Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2012:BX8110

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
20-09-2012
Datum publicatie
24-09-2012
Zaaknummer
11-2720 AW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Ambtenarenrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Her-/overplaatsing. Reistijdcompensatie van 40 minuten per gewerkte kantoordag. In aanvulling hierop is betrokkene toegestaan een dag per week thuis te werken. Appellant heeft gemotiveerd weergegeven dat bij het zoeken naar een maatwerkoplossing veelal als rekenregel de tweede situatie zoals neergelegd in onderdeel m van het Flankerend beleid wordt betrokken, dat wil zeggen dat van de feitelijke extra reistijd per enkele reis een half uur buiten aanmerking wordt gelaten.

In het geval van betrokkene zou dan worden uitgekomen op een te vergoeden extra reistijd van 10 minuten per enkele reis. Om betrokkene tegemoet te komen is besloten deze op te rekken naar 20 minuten per enkele reis. Met inachtneming van de appellant toekomende beleidsvrijheid kan niet worden gezegd dat appellant in redelijkheid niet tot de bij het bestreden besluit gehandhaafde maatwerkoplossing heeft kunnen besluiten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
TAR 2013/28
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

11/2720 AW

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Breda van 28 maart 2011, 10/1758 (aangevallen uitspraak)

[werkgever ] (appellant)

[A. te B. ] (betrokkene)

Datum uitspraak: 20 september 2012

PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

Betrokkene heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 19 juli 2012. Betrokkene is verschenen, bijgestaan door mr. D.J.J. Seegers-van Eekeren. Appellant heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. T.M.H. Stolwijk, advocaat.

OVERWEGINGEN

1. Betrokkene is sinds 1969 tot aan zijn pensionering op 1 juni 2011 werkzaam geweest bij [werkgever]. Vanaf 1978 was zijn standplaats [B.], welke locatie in het kader van een reorganisatie in april 2009 is gesloten.

1.1. Bij besluit van 17 juni 2009 is betrokkene met ingang van 20 april 2009 geplaatst op de standplaats [E.]. Hierbij is aan betrokkene een reistijdcompensatie toegekend van 40 minuten per gewerkte kantoordag in [E.] tot het einde van zijn dienstverband. Daarbij is uitgegaan van een reistijd (enkele reis) van de woning van betrokkene naar [B.] van één uur en tien minuten en naar [E.] van één uur en 50 minuten. Per kantoordag had betrokkene dus in de nieuwe situatie een extra reistijd van 80 minuten.

1.2. Bij besluit van 26 maart 2010 (bestreden besluit) is het bezwaar van betrokkene tegen (laatstgenoemd) onderdeel van het besluit van 17 juni 2009 ongegrond verklaard.

2. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak - voor zover hier van belang - het beroep van betrokkene tegen het bestreden besluit gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en de reistijdcompensatie vastgesteld op 80 minuten per gewerkte kantoordag in [E.], met ingang van 20 april 2009, voor een periode van twee jaar.

3. De Raad overweegt als volgt.

3.1. Het bestreden besluit berust op toepassing van beleid gebaseerd op het personeelsprogramma “Maatwerk binnen een kader”, een overeenkomst die appellant op 22 september 2005 heeft gesloten met vier centrales voor overheidspersoneel. Deze overeenkomst kent een paragraaf “Flankerend beleid”. In onderdeel m van die paragraaf is met betrekking tot reistijd/werktijd bepaald:

3.2. “Indien de reistijd woon- werkverkeer na (ver)plaatsing in totaliteit 1,5 uur of meer enkele reis wordt, kan een leidinggevende in overleg met de medewerker tot maatwerkoplossingen (compensatie in werktijd, aanpassing werkrooster, thuiswerken, etc.) komen.Indien de reistijd woon- werkverkeer na (ver)plaatsing in totaliteit met meer dan een half uur per enkele reis wordt verlengd, kan die extra reistijd gedurende een periode van 2 jaar door het bevoegd gezag worden aangemerkt als werktijd. IJking van de reistijd vindt plaats op basis van de openbaar vervoer routeplanner: www.9292ov.nl”

3.3. In hoger beroep heeft appellant een toelichting overgelegd waarin het beleid op basis van de overeenkomst “Maatwerk binnen een kader” is verduidelijkt. Hieruit blijkt dat onderdeel m van het Flankerend beleid ziet op twee verschillende situaties, waarbij voor de eerste geldt dat er sprake is van een reistijd na (ver)plaatsing van meer dan anderhalf uur en voor de tweede geldt dat er geen sprake is van een reistijd na (ver)plaatsing van meer dan anderhalf uur maar wel van meer dan een half uur. In dit geval doet de eerste situatie zich voor, die inhoudt dat een leidinggevende in overleg met betrokkene tot een maatwerkoplossing kan komen. Met betrokkene is geen overeenstemming bereikt. In dat geval heeft appellant een zekere beleidsvrijheid bij het eenzijdig vaststellen van de duur van de te compenseren extra reistijd van betrokkene, al dan niet in combinatie met bij voorbeeld een thuiswerkdag. De rechtbank heeft dus een onjuist toetsingskader gehanteerd en ten onrechte zelf in de zaak voorzien.

3.4. De aangevallen uitspraak dient dan ook te worden vernietigd.

3.5. Doende hetgeen de rechtbank zou behoren te doen zal de Raad vervolgens beoordelen of de door appellant gekozen maatwerkoplossing niet onredelijk is te achten. In deze oplossing is aan betrokkene met ingang van 20 april 2009 een reistijdcompensatie toegekend van 40 minuten per gewerkte kantoordag in [E.] tot het einde van het dienstverband van betrokkene. In aanvulling hierop is betrokkene toegestaan een dag per week thuis te werken. Appellant heeft voorts gemotiveerd weergegeven dat bij het zoeken naar een maatwerkoplossing veelal als rekenregel de tweede situatie zoals neergelegd in onderdeel m van het Flankerend beleid wordt betrokken, dat wil zeggen dat van de feitelijke extra reistijd per enkele reis een half uur buiten aanmerking wordt gelaten. In het geval van betrokkene zou dan worden uitgekomen op een te vergoeden extra reistijd van 10 minuten per enkele reis (het verschil tussen de reistijd naar [B.] en de reistijd naar [E.] van 40 minuten, minus 30 minuten). Om betrokkene tegemoet te komen is besloten deze op te rekken naar

20 minuten per enkele reis.

3.6. Met inachtneming van de appellant toekomende beleidsvrijheid kan niet worden gezegd dat appellant in redelijkheid niet tot de bij het bestreden besluit gehandhaafde maatwerkoplossing heeft kunnen besluiten. Dat betekent dat het beroep ongegrond wordt verklaard.

4. De Raad ziet tot slot geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep

- vernietigt de aangevallen uitspraak;

- verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door K. Zeilemaker als voorzitter en N.J. van Vulpen-Grootjans en J.Th. Wolleswinkel als leden, in tegenwoordigheid van P.J.M. Crombach als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 20 september 2012.

(getekend) K. Zeilemaker

(getekend) P.J.M. Crombach