Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2012:BX6933

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
07-09-2012
Datum publicatie
12-09-2012
Zaaknummer
11-6109 AOW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Herziening
Inhoudsindicatie

Verzoek om herziening van de uitspraak van de Raad. Verzoeker heeft geen feiten of omstandigheden vermeld die bij hem vóór de uitspraak niet bekend waren en die hem redelijkerwijs ook niet bekend konden zijn, en die, waren ze bij de Raad eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak hadden kunnen leiden, zoals bedoeld in artikel 8:88 van de Awb. Er is niet voldaan aan de in artikel 8:88 van de Awb gegeven maatstaven voor herziening van een onherroepelijk geworden uitspraak.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

11/6109 AOW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het verzoek om herziening van de uitspraak van de Raad van 25 februari 2011, 10/3050

Partijen:

[A. te B. ] (verzoeker)

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)

Datum uitspraak: 7 september 2012

PROCESVERLOOP

Appellant heeft een verzoek om herziening van bovengenoemde uitspraak van de Raad ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 27 juli 2012. Appellant is niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door J.Y. van den Berg.

OVERWEGINGEN

1.1. De Raad heeft bij uitspraak van 25 februari 2011, waarvan herziening is gevraagd, de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 21 april 2010 bevestigd. Bij deze uitspraak had de rechtbank het beroep van verzoeker tegen het besluit van de Svb van 5 juni 2007 niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding.

1.2. Ingevolge artikel 8:88, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in samenhang met artikel 21 van de Beroepswet kan de Raad op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van feiten of omstandigheden die:

a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak,

b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en

c. waren zij bij de Raad eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.

1.3. Verzoeker heeft bij brief van 28 mei 2011 om herziening verzocht van de bovenvermelde uitspraak van de Raad. Hierbij heeft hij enkel gronden aangevoerd die betrekking hebben op de materiële inhoud van het besluit op bezwaar.

2.1. De Raad stelt vast dat verzoeker geen feiten of omstandigheden heeft vermeld die bij hem vóór de uitspraak van 25 februari 2011 niet bekend waren en die hem redelijkerwijs ook niet bekend konden zijn, en die, waren ze bij de Raad eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak hadden kunnen leiden, zoals bedoeld in artikel 8:88 van de Awb.

2.2. Uit het vorenstaande vloeit voort dat niet is voldaan aan de in artikel 8:88 van de Awb gegeven maatstaven voor herziening van een onherroepelijk geworden uitspraak. Het verzoek om herziening moet om die reden worden afgewezen.

2.3. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Awb inzake vergoeding van proceskosten.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep wijst het verzoek om herziening af.

Deze uitspraak is gedaan door H.J. Simon, in tegenwoordigheid van M.R. Schuurman als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 7 september 2012.

(getekend) H.J. Simon

(getekend) M.R. Schuurman