Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2012:BX7477

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
29-08-2012
Datum publicatie
17-09-2012
Zaaknummer
12-654 TW-PV
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Mondelinge uitspraak. De brief van 14 oktober 2010 is geen besluit maar een toelichting, die niet op enig zelfstandig rechtsgevolg is gericht. In de brief van 14 oktober 2010 wordt een voorlopig standpunt ingenomen over het recht van appellant op een uitkering op grond van de Werkloosheidswet en daarmee samenhangend het recht op een toeslag. Daartegen is geen bezwaar mogelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

12/654 TW-PV

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 15 december 2011, 11/1714 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[A. te B. ] (appellante)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

Datum uitspraak: 29 augustus 2012

Zitting heeft: mr. H.G. Rottier, lid van de enkelvoudige kamer.

Griffier: Z. Karekezi.

Ter zitting zijn verschenen: Appellant en zijn gemachtigde zijn met voorafgaande kennisgeving niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. T. van der Weert.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep

- vernietigt de aangevallen uitspraak;

- verklaart het beroep tegen het besluit van 9 maart 2011 gegrond en vernietigt dat besluit;

- verklaart het bezwaar van appellant tegen de brief van 14 oktober 2010 niet-ontvankelijk;

- veroordeelt het Uwv in de proceskosten van appellant in beroep en in hoger beroep tot een

bedrag van in totaal € 874,-;

- bepaalt dat het Uwv het door appellant in beroep en in hoger beroep betaalde griffierecht

van in totaal € 153,- vergoedt.

Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen:

De brief van 14 oktober 2010 is geen besluit maar een toelichting, die niet op enig zelfstandig rechtsgevolg is gericht. In de brief van 14 oktober 2010 wordt een voorlopig standpunt ingenomen over het recht van appellant op een uitkering op grond van de Werkloosheidswet en daarmee samenhangend het recht op een toeslag. Daartegen is geen bezwaar mogelijk. Het bezwaar van appellant had dan ook niet-ontvankelijk verklaard moeten worden.

Waarvan proces-verbaal.

De griffier De voorzitter

(getekend) Z. Karekezi (getekend) H.G. Rottier