Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2012:BX7950

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
21-09-2012
Datum publicatie
24-09-2012
Zaaknummer
10-6424 AOW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Toekenning pensioen in het kader van de AOW. De hoogte bedraagt 92% van het maximale pensioen. Appellante had zich, bij vertrek uit Nederland, vrijwillig kunnen verzekeren voor de AOW. Gesteld noch gebleken is dat zij hierover met de Svb contact heeft opgenomen. Dat zij in de veronderstelling verkeerde verzekerd te zijn vanwege het fiscaal partnerschap maakt dit niet anders, nu evenmin is gebleken dat zij op dit punt nadere informatie heeft gevraagd bij de Svb. Het is aan degene die de woonplaats naar het buitenland verlegt om de nodige informatie in te winnen over de mogelijke gevolgen voor onder andere het ouderdomspensioen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

10/6424 AOW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 20 oktober 2010, 10/917 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[A. te B.], Frankrijk (appellante)

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)

Datum uitspraak: 21 september 2012

PROCESVERLOOP

Appellante heeft hoger beroep ingesteld.

De Svb heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 24 augustus 2012. Appellante is verschenen, bijgestaan door haar echtgenoot [naam echtgenoot appellante]. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. G.J. Oudenes.

OVERWEGINGEN

1. Appellante, geboren 31 maart 1944, is per juli 2004 vanuit Nederland naar Frankrijk verhuisd. Met een besluit van 22 september 2009 heeft de Svb aan appellante medegedeeld dat aan haar een pensioen in het kader van de Algemene Ouderdomswet (AOW) is toegekend. De hoogte bedraagt 92% van het maximale pensioen omdat appellante (afgerond) vier jaren niet verzekerd is geweest. Het bezwaar tegen dit besluit is bij beslissing op bezwaar van 27 januari 2010 (bestreden besluit) ongegrond verklaard.

2. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.

3. In hoger beroep heeft appellante opnieuw aangevoerd dat de Svb de beslistermijn heeft overschreden. Daarnaast stelt zij dat zij, als fiscaal partner van haar echtgenoot, premies volksverzekeringen heeft betaald in de jaren in geding. Ten slotte meent appellante dat de korting op haar AOW-pensioen een belemmering is van het recht op vrij verkeer, zoals neergelegd in Europese wet- en regelgeving.

Overschrijding beslistermijn

4.1. Met ingang van 1 oktober 2009 is artikel 52 van de AOW gewijzigd. Sinds die datum is bepaald dat de beslistermijn in bezwaar aanvangt de dag na die waarop de termijn voor het indienen van het bezwaarschrift is verstreken. Nu de termijn voor het indienen van het bezwaarschrift op 3 november 2009 eindigde en de beslistermijn dus op 4 november 2009 begon, kan niet gezegd worden dat het bestreden besluit van 27 januari 2010 is genomen na afloop van de daarvoor geldende termijn. Hierbij laat de Raad overigens in het midden of een overschrijding van de beslistermijn van invloed kan zijn op het materiƫle geschilpunt tussen partijen.

Korting

4.2. De Raad kan zich geheel vinden in hetgeen de rechtbank in de aangevallen uitspraak hierover heeft geoordeeld. Appellante voldoet sinds haar verhuizing naar Frankrijk in juli 2004 niet meer aan de voorwaarden voor verzekering voor de AOW, nu zij geen ingezetene meer was, noch aan de loonbelasting was onderworpen wegens arbeid in dienstbetrekking in Nederland. Evenmin is zij verzekerd op grond van het Besluit uitbreiding en beperking kring van verzekerden volksverzekeringen (Stb. 1998, 746). Dat appellante een fiscaal partnerschap voor de Nederlandse belastingwetgeving was aangegaan met haar echtgenoot maakt niet dat zij om die reden in Nederland verzekerd was voor de AOW. Het voldoen van premies is geen voorwaarde voor het verzekerd zijn voor de AOW. Overigens blijkt niet uit de stukken dat appellante premies volksverzekeringen heeft betaald in de jaren in geding.

Vrij verkeer

4.3. Artikel 39 EG (thans artikel 45 VWEU) biedt niet de garantie dat overbrenging van de woonplaats naar een andere lidstaat voor de sociale zekerheid neutraal is. Gelet op de verschillen tussen de wettelijke stelsels van de lidstaten kan een dergelijke overbrenging op het punt van de sociale zekerheid, afhankelijk van de omstandigheden van het geval, meer of minder voordelig of nadelig uitpakken. Het staat de lidstaten vrij zelf de aansluitvoorwaarden voor de verzekering, waaronder die voor de AOW, vast te stellen. Nederland heeft ervoor gekozen, zoals in 4.2 al is uiteengezet, verzekering aan te nemen bij ingezetenschap, dan wel onderworpenheid aan de loonbelasting. Dat Frankrijk mogelijk andere voorwaarden stelt waardoor appellante geen ouderdomspensioen uit Frankrijk ontvangt, maakt niet dat zij daarom nog steeds aan de Nederlandse verzekering onderworpen zou moeten zijn.

4.4. Appellante had zich, bij vertrek uit Nederland, vrijwillig kunnen verzekeren voor de AOW. Gesteld noch gebleken is dat zij hierover met de Svb contact heeft opgenomen. Dat zij in de veronderstelling verkeerde verzekerd te zijn vanwege het fiscaal partnerschap maakt dit niet anders, nu evenmin is gebleken dat zij op dit punt nadere informatie heeft gevraagd bij de Svb. Het is aan degene die de woonplaats naar het buitenland verlegt om de nodige informatie in te winnen over de mogelijke gevolgen voor onder andere het ouderdomspensioen.

4.5. Uit 4.1 tot en met 4.4 volgt dat de Raad de aangevallen uitspraak zal bevestigen.

5. De Raad ziet geen aanleiding toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door E.E.V. Lenos, in tegenwoordigheid van G.J. van Gendt als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 21 september 2012.

(getekend) E.E.V. Lenos

(getekend) G.J. van Gendt