Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2012:BX6459

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
30-08-2012
Datum publicatie
05-09-2012
Zaaknummer
12-667 ANW-V
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Verzet
Inhoudsindicatie

Gegrond verzet (art. 8:55 Awb) tegen een uitspraak buiten zitting waarbij het hoger beroep van appellante niet-ontvankelijk is verklaard op de grond dat het verschuldigde griffierecht niet tijdig is betaald en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim is geweest. Bij het verzetschrift heeft appellante stukken van haar Marokkaanse bank gevoegd die - ten minste - het vermoeden rechtvaardigen dat appellante binnen de haar voor de betaling van het griffierecht gestelde (eerste) termijn de bank opdracht heeft gegeven het griffierecht over te maken en dat de bank dat binnen die termijn ook heeft gedaan. Niet valt na te gaan waardoor het bedrag pas enkele weken daarna, en daarmee buiten de gestelde (tweede) termijn, is bijgeschreven op de rekening van de Raad. Het in art. 6 lid 1 EVRM verankerde recht op toegang tot de rechter vergt dat de rechtzoekende in een dergelijke situatie het voordeel van de twijfel krijgt.

Wetsverwijzingen
Algemene wet bestuursrecht 8:55, geldigheid: 2012-08-30
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
USZ 2012/294
JB 2012/248
NJB 2012/1911

Uitspraak

12/667 ANW-V

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam 23 december 2011, 11/3212 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[A. te B. ] (appellante)

De Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank

Datum uitspraak: 30 augustus 2012

PROCESVERLOOP

Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet van 15 juni 2012 heeft de Raad het door appellante tegen de aangevallen uitspraak ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard.

Tegen de uitspraak van de Raad van 15 juni 2012 heeft appellante verzet gedaan.

OVERWEGINGEN

De uitspraak van de Raad van 15 juni 2012 berust op de overwegingen dat het verschuldigde griffierecht niet tijdig is betaald, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim is geweest.

Bij het verzetschrift heeft appellante stukken van haar Marokkaanse bank gevoegd die - ten minste - het vermoeden rechtvaardigen dat appellante binnen de haar voor de betaling van het griffierecht gestelde (eerste) termijn de bank opdracht heeft gegeven het griffierecht over te maken en dat de bank dat binnen die termijn ook heeft gedaan. Niet valt na te gaan waardoor het bedrag pas enkele weken daarna, en daarmee buiten de gestelde (tweede) termijn, is bijgeschreven op de rekening van de Raad. Het in artikel 6, eerste lid, van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden verankerde recht op toegang tot de rechter vergt dat de rechtzoekende in een dergelijke situatie het voordeel van de twijfel krijgt.

Dit betekent dat het verzet gegrond wordt verklaard, de uitspraak van de Raad van 15 juni 2012 vervalt en het onderzoek wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond.

Van kosten waarop een veroordeling in de proceskosten van het verzet betrekking kan hebben, is de Raad niet gebleken.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet gegrond.

Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van D.W.M. Kaldenhoven als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 30 augustus 2012.

(get.) T.G.M. Simons

(get.) D.W.M. Kaldenhoven

III. DÉCISION

La Centrale Raad van Beroep (Cour d'Appel Centrale),

statue:

Déclare le recours fondé

Par conséquent, décidée par T.G.M. Simons en présence de D.W.M. Kaldenhoven en qualité de greffier, ainsi que prononcée en public, le 30 août 2012.