Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2012:BX7956

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
21-09-2012
Datum publicatie
24-09-2012
Zaaknummer
11-891 AOW
Formele relaties
Cassatie: ECLI:NL:HR:2013:BZ4453
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Afwijzing verzoek om een ouderdomspensioen toe te kennen ingevolge de AOW. Appellant heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij in Nederland voor de AOW verzekerd is geweest.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

11/891 AOW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 21 december 2010, 10/2858 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[A. te B.], Marokko (appellant)

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)

Datum uitspraak: 21 september 2012

PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

De Svb heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 24 augustus 2012. Appellant is niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. N. Zuidersma.

OVERWEGINGEN

1.1. Appellant, die in Marokko woont, heeft de Svb in juli 2009 verzocht om hem een ouderdomspensioen toe te kennen ingevolge de Algemene Ouderdomswet (AOW). Daarbij heeft appellant aangegeven dat hij in 1945 is geboren en in 1971 en 1972 in Nederland heeft gewoond en bij Scheepsonderhoudsbedrijf J. de Bruyn B.V. heeft gewerkt.

1.2. Op deze aanvraag is bij besluit van 8 januari 2010 afwijzend beslist op de grond dat niet is gebleken dat appellant voor de AOW verzekerd is geweest. Het bezwaar van appellant hiertegen is bij besluit van 18 mei 2010 (besluit op bezwaar) door de Svb ongegrond verklaard. Daartoe is overwogen dat niet is gebleken dat appellant ingezetene van Nederland is geweest of in Nederland heeft gewerkt.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen het besluit op bezwaar ongegrond verklaard. De rechtbank heeft daartoe overwogen dat - kort gezegd - de Svb toereikend onderzoek heeft verricht en dat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij in Nederland voor de AOW verzekerd is geweest. De Svb heeft het bevolkingsregister, het schakelregister, de werkgever en het pensioenfonds van de werkgever bevraagd doch appellantes stellingen niet bevestigd gekregen.

3.1. In hoger beroep heeft appellant evenals in beroep gesteld dat hij wel degelijk in Nederland heeft gewerkt en gewoond en dat hij alle gegevens heeft verstrekt waarover hij beschikt.

3.2. De Raad onderschrijft wat de rechtbank daarover heeft overwogen in de aangevallen uitspraak. Aan de hand van de weinige gegevens die appellant heeft verstrekt kan niet worden vastgesteld dat appellant in Nederland heeft gewerkt of gewoond.

4. Uit het voorgaande volgt dat het hoger beroep van appellant niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.

5. Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door E.E.V. Lenos, in tegenwoordigheid van G.J. van Gendt als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 21 september 2012.

(getekend) E.E.V. Lenos

(getekend) G.J. van Gendt

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de datum van verzending beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (Postbus 20303, 2500 EH ’s-Gravenhage) ter zake van schending of verkeerde toepassing van bepalingen inzake het begrip verzekerde.

III. DÉCISION

La Centrale Raad van Beroep (Cour d'Appel Centrale) confirme la décision attaquée.

Par conséquent, décidée par E.E.V. Lenos, en présence de G.J. van Gendt en qualité de greffier, ainsi que prononcée en public, le 21 septembre 2012.

Les parties disposent d’un délai de six semaines à compter de la date d’envoi pour introduire un pourvoi en cassation contre cette décision devant la Cour de Cassation des Pays-Bas : Hoge Raad der Nederlanden (Postbus 20303, NL 2500 EH ’s-Gravenhage) au titre de la violation ou de la mauvaise application des dispositions concernant la notion de groupe d’assurés.