Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2012:BX7246

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
07-09-2012
Datum publicatie
13-09-2012
Zaaknummer
11-7148 ANW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Afwijzing aanvraag nabestaandenuitkering. Aan de afwijzing ligt ten grondslag dat de overleden partner van appellante niet verzekerd was. Vast staat dan ook dat de echtgenoot van appellante niet vrijwillig verzekerd was voor de Anw. Vastgesteld kan worden dat tussen partijen niet in geschil is dat de echtgenoot van appellante op het tijdstip van zijn overlijden in Marokko woonde en niet meer werkzaam was in Nederland.

Op grond van artikel 26 van het Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden volksverzekeringen 1999 (Stb. 1998, 746) was voorts onder bepaalde voorwaarden verplicht verzekerd voor de Anw degene, die buiten Nederland woonde en die recht had op een uitkering krachtens, onder andere, de AOW. Dit betekent dat ook op grond van deze bepaling de echtgenoot op de dag van overlijden niet als verzekerd op grond van de Anw kan worden aangemerkt. Uit de aanvraag van appellante blijkt dat de echtgenoot op het tijdstip van zijn overlijden niet verzekerd was krachtens de Marokkaanse wettelijke regeling. Appellante komt daardoor ook op grond van het Verdrag niet in aanmerking voor een nabestaandenuitkering.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

11/7148 ANW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 25 oktober 2011, 10/5670 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[A. te B. ] (appellante)

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)

Datum uitspraak: 7 september 2012

PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. P.H.A. Brauer, advocaat, hoger beroep ingesteld.

De Svb heeft van verweer gediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 27 juli 2012. Appellante en haar gemachtigde zijn, met bericht, niet verschenen. De svb heeft zich laten vertegenwoordigen door J.Y. van den Berg.

OVERWEGINGEN

1. Bij besluit van 31 december 2009 heeft de Svb de aanvraag van appellante om toekenning van een nabestaandenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet (ANW) afgewezen. Aan dit besluit is ten gronde gelegd dat de op [datum van overlijden] overleden partner van appellante, [B. ], op de dag van zijn overlijden niet verzekerd was. Ook met toepassing van het internationale recht bestaat geen recht op een nabestaandenuitkering.

2. Bij besluit van 4 oktober 2010 is het bezwaar ongegrond verklaard.

3. De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard. Zij heeft daartoe als volgt overwogen (waarbij appellante is aangeduid als eiseres en de Svb als verweerder):

“3.1. Ingevolge artikel 13, eerste lid, van de Anw is verzekerd degene die ingezetene is of geen ingezetene is, doch ter zake van in Nederland in dienstbetrekking verrichte arbeid aan de loonbelasting is onderworpen.

3.2. Vastgesteld kan worden dat tussen partijen niet in geschil is dat de echtgenoot van eiseres op het tijdstip van zijn overlijden in Marokko woonde en niet meer werkzaam was in Nederland. Om die reden was de echtgenoot van eiseres op het tijdstip van zijn overlijden dan ook niet verzekerd op grond van artikel 13, eerste lid, van de Anw.

3.3. Ingevolge artikel 13, derde lid, van de Anw kan bij of krachtens algemene maatregel van bestuur, in afwijking van het eerste en tweede lid, uitbreiding danwel beperking worden gegeven aan de kring van verzekerden. Op grond van deze bepaling is KB 746 in werking getreden.

3.4. Op grond van artikel 26 van het Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden volksverzekeringen 1999 (Stb. 1998, 746) was voorts onder bepaalde voorwaarden verplicht verzekerd voor de Anw degene, die buiten Nederland woonde en die recht had op een uitkering krachtens, onder andere, de AOW. Dit artikel is met ingang van 1 januari 2000 komen te vervallen. Dit betekent dat ook op grond van deze bepaling de echtgenoot op de dag van overlijden niet als verzekerd op grond van de Anw kan worden aangemerkt.

3.5. Ingevolge artikel 13a, aanhef en onder a, van de Anw wordt als verzekerde aangemerkt de persoon van wie de verzekering op grond van deze wet voortvloeit uit de toepassing van een verdrag.

3.6. Ingevolge artikel 22, eerste lid, van het Verdrag kan, wanneer een overledene op het tijdstip van zijn overlijden verzekerd is ingevolge de Marokkaanse wettelijke regelingen, en tijdvakken ingevolge de Nederlandse wetgeving heeft vervuld, zijn weduwe aanspraak maken op een Nederlandse uitkering.

3.7. Uit de aanvraag van eiseres blijkt dat de echtgenoot op het tijdstip van zijn overlijden niet verzekerd was krachtens de Marokkaanse wettelijke regeling. Eiseres komt daardoor ook op grond van het Verdrag niet in aanmerking voor een nabestaandenuitkering.

3.8. Op grond van artikel 63, 63a en 63b van de Anw is vrijwillige verzekering op grond van de Anw alleen mogelijk in aansluiting op een periode van verplichte verzekering op grond van die wet en voor zover de aanvraag voor toelating tot de vrijwillige verzekering wordt ingediend uiterlijk één jaar na de dag waarop de verplichte verzekering is geëindigd.

3.9. Eiseres heeft haar echtgenoot op 17 februari 2010 postuum aangemeld voor de vrijwillige verzekering, zoals is bepaald in de artikelen 63 en 63a van de Anw. Verweerder heeft de aanvraag bij besluit van 9 april 2010 afgewezen, omdat niet is voldaan aan de voorwaarde van aanmelding binnen één jaar na het einde van de verplichte verzekering. Vast staat dan ook dat de echtgenoot van eiseres niet vrijwillig verzekerd was voor de Anw. Op dit punt heeft eiseres aangevoerd dat zij niet adequaat is voorgelicht over de wijziging van de regelgeving per

1 januari 2000. Naar het oordeel van de rechtbank rustte op verweerder geen verplichting om daarvoor in aanmerking komende personen te informeren over de mogelijkheid van het vrijwillig toetreden tot een verzekering. Zie hiervoor ook de uitspraak van de CRvB van 10 januari 2008, te vinden op www.rechtspraak.nl, onder LJN-nummer BC1676.”

4.1. In hoger beroep hebben partijen de in eerdere instanties voorgedragen standpunten in essentie herhaald.

4.2. Het geschil in hoger beroep ziet op de beantwoording van de vraag of de rechtbank met recht het beroep tegen het besluit van 4 oktober 2010 ongegrond heeft verklaard.

4.3. De Raad kan zich in grote lijnen vinden in de uitspraak van de rechtbank en de daaraan ten gronde gelegde overwegingen. Hetgeen door appellante is aangevoerd in hoger beroep heeft de Raad niet kunnen brengen tot een ander oordeel dan het in de aangevallen uitspraak neergelegde oordeel van de rechtbank. Daarbij dient nog te worden opgemerkt dat de onderhavige procedure betrekking heeft op de toekenning van een uitkering ingevolge de ANW en niet op de toelating tot de vrijwillige verzekering voor de ANW. Ter zitting is door de gemachtigde van de Svb opgemerkt dat ter zake van het verzoek om toelating tot de vrijwillige verzekering een procedure loopt bij de rechtbank. Mocht die procedure tot een voor appellante gunstig resultaat leiden dan zal het besluit dat onderwerp is van de onderhavige procedure herzien kunnen worden.

4.4. Het hoger beroep is vergeefs ingesteld.

5. De Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling van één van de partijen in de proceskosten.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door H.J. Simon in tegenwoordigheid van M.R. Schuurman als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 7 september 2012.

(getekend) H.J. Simon

(getekend) M.R. Schuurman