Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2012:BX6753

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
07-09-2012
Datum publicatie
10-09-2012
Zaaknummer
12-930 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Afwijzing verzoek om herziening. Geen nieuwe feiten of omstandigheden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

12/930 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het verzoek om herziening van de uitspraak van de Raad van 30 december 2011, 10/5652 WAO

Partijen:

[A. te B.] (verzoeker)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

Datum uitspraak 7 september 2012.

PROCESVERLOOP

Verzoeker heeft om herziening verzocht.

Bij brief van 6 maart 2012 heeft mr. D. Matadien, advocaat, zich als gemachtigde van verzoeker gesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het verzoek is behandeld ter zitting van 10 augustus 2012. Verzoeker is verschenen, bijgestaan door mr. Matadien. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. P.C.M. Huijzer.

OVERWEGINGEN

1.1. Ingevolge artikel 21, eerste lid, van de Beroepswet in verbinding met artikel 8:88, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan een onherroepelijk geworden uitspraak van de Raad op verzoek van een partij worden herzien op grond van feiten en omstandigheden die:

a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak,

b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en

c. waren zij bij de Raad eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.

1.2. Het bijzondere rechtsmiddel van herziening is niet gegeven om een hernieuwde discussie over een zaak te voeren, noch ook om een discussie over de betrokken zaak te openen. Dit volgt onder meer uit de uitspraak van de Raad van 3 oktober 2003, LJN AN7982.

2. Bij de uitspraak waarvan herziening is verzocht, gepubliceerd onder LJN BV0029, heeft de Raad de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 9 september 2010, 09/4351 bevestigd. Bij deze uitspraak heeft de rechtbank het door verzoeker ingestelde beroep tegen het besluit van 17 december 2009 van het Uwv ongegrond verklaard. Met dit besluit heeft het Uwv verzoeker niet-ontvankelijk geacht in het door hem gemaakte bezwaar tegen het niet tijdig nemen van een besluit.

3. Het herzieningsverzoek strekt ten betoge dat er feiten en omstandigheden zijn op grond waarvan de in 2 genoemde uitspraak dient te worden herzien. Daarbij heeft verzoeker in den brede herhaald hetgeen hij eerder in de procedure (onder nummer 10/5652) naar voren heeft gebracht.

4.1. De brieven van verzoeker van 9 maart 2012 en 9 april 2012 noch datgene dat door en namens verzoeker ter zitting naar voren is gebracht bevatten feiten of omstandigheden die hem vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, als bedoeld in artikel 8:88, eerste lid, onder b, van de Awb. De als bijlage bij voornoemde brieven gevoegde informatie die verzoeker heeft overlegd zijn evenmin als zodanig te beschouwen. Alle gronden en argumenten die verzoeker heeft aangevoerd beogen de onjuistheid aan te tonen van het oordeel van Raad als neergelegd in de desbetreffende uitspraak, op grond van feiten en omstandigheden die al bekend waren voor die uitspraak. Aldus tracht verzoeker een hernieuwde discussie over de zaak te voeren.

4.2. Gelet op het voorgaande wordt het verzoek afgewezen.

5. Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep wijst het verzoek om herziening af.

Deze uitspraak is gedaan door T. Hoogenboom, in tegenwoordigheid van Z. Karekezi als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 7 september 2012.

(getekend) T. Hoogenboom

(getekend) Z. Karekezi

IvR