Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2012:BX7660

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
11-09-2012
Datum publicatie
19-09-2012
Zaaknummer
11-6813 WIJ
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Intrekking, beƫindiging en terugvordering WIJ. Bezwaar niet-ontvankelijk: bezwaar niet binnen de wettelijke bezwaartermijn ingediend, er is geen sprake van verschoonbare termijnoverschrijding. Appellante heeft de verzending van de besluiten op de door het college genoemde verzenddata niet betwist. Zij heeft aangevoerd dat niet duidelijk is wanneer de besluiten zijn ontvangen en wanneer de bezwaartermijn is gaan lopen. Voor de aanvang van de bezwaartermijn is het moment van ontvangst echter niet bepalend. Er is geen grond om aan te nemen dat TNT Post het stuk niet op regelmatige wijze aan het adres van appellante heeft aangeboden. De enkele stelling van appellante dat zij niet meer kan achterhalen wanneer zij de besluiten heeft ontvangen, is onvoldoende voor het aannemen van verschoonbare termijnoverschrijding. Appellante heeft ter onderbouwing van haar beroep op verschoonbare termijnoverschrijding aangevoerd dat zij en haar familie in de periode hier van belang ernstig werden bedreigd, waardoor zij niet in staat was tijdig bezwaar te maken. Appellante heeft niet nader toegelicht wat deze bedreigingen inhielden en waarom zij daardoor dusdanig werd belemmerd dat zij niet tijdig een (voorlopig) bezwaarschrift kon indienen en evenmin haar gemachtigde of een derde kon verzoeken hiervoor zorg te dragen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

11/6813 WIJ

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 13 oktober 2011, 11/1432 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[A. te B. ] (appellante)

het college van burgemeester en wethouders van Ede (college)

Datum uitspraak: 11 september 2012

PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. M.G.M. Frerix, advocaat, hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft, gevoegd met de zaak 11/6815 WWB, plaatsgevonden op

31 juli 2012. Namens appellante is verschenen mr. Frerix. Het college, daartoe ambtshalve opgeroepen, heeft zich laten vertegenwoordigen door A. Brouwer. In de gevoegde zaak wordt heden afzonderlijk uitspraak gedaan.

OVERWEGINGEN

1. De Raad gaat uit van de volgende in geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.

1.1. Appellante ontving ten tijde hier in geding een inkomensvoorziening ingevolge de Wet investeren in jongeren (WIJ).

1.2. Bij besluit van 21 oktober 2010 heeft het college de inkomensvoorziening van appellante over de periode van 21 mei 2010 tot en met 13 oktober 2010 ingetrokken. Tevens heeft het college de inkomensvoorziening beƫindigd.

1.3. Bij besluit van 1 november 2010 heeft het college de gemaakte kosten van de inkomensvoorziening over de periode van 21 mei 2010 tot en met 31 augustus 2010 van appellante teruggevorderd.

1.4. Bij brief van 17 december 2010 heeft appellante bezwaar gemaakt tegen deze besluiten van 21 oktober 2010 en 1 november 2010.

1.5. Bij besluit van 8 maart 2011 (bestreden besluit) heeft het college het bezwaar van appellante niet-ontvankelijk verklaard. Het college heeft hieraan ten grondslag gelegd dat het bezwaar niet binnen de wettelijke bezwaartermijn is ingediend en dat geen sprake is van verschoonbare termijnoverschrijding.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.

3. Appellante heeft zich in hoger beroep op hierna te bespreken gronden tegen de aangevallen uitspraak gekeerd.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1. Appellante heeft de verzending van de besluiten op de door het college genoemde verzenddata niet betwist. Zij heeft aangevoerd dat niet duidelijk is wanneer de besluiten zijn ontvangen en wanneer de bezwaartermijn is gaan lopen. Voor de aanvang van de bezwaartermijn is het moment van ontvangst echter niet bepalend. Het besluit van 21 oktober 2010 is aangetekend verzonden. Er is geen grond om aan te nemen dat TNT Post het stuk niet op regelmatige wijze aan het adres van appellante heeft aangeboden. De bezwaartermijn van dit besluit is derhalve aangevangen op 22 oktober 2010. Vaststaat dat appellante het niet-aangetekend verzonden besluit van 1 november 2010 heeft ontvangen. De vertegenwoordiger van het college heeft ter zitting toegelicht dat het besluit op diezelfde dag moet zijn verzonden. Er is geen aanleiding dit te betwijfelen. De bezwaartermijn voor dit besluit is aangevangen op 2 november 2010. Het bezwaarschrift tegen beide besluiten is niet tijdig ingediend.

4.2. De termijnoverschrijding is volgens appellante mogelijk veroorzaakt doordat zij de besluiten pas later heeft ontvangen. Voor een geslaagd beroep op verschoonbare termijnoverschrijding wegens de (veel) latere ontvangst van de besluiten dient appellante echter aannemelijk te maken op welke dag zij de besluiten heeft ontvangen en dat zij redelijkerwijs niet binnen de oorspronkelijke bezwaartermijn een bezwaarschrift had kunnen indienen. De enkele stelling van appellante dat zij niet meer kan achterhalen wanneer zij de besluiten heeft ontvangen, is daartoe onvoldoende. Voor het aangetekend verzonden stuk mag worden aangenomen dat de postbesteller bij zijn poging tot aanbieding een afhaalbericht heeft achtergelaten. Het vervolgens niet ophalen van het stuk bij het kantoor van TNT Post komt voor rekening en risico van appellante. Appellante kan haar stelling dat er problemen waren met de postbezorging in de periode hier van belang, waardoor de post langer kan zijn blijven liggen, niet staven. De rechtbank heeft vastgesteld dat de poststaking waarop appellante in eerdere instantie heeft gewezen pas later plaatsvond, zodat hierin geen grond is gelegen om uit te gaan van een latere ontvangst van de besluiten.

4.3. Verder heeft appellante ter onderbouwing van haar beroep op verschoonbare termijnoverschrijding aangevoerd dat zij en haar familie in de periode hier van belang ernstig werden bedreigd, waardoor zij niet in staat was tijdig bezwaar te maken. Ook dit betoog slaagt niet. Appellante heeft niet nader toegelicht wat deze bedreigingen inhielden en waarom zij daardoor dusdanig werd belemmerd dat zij niet tijdig een (voorlopig) bezwaarschrift kon indienen en evenmin haar gemachtigde of een derde kon verzoeken hiervoor zorg te dragen.

5. Het voorgaande betekent dat het hoger beroep niet slaagt zodat de aangevallen uitspraak bevestigd dient te worden. Het verzoek om toekenning van schadevergoeding komt gelet hierop niet voor toewijzing in aanmerking.

6. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep

- bevestigt de aangevallen uitspraak;

- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.

Deze uitspraak is gedaan door J.P.M. Zeijen als voorzitter en J.F. Bandringa en E.J. Govaers als leden, in tegenwoordigheid van R. Scheffer als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 11 september 2012.

(getekend) J.P.M. Zeijen

(getekend) R. Scheffer