Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2012:BX6928

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
03-09-2012
Datum publicatie
11-09-2012
Zaaknummer
11-6967 ANW-V
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Verzet
Inhoudsindicatie

Verzet ongegrond. In verzet heeft appellante geen verklaring gegeven voor het feit dat zij het beroepschrift (veel) te laat heeft ingediend.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

11/6967 ANW-V

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 15 december 2009, 08/2163 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[A. te B. ] (appellante)

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)

Datum uitspraak: 3 september 2012

PROCESVERLOOP

Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet van 10 februari 2012 heeft de Raad het door appellante ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.

Tegen de uitspraak van de Raad van 10 februari 2012 heeft appellante verzet gedaan.

Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 2 augustus 2012, waar partijen - de Svb met voorafgaand bericht - niet zijn verschenen.

OVERWEGINGEN

De uitspraak van de Raad van 10 februari 2012 berust op de overwegingen dat het beroepschrift niet tijdig is ingediend, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim is geweest.

Vaststaat dat het beroepschrift niet tijdig is ingediend. De laatste dag waarop tijdig een beroepschrift kon worden ingediend, was 26 januari 2011. Het beroepschrift is blijkens het poststempel op 25 november 2011 per post verzonden en op 2 december 2011 bij de Raad ontvangen.

In verzet heeft appellante geen verklaring gegeven voor het feit dat zij het beroepschrift (veel) te laat heeft ingediend. Zij heeft slechts aangegeven dat zij meent dat de Raad termijnen niet in acht neemt aangezien zij de uitspraak van de Raad van 10 februari 2012 eerst op 29 februari 2012 heeft ontvangen. Voorts heeft appellante uiteengezet op welke gronden zij recht meent te hebben op de door haar bij de Svb aangevraagde nabestaandenuitkering ingevolge de Algemene Nabestaandenwet.

De Raad stelt vast dat appellante in verzet geen feiten of omstandigheden heeft aangevoerd die leiden tot het oordeel dat de uitspraak van de Raad van 10 februari 2012 onjuist is. Ook overigens is van dergelijke feiten of omstandigheden niet gebleken.

Dit betekent dat het verzet ongegrond moet worden verklaard.

Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet ziet de Raad geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van D.W.M. Kaldenhoven als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 3 september 2012.

(getekend) T.G.M. Simons

(getekend) D.W.M. Kaldenhoven