Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2012:BX8355

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
26-09-2012
Datum publicatie
27-09-2012
Zaaknummer
11-831 ZW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Beëindiging ZW-uitkering. Appellant werd niet meer ongeschikt geacht tot het verrichten van zijn arbeid.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

11/831 ZW

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Breda van 12 januari 2011, 10/2960 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[A. te B.]

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

Datum uitspraak 26 september 2012.

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. P.J. van der Meulen, advocaat, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 15 augustus 2012.

Appellant is met kennisgeving niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. R.E.J.P.M. Rutten.

OVERWEGINGEN

1. Appellant was vanaf 20 augustus 2007 als hulpdrukker in dienst van een drukkerij. Hij werkte daar in vier-ploegendienst. Op 7 oktober 2008 is hij wegens diverse pijnklachten uitgevallen voor zijn werk. Met ingang van 20 augustus 2009 is het dienstverband beëindigd. Aansluitend is aan appellant een uitkering op grond van de Ziektewet (ZW) toegekend.

2. Bij besluit van 20 april 2010 heeft het Uwv de ZW-uitkering met ingang van 19 april 2010 beëindigd, omdat appellant op en na deze datum niet meer ongeschikt werd geacht tot het verrichten van zijn arbeid.

3. Bij besluit van 4 juni 2010 (bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar van appellant tegen het besluit van 20 april 2010 ongegrond verklaard.

4. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard en daarbij met name betekenis toegekend aan de onderzoeksbevindingen van de verzekeringsarts en de bezwaarverzekeringsarts. Mede gelet op de beschikbare informatie van de behandelend sector hebben de verzekeringsartsen naar het oordeel van de rechtbank op goede gronden geoordeeld dat appellant per 19 april 2010 niet ongeschikt was voor zijn arbeid als hulpdrukker in vier-ploegendienst.

5. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

5.1. Appellant heeft zijn in hoger beroep herhaalde standpunt, dat zijn lichamelijke klachten en psychische problematiek op 19 april 2010 van dien aard waren dat het verrichten van werk onmogelijk was, niet met medische gegevens onderbouwd. Hetgeen appellant heeft aangevoerd is dan ook geen reden om van het oordeel van de rechtbank, neergelegd in de aangevallen uitspraak, af te wijken en de aan dat oordeel ten grondslag gelegde overwegingen niet te onderschrijven. Zoals de bezwaarverzekeringsarts in een rapport van 10 februari 2011 heeft opgemerkt, is met appellants psychische klachten rekening gehouden. Uit een arbeidskundig rapport van 19 november 2009 blijkt verder genoegzaam dat appellant voor het intreden van de arbeidsongeschiktheid werkzaam was in ploegendienst. Dit is door het Uwv ook betrokken bij de beoordeling van de maatstaf voor de in aanmerking te nemen arbeid in de zin van artikel 19, vijfde lid, van de ZW. Zoals de bezwaarverzekeringsarts in haar rapport van 10 februari 2011 heeft aangegeven is ook hier door de verzekeringsartsen rekening mee gehouden.

6. Uit hetgeen is overwogen onder 5.1 volgt dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd. Het verzoek om schadevergoeding moet worden afgewezen.

7. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep

- bevestigt de aangevallen uitspraak;

- wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan door Ch. van Voorst als voorzitter en C.P.J. Goorden en A.I. van der Kris als leden, in tegenwoordigheid van J.R. Baas als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 26 september 2012.

(getekend) Ch. van Voorst

(getekend) J.R. Baas

TM