Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2012:BX6625

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
05-09-2012
Datum publicatie
06-09-2012
Zaaknummer
11-1647 ZFW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Afwijzing verzoek terug te komen van besluit inhoudende weigering een declaratie te vergoeden wegens in het buitenland gemaakte kosten. De brief van de Turkse arts van 23 augustus 2009 is geen nieuw gebleken feit of veranderde omstandigheid in de zin van artikel 4:6 van de Awb, aangezien het gaat om een verklaring die informatie bevat die appellant naar voren had kunnen brengen in een bezwaarschrift tegen het besluit van 6 augustus 2002.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

11/1647 ZFW

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Roermond van 31 januari 2011, 10/879 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[Appellant] te [woonplaats] (appellant)

VGZ Zorgverzekeraar nv, gevestigd te Arnhem (VGZ)

Datum uitspraak 5 september 2012.

PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

VGZ heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 13 juni 2012. Appellant is verschenen. VGZ heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. J.H.M. van Rijn.

OVERWEGINGEN

1.1. Bij besluit van 6 augustus 2002 heeft VGZ geweigerd een declaratie van appellant ten bedrage van € 5.003,82 te vergoeden op de grond dat in het buitenland gemaakte kosten alleen voor vergoeding in aanmerking komen indien er sprake is van spoedeisende hulp. De declaratie betrof een ziekenhuisopname in Turkije van 25 maart 2002 tot 13 mei 2002.

1.2. Appellant heeft VGZ bij brief van 18 december 2009 verzocht om terug te komen van het besluit van 6 augustus 2002. Hij heeft daarbij gewezen op een brief van 23 augustus 2009 van de Turkse specialist geestelijke gezondheid en ziekten dr. Günay ?etin, waarin deze verklaart dat appellant tussen 25 maart 2002 en 13 mei 2002 met spoed is opgenomen in het ziekenhuis in Balikli Rum te Istanbul, Turkije.

1.3. VGZ heeft het verzoek van appellant afgewezen bij besluit van 29 april 2010.

1.4. Bij besluit van 2 juni 2010 (bestreden besluit) heeft VGZ het bezwaar tegen het besluit van 29 april 2010 ongegrond verklaard.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep ongegrond verklaard.

3. Appellant heeft in hoger beroep aangevoerd dat de brief van dr. Günay ?etin een nieuw feit is als bedoeld in artikel 4:6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1. In artikel 4:6, eerste lid, van de Awb is bepaald dat, indien na een geheel of gedeeltelijk afwijzende beschikking een nieuwe aanvraag wordt gedaan, de aanvrager gehouden is nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden te vermelden. Ingevolge het tweede lid kan het bestuursorgaan, wanneer geen nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden worden vermeld, zonder toepassing te geven aan artikel 4:5 van de Awb, de aanvraag afwijzen onder verwijzing naar zijn eerdere afwijzende besluit.

4.2. De brief van dr. Günay ?etin van 23 augustus 2009 is geen nieuw gebleken feit of veranderde omstandigheid in de zin van artikel 4:6 van de Awb, aangezien het gaat om een verklaring die informatie bevat die appellant naar voren had kunnen brengen in een bezwaarschrift tegen het besluit van 6 augustus 2002.

3. VGZ was dan ook bevoegd om met toepassing van artikel 4:6, tweede lid, van de Awb, het verzoek af te wijzen en voor de motivering van die beslissing te volstaan met te verwijzen naar het besluit van 6 augustus 2002. In hetgeen door appellant is gesteld, ziet de Raad geen grond te oordelen dat VGZ niet in redelijkheid van die bevoegdheid gebruik heeft kunnen maken.

4. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

5. Voor een proceskostenveroordeling of de gevraagde veroordeling van VGZ tot vergoeding van schade in de vorm van wettelijke rente is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep

- bevestigt de aangevallen uitspraak;

- wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan door H.C.P. Venema als voorzitter en H.J. de Mooij en J.M.A. van der Kolk-Severijns als leden, in tegenwoordigheid van M.C. Nijholt als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 5 september 2012.

(getekend) H.C.P. Venema

M.C. Nijholt

De griffier is buiten staat te tekenen

HD