Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2012:BX7968

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
21-09-2012
Datum publicatie
24-09-2012
Zaaknummer
11-1907 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Proceskostenveroordeling. Het Uwv is geheel aan de bezwaren van appellant tegemoetgekomen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

11/1907 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak als bedoeld in artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 24 februari 2011, 09/2202 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant] te Marokko (appellant)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

Datum uitspraak: 21 september 2012

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. E.M. van den Brom hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.

Het Uwv heeft op 11 juli 2012 een nieuwe beslissing op bezwaar genomen

Bij brief van 16 juli 2012 is namens appellant het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten.

Het Uwv heeft bericht zich te refereren aan het oordeel van de Raad.

Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten.

OVERWEGINGEN

Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 21 van de Beroepswet is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.

De Raad stelt vast dat het hoger beroep is ingetrokken omdat het Uwv geheel aan de bezwaren van appellant is tegemoetgekomen. Gelet hierop bestaat er aanleiding het Uwv te veroordelen in de proceskosten van appellant. Omdat het Uwv de kosten van bezwaar reeds heeft vergoed staat de Raad slechts de proceskosten in beroep en hoger beroep ter beoordeling.

Deze kosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 874,-- in beroep en € 874,-- in hoger beroep en met betrekking tot de vordering van de kosten ter hoogte van € 731,85 inzake medische informatie van behandelaars, in totaal een bedrag groot € 2.479,85.

De Raad merkt verder op dat uit artikel 22, vijfde lid, van de Beroepswet volgt dat appellant zich met het verzoek om vergoeding van het in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht tot het Uwv kan wenden.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep veroordeelt het Uwv in de kosten van appellant tot een bedrag van € 2.479,85.

Deze uitspraak is gedaan door T. Hoogenboom, in tegenwoordigheid van P.N. Rijnsewijn als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 21 september 2012.

(getekend) T. Hoogenboom

(getekend) P.N. Rijnsewijn