Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2012:BX6931

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
07-09-2012
Datum publicatie
11-09-2012
Zaaknummer
12-1161 WAO
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBROT:2012:250, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Weigering voorschot WAO-uitkering. De rechtbank heeft het beroep van appellant terecht niet-ontvankelijk verklaard. Geen procesbelang meer, nu definitief vaststaat dat appellant geen aanspraak maakt op een WAO-uitkering, zodat hem ook geen voorschot toekomt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

12/1161 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 26 januari 2012, 11/586 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[A. te B. ] (appellant)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

Datum uitspraak: 7 september 2012

PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Partijen hebben nadere stukken ingebracht.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 10 augustus 2012. Appellant is verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. P.C.M. Huijzer.

OVERWEGINGEN

1.1. Bij besluit van 24 november 2010 heeft het Uwv afwijzend beslist op appellants aanvraag om hem in afwachting van de definitieve vaststelling van het recht op een uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) een voorschot te verstrekken.

1.2. Bij besluit van 17 december 2010 (bestreden besluit) heeft het Uwv, beslissend op bezwaar, zijn besluit van 24 november 2010 gehandhaafd.

2. De rechtbank heeft het beroep van appellant tegen het bestreden besluit niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. In de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank hiertoe overwogen dat appellant, gelet op de uitspraak van de Raad van 30 december 2011, nr. 10/5652, niet meer kan bereiken hetgeen hij met het ingestelde beroep nastreeft. Uit voornoemde uitspraak van de Raad volgt immers dat appellant geen aanspraak maakt op een WAO-uitkering, zodat hem ook geen voorschot toekomt. Appellant heeft derhalve geen procesbelang bij een beoordeling van zijn beroep.

3. In hoger beroep heeft appellant de aangevallen uitspraak gemotiveerd bestreden. Tevens heeft appellant verzocht om een schadevergoeding.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1. De rechtbank heeft met juistheid overwogen dat appellant geen procesbelang meer heeft bij de beoordeling van zijn beroep. In hetgeen appellant in hoger beroep bij herhaling naar voren heeft gebracht, heeft de Raad geen aanleiding gezien voor een andersluidend oordeel. Hierbij neemt de Raad mede in aanmerking dat het herzieningsverzoek van appellant, gericht tegen de in 2 vermelde uitspraak van de Raad, bij uitspraak van 7 september 2012, onder nr. 12/930 WAO, is afgewezen.

4.2. Het hoger beroep slaagt niet. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd, zodat ook het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.

5. Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep

- bevestigt de aangevallen uitspraak;

- wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan door T. Hoogenboom, in tegenwoordigheid van Z. Karekezi als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 7 september 2012.

(getekend) T. Hoogenboom

(getekend) Z. Karekezi