Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2012:BX6453

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
31-08-2012
Datum publicatie
05-09-2012
Zaaknummer
12-4321 WIA
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Termijnoverschrijding indienen hoger beroepschrift.

Wetsverwijzingen
Algemene wet bestuursrecht ":9, geldigheid: 2012-08-31
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
USZ 2012/317
JB 2012/267

Uitspraak

12/4321 WIA

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage van 13 juni 2012, 11/6704 (aangevallen uitspraak).

Partijen:

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (appellant)

[A. te B. ] (betrokkene)

Datum uitspraak: 31 augustus 2012

PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een door de rechtbank ’s-Gravenhage op 13 juni 2012 tussen partijen gegeven uitspraak.

Deze uitspraak is op 13 juni 2012 in afschrift aan partijen toegezonden.

Het beroepschrift is op 31 juli 2012 ter griffie ontvangen. De enveloppe waarin het beroepschrift ter post is bezorgd, bevat geen poststempel.

OVERWEGINGEN

Volgens artikel 6:24 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in samenhang met de artikelen 6:7, 6:8, 6:9 en 6:11 van die wet geldt het volgende.

De termijn voor het indienen van een beroepschrift bedraagt zes weken. Deze termijn gaat in op de dag na die waarop de aangevallen uitspraak door middel van de toezending van een afschrift aan partijen is bekendgemaakt. In het onderhavige geval is deze termijn op 14 juni 2012 gaan lopen.

Een beroepschrift is tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn is ontvangen. Bij verzending per post is een beroepschrift tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn ter post is bezorgd, mits het niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen.

Op grond van de bovenvermelde gegevens moet worden geoordeeld dat het beroepschrift niet tijdig is ingediend.

Ten aanzien van een na afloop van de beroepstermijn ingediend beroepschrift blijft niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.

Bij schrijven van 6 augustus 2012 is aan appellant gevraagd naar de reden van de termijnoverschrijding.

Appellant heeft daarop bij brief van 13 augustus 2012 geantwoord dat het (voorlopig) hoger beroepschrift tijdig, op 23 juli 2012, is verzonden. Ter adstructie heeft appellant een schermprint uit het registratiesysteem overgelegd.

De Raad komt tot de volgende beoordeling.

In het onderhavige geval dient te worden beoordeeld of appellant het hoger beroepschrift tijdig ter post heeft bezorgd. Terpostbezorging vindt plaats op het moment dat een poststuk (bezwaar- of beroepschrift) in de brievenbus is gedeponeerd of op het postkantoor is aangeboden.

De datumstempel is veelal het enige vaststaande gegeven over het tijdstip van terpostbezorging.

Het ontbreken van bewijs komt voor rekening en risico van de verzender van het poststuk. Bij verzending ‘port betaald’ zonder datumstempel ontbreekt bewijs van tijdige postbezorging.

In de uitspraak van 17 augustus 2011, LJN BR5196, heeft de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State overwogen dat een verzonden poststuk in ieder geval wordt geacht tijdig ter post te zijn bezorgd als het de eerste of tweede werkdag na de laatste dag van de bezwaar- of beroepstermijn is ontvangen, tenzij op grond van vaststaande feiten aannemelijk is dat het later dan de laatste dag van de termijn ter post is bezorgd. In zijn arrest van 14 oktober 2011, nr. 11/01261, LJN BT7470, heeft de Hoge Raad dit uitgangspunt onderschreven voor gevallen waarin geen (leesbaar) poststempel op de enveloppe is geplaatst. Ook de Raad gaat in dergelijke gevallen daarvan uit.

In het onderhavige geval is het hoger beroepschrift meer dan twee werkdagen na afloop van de beroepstermijn ontvangen, zodat dit uitgangspunt niet kan worden toegepast. Het is vervolgens aan appellant om bewijs aan te dragen voor een tijdige terpostbezorging.

Appellant heeft ter adstructie van zijn standpunt dat het hoger beroepschrift wel tijdig ter post is bezorgd een schermprint uit het registratiesysteem overgelegd. De Raad stelt vast dat onder het kopje ‘Voorlopig HB’ de datum ‘23-7-2012’ is vermeld en dat het vakje naast ‘Gereed’ is aangevinkt. Appellant heeft hiermee niet aannemelijk gemaakt dat er sprake is geweest van een tijdige terpostbezorging. Ook anderszins valt uit de schermprint niet op te maken dat het hoger beroepschrift tijdig ter post is bezorgd. Daarvoor acht de Raad de informatie op de schermprint onvoldoende specifiek.

Van omstandigheden op grond waarvan de te late indiening van het hoger beroepschrift appellant niet kan worden tegengeworpen, is de Raad voorts niet gebleken.

Het hoger beroep is derhalve kennelijk niet-ontvankelijk, zodat zonder verder onderzoek wordt beslist zoals hierna is aangegeven.

Nu de aangevallen uitspraak in stand blijft, dient van appellant een griffierecht van € 466,- te worden geheven.

Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep:

- verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk;

- bepaalt dat van appellant een griffierecht van € 466,- wordt geheven.

Deze uitspraak is gedaan door T. Hoogenboom, in tegenwoordigheid van D.W.M. Kaldenhoven als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 31 augustus 2012.

(getekend) T. Hoogenboom

(getekend) D.W.M. Kaldenhoven

Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van het afschrift van deze uitspraak schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld te worden gehoord.