gemaakt dat het college voor de hier in geding zijnde kosten buitenwettelijk begunstigend beleid voert, waaraan hij rechten kan ontlenen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

11/7021 WWB

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van

26 oktober 2011, 11/5379 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[A. te B.] (appellant)

het college van burgemeester en wethouders van Zoetermeer (college)

Datum uitspraak: 18 september 2012

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. A. Apistola, advocaat, hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 15 mei 2012. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. Apistola. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. P.M. van der Heiden.

OVERWEGINGEN

1. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.

1.1. Op 24 november 2010 heeft appellant een aanvraag ingediend om bijzondere bijstand ingevolge de Wet werk en bijstand (WWB) voor de voor zijn eigen rekening komende kosten van acupunctuur.

1.2. Bij besluit van 21 december 2010 heeft het college deze aanvraag afgewezen op de grond dat volgens de richtlijn van de gemeente deze kosten niet in aanmerking komen voor bijzondere bijstand.

1.3. Bij besluit van 26 mei 2011 (bestreden besluit) heeft het college het bezwaar tegen het besluit van 21 december 2010 ongegrond verklaard. Daartoe heeft het college overwogen dat sprake is van een voorliggende voorziening als bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de WWB. Daarnaast is geen sprake van zeer dringende redenen op grond waarvan alsnog tot toekenning van bijstand in de gevraagde kosten zou kunnen worden overgegaan.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.

3. Appellant heeft zich in hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak gekeerd. Hij heeft, samengevat, aangevoerd dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat de Zorgverzekeringswet (Zwv) en de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) als een voorliggende, toereikende en passende voorziening kan worden beschouwd. Voorts is sprake van zeer dringende redenen om bijzondere bijstand te verlenen voor de in geding zijnde kosten. Het beleid van het college op dit punt is onredelijk en onrechtmatig.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1. Op 1 januari 2006 is in werking getreden het op de Zvw gebaseerde Besluit zorgverzekering. In de artikelen 2.4 tot en met 2.15 van het Besluit Zorgverzekering zijn de zorg en overige diensten bepaald, waarop de verzekerde jegens zijn verzekeraar aanspraak kan maken. Zoals de Raad eerder heeft overwogen (CRvB, 11 oktober 2011, LJN BT8706) worden de Zvw en AWBZ voor de kosten van (para)medische zorg in beginsel als een aan de WWB voorliggende, toereikende en passende voorziening als bedoeld in artikel 15 van de WWB beschouwd.

4.2. Tussen partijen is niet in geding dat acupunctuur niet behoort tot de zorg, die op grond van het bij of krachtens de Zvw bepaalde dan wel op grond van de AWBZ voor vergoeding in aanmerking komt. Hiermee is een bewuste beslissing genomen over de noodzaak van het al dan niet vergoeden van de kosten van deze vorm van alternatieve geneeswijze. Dit betekent dat er voor het college in beginsel geen ruimte is om de gevraagde bijzondere bijstand te verstrekken. Het bepaalde in artikel 15, eerste lid, tweede volzin, van de WWB staat hieraan in de weg. Daaraan doet niet af dat in het onderhavige geval de kosten door de zorgverzekeraar van appellant op grond van zijn aanvullende verzekering worden vergoed tot een maximumbedrag per behandeling.

4.3. Artikel 16, eerste lid, van de WWB biedt de mogelijkheid om, in afwijking van onder meer artikel 15, bijstand te verlenen indien, gelet op alle omstandigheden, zeer dringende redenen daartoe noodzaken. Daarvoor dient vast te staan dat sprake is van een acute noodsituatie en dat de behoeftige omstandigheden waarin de belanghebbende verkeert op geen enkele andere wijze zijn te verhelpen. In de stukken die appellant heeft overgelegd, zoals de verwijsbrief van de huisarts en de brieven van klinisch psycholoog Fischer en acupuncturist Bordes, ziet de Raad geen zeer dringende redenen als hier bedoeld, zodat het college ook in zoverre niet bevoegd was bijzondere bijstand te verlenen voor de in geding zijnde kosten.

4.4. Nu het college niet bevoegd was bijzondere bijstand te verlenen voor de kosten van accupunctuur, kan van toetsing van beleid ter zake geen sprake zijn. Appellant heeft ook niet aannemelijk gemaakt dat het college voor de hier in geding zijnde kosten buitenwettelijk begunstigend beleid voert, waaraan hij rechten kan ontlenen.

4.5. Uit hetgeen onder 4.1 tot en met 4.4 is overwogen volgt dat het hoger beroep niet slaagt. De aangevallen uitspraak komt dan ook voor bevestiging in aanmerking.

5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door O.L.H.W.I. Korte als voorzitter en E.J. Govaers en Y.J. Klik als leden, in tegenwoordigheid van A.C. Oomkens als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 18 september 2012.

(getekend) O.L.H.W.I. Korte

(getekend) A.C. Oomkens