Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2012:BX7632

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
14-09-2012
Datum publicatie
18-09-2012
Zaaknummer
11-942 WIA
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Geen recht op WIA-uitkering. Beperkingen in FML juist neergelegd. De belastbaarheid van appellant is niet onderschat. Voldoende arbeidskundige grondslag.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

11/942 WIA

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 23 december 2010, 10/233 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[A. te B.]

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

Datum uitspraak 14 september 2012.

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. A.C.R. Molenaar, advocaat, hoger beroep ingesteld en nadere stukken ingezonden.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend en een reactie van bezwaarverzekeringsarts P. van Zalinge ingezonden.

Bij brief van 30 juli 2012 is namens appellant een verklaring van psycholoog N. Nooij en psychiater Th. De Greeff van 2 november 2011 in het geding gebracht, waarop Van Zalinge heeft gereageerd.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsvonden op 24 augustus 2012. Appellant is niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door A. Anandbahadoer.

OVERWEGINGEN

1. Appellant was werkzaam als hulpkok voor 38,1 uur per week. Hij is op 1 mei 2007 voor dat werk uitgevallen wegens psychische klachten en knieklachten. Appellant is voor 20 uur per week werkzaam gebleven.

2.1. Het beroep van appellant richtte zich tegen het besluit van 4 december 2009 (bestreden besluit) waarbij het Uwv heeft gehandhaafd zijn besluit van 15 juli 2009, inhoudende dat appellant geen recht heeft op een uitkering ingevolge de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen per 28 april 2009 omdat er een verlies aan verdiencapaciteit is berekend van minder dan 35%.

2.2. De rechtbank heeft het beroep van appellant ongegrond verklaard. De rechtbank kan zich blijkens de overwegingen van de aangevallen uitspraak verenigen met de medische en arbeidskundige grondslag van het bestreden besluit.

3. Namens appellant zijn de beroepsgronden in hoger beroep herhaald. Appellant blijft van mening dat ten onrechte geen urenbeperking is aangenomen. Ter ondersteuning van dit standpunt is verwezen naar de gegevens van de bedrijfsarts, van behandelend psycholoog Nooij en de vaststellingsovereenkomst tussen appellant en zijn werkgever met betrekking tot de partiële beëindiging van de arbeidsovereenkomst per 1 februari 2011. Voorts zijn beroepsgronden naar voren gebracht met betrekking tot de geschiktheid van het eigen werk.

4. De Raad overweegt als volgt.

4.1. De Raad heeft geen aanleiding gezien over de medische grondslag van het bestreden besluit een ander oordeel te geven dan de rechtbank. De Raad is met de rechtbank van oordeel dat er geen aanleiding is tot twijfel aan het standpunt van de (bezwaar)verzekeringsarts ten aanzien van de beperkingen van appellant op de datum in geding, 28 april 2009, zoals neergelegd in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van 18 mei 2009. De Raad neemt hierbij in aanmerking dat appellant door beide artsen lichamelijk en psychisch is onderzocht en dat de informatie van Nooij en de bedrijfsarts afdoende zijn meegewogen. In de FML zijn diverse beperkingen aangenomen in verband met appellants lichamelijke klachten en in verband met zijn psychische klachten zijn beperkingen aangenomen ten aanzien van omgaan met stress, deadlines, hoge werkdruk, emoties, conflicten en eindverantwoordelijkheid. De (bezwaar)verzekeringsarts heeft geen aanleiding gezien een urenbeperking aan te nemen omdat appellant nog steeds parttime werkt en daarnaast actief is met betrekking tot afspraken en gezinstaken. Voorts is van belang geacht dat geen sprake is van een aandoening die leidt tot een verminderd basaal energetisch niveau of van een preventieve indicatie omdat fulltime werken zou leiden tot schade van de gezondheid. Evenmin is sprake van een verminderde beschikbaarheid wegens het volgen van en dag(deel)behandeling. Uit de voorhanden informatie van de behandelende sector valt niet op te maken dat met deze beperkingen de belastbaarheid van appellant is onderschat. De informatie van de bedrijfsarts roept bij de Raad evenmin twijfel op aan de medische beoordeling door de (bezwaar)verzekeringsarts, nu de bedrijfsarts de uitgesproken verwachting dat de urenbeperking geruime tijd zal blijven bestaan niet medisch heeft onderbouwd en zijn advies bovendien geen betrekking heeft op de datum in geding. Nu appellant ook in hoger beroep niet aannemelijk heeft gemaakt dat zijn beperkingen in de FML onjuist zijn vastgesteld, is voor de Raad genoegzaam vast komen te staan dat de medische grondslag van het bestreden besluit juist is.

4.2. De Raad deelt ook het oordeel van de rechtbank over de arbeidskundige grondslag van het bestreden besluit. Uit het arbeidskundige rapport van 30 juni 2009 komt voldoende naar voren dat appellant geschikt moet worden geacht voor zijn eigen werk als hulpkok. Geschiktheid voor de maatmanarbeid rechtvaardigt in beginsel de vooronderstelling dat geen sprake is van arbeidsongeschiktheid, tenzij hervatting in de oude functie niet meer mogelijk is en zich in het concrete geval bijzonderheden voordoen die de juistheid van die vooronderstelling aantasten. De Raad is van oordeel dat appellants - vrijwillige - keuze om zijn arbeidsovereenkomst per 1 februari 2011 voor 19 uur te beëindigen geen bijzondere omstandigheid inhoudt die de juistheid van die vooronderstelling aantast.

4.3. Uit de overwegingen 4.1 en 4.2 volgt dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

5. De Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door J.W. Schuttel, in tegenwoordigheid van I.J. Penning als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 14 september 2012.

(getekend) J.W. Schuttel

(getekend) I.J. Penning

CVG