Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2012:BX6166

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
28-08-2012
Datum publicatie
30-08-2012
Zaaknummer
10-2525 WWB
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Aanvraag buiten behandeling gelaten. Bij aangetekende brief van 27 augustus 2009 is appellant uitgenodigd om uiterlijk vóór 10 september 2009 de in die brief vermelde ontbrekende stukken over te leggen. Daarbij is appellant er op gewezen dat de aanvraag niet zal worden behandeld indien hij niet aan de uitnodiging voldoet. Appellant heeft niet aan die uitnodiging voldaan. Appellant heeft geen feiten aannemelijk gemaakt op grond waarvan redelijkerwijs kan worden betwijfeld dat het afhaalbericht van de brief van 27 augustus 2009 is achtergelaten op het adres van appellant. Dat betekent dat het hoger beroep niet slaagt, zodat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

10/2525 WWB

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Haarlem van 19 april 2010, 09/6162 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

het college van burgemeester en wethouders van Haarlemmermeer (college)

Datum uitspraak: 28 augustus 2012

PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld en stukken overgelegd.

Het college heeft een verweerschrift en een aanvullend verweerschrift ingediend. Appellant heeft daarop schriftelijk gereageerd.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 17 juli 2012. Appellant is verschenen. Het college heeft zich, met bericht, niet laten vertegenwoordigen.

OVERWEGINGEN

1. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.

1.1. Appellant ontving een uitkering ingevolge de Ziektewet. Hij heeft op 1 juni 2009 aanvullend bijstand ingevolge de Wet werk en bijstand aangevraagd. Bij aangetekende brief van 27 augustus 2009 is appellant uitgenodigd om uiterlijk vóór 10 september 2009 de in die brief vermelde ontbrekende stukken over te leggen. Daarbij is appellant er op gewezen dat de aanvraag niet zal worden behandeld indien hij niet aan de uitnodiging voldoet. Appellant heeft niet aan die uitnodiging voldaan.

1.2. Bij besluit van 15 september 2009 heeft het college besloten de aanvraag van appellant niet in behandeling te nemen met toepassing van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht.

1.3. Bij besluit van 17 november 2009 (bestreden besluit) heeft het college het bezwaar tegen het besluit van 15 september 2009 ongegrond verklaard.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.

3. Appellant heeft zich in hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak gekeerd. Hij heeft het volgende aangevoerd. Er waren problemen met de postbezorging aan het adres van appellant en die problemen waren bekend. De (aangetekend verzonden) uitnodigingsbrief van 27 augustus 2009 heeft appellant niet bereikt. Die brief is aangeboden op een tijdstip dat appellant niet thuis was. Appellant heeft geen kennisgeving van de aanbieding van een aangetekend schrijven in zijn brievenbus aangetroffen. Achteraf is gebleken dat de buurman van appellant omstreeks 27 augustus 2009 wel een kennisgeving van TNT Post in zijn brievenbus heeft aangetroffen, doch zonder tenaamstelling. Die buurman is hiermee naar het postkantoor gegaan. Daar bleek dat die kennisgeving niet voor de buurman bestemd was, maar kennelijk voor appellant. Aan de buurman is toen meegedeeld dat de aangetekende brief opnieuw zou worden verzonden naar het juiste adres, maar appellant heeft deze nooit ontvangen.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1. In deze zaak beperkt het geschil zich tot de vraag of appellant (de kennisgeving van) de aangetekende brief van 27 augustus 2009 heeft ontvangen.

4.2. Indien een poststuk aangetekend is verzonden en de belanghebbende de ontvangst ervan ontkent, dient te worden onderzocht of het stuk door TNT Post op regelmatige wijze aan het adres van de belanghebbende is aangeboden. Wanneer TNT Post bij de aanbieding van het poststuk niemand thuis aantreft en daarom een afhaalbericht achterlaat, komt het niet afhalen van dat poststuk bij het kantoor van TNT Post voor rekening en risico van de belanghebbende. Stelt de belanghebbende geen afhaalbericht te hebben ontvangen, dan ligt het op zijn weg feiten aannemelijk te maken op grond waarvan redelijkerwijs kan worden getwijfeld dat een afhaalbericht is achtergelaten.

4.3. Niet in geschil is dat de brief van 27 augustus 2009 aangetekend is verstuurd naar het adres van appellant. Betwist wordt dat een kennisgeving dat de brief kan worden afgehaald, in de brievenbus van appellant is achtergelaten.

4.4. Appellant heeft ter ondersteuning van hetgeen hij heeft aangevoerd nadere stukken in geding gebracht met betrekking tot de communicatie tussen appellant en TNT Post. In de brief van TNT Post van 7 september 2010 wordt de door appellant geschetste gang van zaken met betrekking tot de achtergelaten kennisgeving echter niet bevestigd. Appellant heeft er ter zitting op gewezen dat zijn buurman de gang van zaken met betrekking tot de kennisgeving van TNT Post in een schriftelijke verklaring heeft vastgelegd. Volgens appellant heeft hij deze verklaring in beroep overgelegd aan de rechtbank en heeft hij deze op 2 juli 2012 persoonlijk bij de balie van de Raad afgegeven. Een verklaring van de buurman van appellant bevindt zich echter niet in het dossier van de rechtbank, noch bij de stukken van het hoger beroep. Appellant beschikt niet over een bewijsstuk waaruit blijkt dat hij die verklaring op 2 juli 2012 aan de Raad heeft aangeboden.

4.5. Gelet op hetgeen is overwogen in 4.4 heeft appellant geen feiten aannemelijk gemaakt op grond waarvan redelijkerwijs kan worden betwijfeld dat het afhaalbericht is achtergelaten op het adres van appellant. Dat betekent dat het hoger beroep niet slaagt, zodat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.

5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door J.J.A. Kooijman, in tegenwoordigheid van R. Scheffer als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 28 augustus 2012.

(getekend) J.J.A. Kooijman

(getekend) R. Scheffer

HD