Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2012:BX7655

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
18-09-2012
Datum publicatie
19-09-2012
Zaaknummer
10-6239 WIJ
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Proceskostenveroordeling. Geheel aan appellante tegemoetgekomen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

10/6239 WIJ

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak als bedoeld in artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Utrecht van 29 oktober 2010, 10/2736 en 10/3106 (aangevallen uitspraak).

Partijen:

[A. te B.] (appellant)

het college van burgemeester en wethouders van Utrecht (college)

Datum uitspraak: 18 september 2012

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. D.I.A. Schröder, advocaat, hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.

De Raad heeft op 20 december 2011 een tussenuitspraak gedaan waarin aan het college is opgedragen om binnen zes weken het gebrek in het besluit 27 augustus 2010 te herstellen met inachtneming van hetgeen de Raad heeft overwogen.

Het college heeft op 23 januari 2012 een nieuw besluit op bezwaar genomen.

Bij brief van 1 maart 2012 heeft mr. Schröder namens appellant het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het college te veroordelen in de proceskosten.

Het college heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.

Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten.

OVERWEGINGEN

Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 21 van de Beroepswet is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.

De Raad stelt vast dat mr. Schröder namens appellant het hoger beroep heeft ingetrokken omdat het college bij brief van 23 januari 2012 geheel aan appellante is tegemoetgekomen, en dat namens appellant een verzoek om veroordeling in de proceskosten is gedaan.

Nu het college niet heeft betwist dat aldus aan appellant is tegemoetgekomen, ziet de Raad aanleiding om het college te veroordelen in de kosten die appellant in verband met de behandeling van het bezwaar, het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 874,-- in beroep en € 874,-- in hoger beroep, in totaal € 1.748,--.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep veroordeelt het college in de kosten van appellant in beroep tot een bedrag van € 874,-- en in hoger beroep tot een bedrag van € 874,--, te betalen aan de griffier van de Raad.

Deze uitspraak is gedaan door J.J.A. Kooijman, in tegenwoordigheid van P.N. Rijnsewijn als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 18 september 2012.

(getekend) J.J.A. Kooijman

(getekend) P.N. Rijnsewijn