Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2012:BX7469

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
14-09-2012
Datum publicatie
17-09-2012
Zaaknummer
10-4612 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Melding toegenomen arbeidsongeschiktheid afgewezen. Arbeidsongeschiktheidsklasse blijft ongewijzigd 35 tot 45%. Er is sprake van een zorgvuldig medisch onderzoek. Dat de bezwaarverzekeringsarts geen kennis heeft genomen van de cd-rom, doet daar niet aan af omdat de bezwaarverzekeringsarts wel kennis heeft genomen van de interpretatie van de MRI-scan in 2003 door een radioloog en de op een later moment door een neuroloog gegeven interpretatie van die MRI-scan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

10/4612 WAO

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Maastricht van 7 juli 2010, 09/976 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[A. te B. ] (appellant)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

Datum uitspraak: 14 september 2012

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. R.J.F.H. Weerts, advocaat, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 22 juni 2012. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. Weerts. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M.J.H.H. Fuchs.

OVERWEGINGEN

1.1. Appellant is op 4 december 2000 uitgevallen voor zijn werk als timmerman wegens verschillende lichamelijke klachten. Na medisch en arbeidskundig onderzoek is aan appellant met ingang van 3 april 2002 een uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) toegekend berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 35 tot 45%. De eerstejaars herbeoordeling heeft geleid tot een ongewijzigde vaststelling van de mate van arbeidsongeschiktheid van appellant.

1.2. Bij brief van 14 juni 2007 heeft appellant zich per 17 november 2006 toegenomen arbeidsongeschikt gemeld. Appellant heeft aangegeven dat hij in de periode van 22 november 2006 tot en met 28 november 2006 in verband met een hersenbloeding en aneurysma was opgenomen in het ziekenhuis. In verband hiermee is appellant gezien door de verzekeringsarts van het Uwv. Deze heeft appellant laten onderzoeken door psychiater D. Corstens en gedragswetenschapper S. Bisscheroux. In een rapport van 23 april 2008 concluderen zij onder meer dat er geen duidelijke aanwijzingen zijn voor evidente cognitieve stoornissen. Op 3 november 2008 wordt appellant wederom gezien door de verzekeringsarts, welke lichamelijk onderzoek verricht. Op basis van alle gegevens concludeert hij dat er sinds 22 november 2006 sprake is van toegenomen beperkingen enerzijds door een nieuwe ziekteoorzaak en anderzijds ten gevolge van de reeds bestaande ziektebeelden. Er wordt een Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) opgesteld met daarin zowel psychische als lichamelijke beperkingen. De arbeidskundige heeft, blijkens een rapport van

12 november 2008, een drietal voor appellant passende functies geselecteerd.

1.3. Bij besluit van 5 december 2008 deelt het Uwv appellant mee dat de arbeidsongeschiktheidsklasse ongewijzigd 35 tot 45% blijft.

2.1. In de bezwaarprocedure is, kort samengevat en voor zover van belang, namens appellant aangevoerd dat zijn belastbaarheid is overschat door het Uwv. Ter onderbouwing van dit standpunt is een huisartsenjournaal van 18 december 2008 ingebracht. De bezwaarverzekeringsarts ziet appellant op de hoorzitting en ziet, blijkens het rapport van 29 april 2009, geen grond om af te wijken van de bevindingen van de primaire verzekeringsarts. Het aneurysma belet appellant niet om min of meer normaal te functioneren en ook met de overige klachten is volgens de bezwaarverzekeringsarts in voldoende mate rekening gehouden bij het opstellen van de FML. De bezwaararbeidsdeskundige rapporteert op 6 mei 2009 en ziet, voor zover van belang, geen grond om af te wijken van de bevindingen van de primaire arbeidsdeskundige.

2.2. Bij besluit van 8 mei 2009 (bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar tegen het besluit van 5 december 2008 ongegrond verklaard.

3.1. In beroep is namens appellant naar voren gebracht dat hij zich, gezien zijn klachten, volledig arbeidsongeschikt acht. Het Uwv had meer beperkingen moeten aannemen. Appellant wijst er onder meer op dat hij op 24 september 2009 is geopereerd aan zijn rug wegens een vernauwing van het wervelkanaal. Dit was de oorzaak van de pijnuitstraling naar de linkerbil en het linkeronderbeen. Het Uwv had dit kunnen constateren indien de cd-rom van de MRI-scan van december 2003 was bestudeerd.

3.2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Zij heeft daartoe, voor zover van belang, overwogen dat het medisch onderzoek naar de beperkingen van appellant zorgvuldig is uitgevoerd en dat er geen aanknopingspunten zijn om appellant verder beperkt te achten dan door het Uwv is aangenomen. De door de arbeidsdeskundige geselecteerde functies worden door de rechtbank geschikt geacht.

4. In hoger beroep is namens appellant het standpunt gehandhaafd, dat er sprake is van verdergaande beperkingen dan door het Uwv zijn aangenomen. Het medisch onderzoek is onzorgvuldig uitgevoerd. Verder acht appellant zich niet in staat de geselecteerde functies te vervullen.

5. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

5.1. In hoger beroep heeft appellant de in eerdere fasen van de procedure naar voren gebrachte gronden en argumenten in essentie herhaald. Deze hebben de Raad niet tot een ander oordeel gebracht dan het in de aangevallen uitspraak neergelegde oordeel van de rechtbank. In het onderhavige geval is sprake van een zorgvuldig medisch onderzoek. Appellant is onderzocht door de verzekeringsarts, het Uwv heeft een medische expertise laten uitvoeren, de bezwaarverzekeringsarts heeft appellant gezien tijdens de hoorzitting en informatie uit de behandelende sector is betrokken bij de beoordeling van de klachten van appellant. Dat de bezwaarverzekeringsarts geen kennis heeft genomen van de in 3.1 vermelde cd-rom, doet daar niet aan af omdat de bezwaarverzekeringsarts wel kennis heeft genomen van de interpretatie van de MRI-scan in 2003 door een radioloog en de op een later moment door een neuroloog gegeven interpretatie van die MRI-scan. Het dossier bevat geen gegevens die de conclusie kunnen rechtvaardigen dat de verzekeringsartsen van het Uwv de psychische en lichamelijke gesteldheid van appellant op de datum in geding niet correct hebben vastgesteld. In de FML is rekening gehouden met zowel de bij appellant al langer aanwezige lichamelijke klachten als met de klachten ten gevolge van het aneurysma.

5.2. De Raad is verder van oordeel dat het Uwv de geschiktheid van appellant voor de door de arbeidsdeskundige geselecteerde functies in voldoende mate heeft onderbouwd. Van de zijde van appellant zijn daartegen in hoger beroep geen specifieke bezwaren aangevoerd.

5.3. Op grond van de overwegingen 5.1 en 5.2 dient de aangevallen uitspraak te worden bevestigd.

6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door M.M. van der Kade als voorzitter en T.L. de Vries en E.E.V. Lenos als leden, in tegenwoordigheid van G.J. van Gendt als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 14 september 2012.

(getekend) M.M. van der Kade

(getekend) G.J. van Gendt