Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2012:BX6204

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
28-08-2012
Datum publicatie
31-08-2012
Zaaknummer
12-286 WWB
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Weigering bijzondere bijstand voor de kosten van vervanging van zijn vloerbedekking door zeil. Incidenteel voorkomende algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan. Die kosten dienen in beginsel te worden bestreden uit het inkomen, hetzij door middel van reservering, hetzij door middel van gespreide betaling achteraf. Geen bijzondere omstandigheden, die ertoe leiden dat die kosten niet uit de algemene bijstand en de aanwezige draagkracht kunnen worden voldaan. Beroep op het gelijkheidsbeginsel is te laat gedaan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

12/286 WWB

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 21 december 2011, 11/6408 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[Appellant] te [woonplaats] (appellant)

het college van burgemeester en wethouders van ’s-Gravenhage (college)

Datum uitspraak 28 augustus 2012.

PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 17 juli 2012. Appellant is verschenen. Het college heeft zich, met bericht, niet laten vertegenwoordigen.

OVERWEGINGEN

1. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.

1.1. Appellant heeft op 11 april 2011 bijzondere bijstand aangevraagd voor de kosten van vervanging van zijn vloerbedekking door zeil. Bij besluit van 28 april 2011 heeft het college deze aanvraag afgewezen op de grond dat deze kosten behoren tot de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan die uit de eigen middelen moeten worden bestreden. Bij besluit van

25 juli 2011 (bestreden besluit) heeft het college het bezwaar tegen het besluit van 28 april 2011 ongegrond verklaard.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.

3. Appellant heeft, samengevat, aangevoerd dat hij niet heeft kunnen reserveren voor de kosten van vervanging van zijn vloerbedekking en dat de vloerbedekking sneller beschadigd raakt door schade in de vloer zelf en doordat hij gebruik maakt van een zogeheten trippelstoel.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1. Appellant heeft eerst ter zitting van de Raad aangevoerd dat het college in strijd met het gelijkheidsbeginsel heeft gehandeld, omdat zijn buurman wel bijzondere bijstand heeft gekregen voor de kosten van vervanging van vloerbedekking. Deze stelling is in een zodanig laat stadium van de procedure naar voren gebracht, dat zij wegens strijd met de goede procesorde buiten de beoordeling zal worden gelaten. Niet valt in te zien dat appellant niet eerder naar voren had kunnen brengen dat het gelijkheidsbeginsel is geschonden.

4.2. Het gaat hier om kosten die gerekend worden tot de incidenteel voorkomende algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan. Die kosten dienen in beginsel te worden bestreden uit het inkomen, hetzij door middel van reservering, hetzij door middel van gespreide betaling achteraf. Daarvoor wordt alleen bijzondere bijstand verleend indien de kosten voortvloeien uit bijzondere omstandigheden, die ertoe leiden dat die kosten niet uit de algemene bijstand en de aanwezige draagkracht kunnen worden voldaan.

4.3. Hetgeen appellant heeft aangevoerd biedt geen grond voor het oordeel dat sprake is van bijzondere omstandigheden als hiervoor bedoeld. Uit de stukken is gebleken dat appellant ten tijde in geding een inkomen op bijstandsniveau had en dat hij in februari 2011 over drie jaar langdurigheidstoeslag heeft ontvangen tot een bedrag van € 1.530,--. Appellant heeft ervoor gekozen om met laatstgenoemd bedrag andere uitgaven te bekostigen. Voorts is van belang dat appellant zijn vloerbedekking in 2005 heeft laten leggen en dat hij vanaf 2008 de beschikking had over een trippelstoel. Gelet hierop moet ervan uit worden gegaan dat de kosten van vervanging van zijn vloerbedekking ten tijde in geding al geruime tijd voorzienbaar waren.

4.4. Uit het voorgaande vloeit voort dat het hoger beroep niet slaagt, zodat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.

5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door W.F. Claessens, in tegenwoordigheid van A.C. Oomkens als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 28 augustus 2012.

(getekend) W.F. Claessens

(getekend) A.C. Oomkens

HD