Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2012:BX6594

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
04-09-2012
Datum publicatie
06-09-2012
Zaaknummer
10-1681 WWB
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Intrekking bijstandsuitkering. Overschrijding vermogensgrens. Appellante heeft onvoldoende objectief verifieerbare gegevens overgelegd die haar standpunt ondersteunen dat de Mercedes gedurende de periode van belang geen bestanddeel vormde van haar vermogen. De stelling van appellante dat nergens uit zou blijken dat zij met haar geld de auto heeft gekocht, wat daarvan ook zij, kan hieraan niet afdoen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

10/1681 WWB

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 9 februari 2010, 09/3131 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[A.] te [B.] (appellante)

het college van burgemeester en wethouders van Ede (college)

Datum uitspraak 4 september 2012.

PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. R.C. Vermeer, advocaat, hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 12 juni 2012. Appellante is vertegenwoordigd door haar partner [naam partner] (partner) en mr. Vermeer. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door J.T. Aaldering.

OVERWEGINGEN

1. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.

1.1. Appellante en de partner ontvangen sinds 28 december 1994 bijstand naar de norm voor gehuwden, laatstelijk ingevolge de Wet werk en bijstand.

1.2. Bij besluit van 20 februari 2009 heeft het college de bijstand van appellante en de partner over de periode van 9 november 2002 tot en met 13 januari 2003 ingetrokken op de grond dat zij hebben nagelaten aan het college te melden dat gedurende die periode een Mercedes op naam van appellante heeft gestaan met een zodanige waarde dat zij beschikten over een vermogen dat de grens van het voor gehuwden vrij te laten vermogen overtrof.

1.3. Bij besluit van 26 juni 2009 (bestreden besluit) heeft het college het bezwaar tegen het besluit van 20 februari 2009 ongegrond verklaard.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.

3. Appellante heeft zich tegen deze uitspraak gekeerd. Zij betoogt net als in beroep dat de Mercedes ten tijde van belang niet aan haar toebehoorde maar aan haar zoon, [naam zoon] (zoon).

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1. Tussen partijen is uitsluitend in geschil of de Mercedes van 9 november 2002 tot en met 13 januari 2003 tot het vermogen van appellante moet worden gerekend.

4.2. Ingevolge artikel 42 van de Algemene bijstandswet worden tot de middelen gerekend alle vermogens- en inkomensbestanddelen waarover de alleenstaande of het gezin beschikt of redelijkerwijs kan beschikken.

4.3. Blijkens de gegevens van de Rijksdienst voor het Wegverkeer (RDW) stond het kenteken [nr.] van een auto van het merk Mercedes van 9 november 2002 tot en met 13 januari 2003 geregistreerd op naam van appellante. Volgens vaste rechtspraak (CRvB, 19 oktober 2010, LJN BO1318) rechtvaardigt het gegeven dat het kentekenbewijs van een auto op naam van de betrokkene staat, de vooronderstelling dat deze auto een bestanddeel vormt van diens vermogen waarover hij ook daadwerkelijk de beschikking heeft of redelijkerwijs kan beschikken. In een dergelijke situatie is het vervolgens aan betrokkene om in genoegzame mate aan te tonen dat het tegendeel het geval is. De rechtbank heeft op goede gronden geoordeeld dat appellante daarin niet is geslaagd.

4.4. Onbetwist is dat de factuur van de Mercedes op naam van appellante is gesteld. Blijkens de factuur is de auto op 20 november 2002 aangekocht voor € 22.000,-- van [naam autohandel] en is de auto contant betaald. De Mercedes was op naam van appellante verzekerd en appellante heeft ter zitting verklaard dat zij logischerwijs dan ook de verzekering van de auto betaalde. Voorts is van belang dat de Mercedes blijkens de gegevens van de RDW op 14 januari 2003 is verkocht aan een derde en niet op naam van de zoon is gekomen. De partner heeft desgevraagd ter zitting verklaard dat de Mercedes gewoon is verkocht, dat hij er verder niets over kan zeggen noch gegevens kan verstrekken over de verkoop. Op grond van vorenstaande beschikbare gegevens kan aan de op 13 maart 2009 opgestelde verklaring van [naam eigenaar], eigenaar van [naam autohandel], inhoudende dat de zoon de Mercedes heeft gekocht en betaald, niet de waarde worden gehecht die appellante daaraan gehecht zou willen zien. Appellante heeft onvoldoende objectief verifieerbare gegevens overgelegd die haar standpunt ondersteunen dat de Mercedes gedurende de periode van belang geen bestanddeel vormde van haar vermogen. De stelling van appellante dat nergens uit zou blijken dat zij met haar geld de auto heeft gekocht, wat daarvan ook zij, kan hieraan niet afdoen.

4.5. Uit hetgeen onder 4.1 tot en met 4.4 is overwogen volgt dat het hoger beroep niet slaagt, zodat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.

5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door O.L.H.W.I. Korte als voorzitter en M. Hillen en Y.J. Klik als leden, in tegenwoordigheid van R. Scheffer als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 4 september 2012.

(getekend) O.L.H.W.I. Korte

(getekend) R. Scheffer

HD