Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2012:BX6163

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
30-08-2012
Datum publicatie
31-08-2012
Zaaknummer
11-2524 WUBO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Afwijzing voorzieningen op de grond dat deze niet in verband staan met de oorlogsinvaliditeit van betrokkene. Voor het standpunt van betrokkene dat zijn maag(zuur)klachten het gevolg waren van de spanningen gedurende de oorlog is volgens de geneeskundig adviseur van verweerder onvoldoende wetenschappelijk bewijs aanwezig. Het verband tussen spanningen en maag(zuur)klachten is niet aangetoond. De Raad heeft geen aanknopingspunten gevonden om dit standpunt van de geneeskundig adviseur onjuist te achten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

11/2524 WUBO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak in het geding tussen

Partijen:

de erven van [betrokkene], laatstelijk wonende te [woonplaats] (appellanten)

de Raad van Bestuur van de Sociale verzekeringsbank (verweerder)

Datum uitspraak: 30 augustus 2012

PROCESVERLOOP

[Betrokkene] (betrokkene) heeft beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder van 18 maart 2011, kenmerk BZ01273073 (bestreden besluit). Dit betreft de toepassing van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (WUBO). Betrokkene is op 26 februari 2012 overleden. Het geding wordt voortgezet door de erven.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 26 juli 2012. Namens appellanten is niemand verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. A. Marijnissen.

OVERWEGINGEN

1. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.

1.1. Betrokkene is geboren in 1936 in het voormalige Nederlands-Indiƫ. Bij besluit van 12 december 2000 van de voormalige Raadskamer WUBO van de Pensioen- en Uitkeringsraad (PUR) is hij op grond van blijvende psychische invaliditeit erkend als burger-oorlogsslachtoffer in de zin van de WUBO en is hem een toeslag op grond van artikel 19 van die wet toegekend. Bij besluit van diezelfde datum van de Raadskamer WUV van de PUR is vastgesteld dat betrokkene vervolging heeft ondergaan in de zin van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (WUV). Hierbij is het standpunt ingenomen dat de maag-, rug-, buik-, gehoor- en longklachten niet in verband staan met de oorlogservaringen van betrokkene.

1.2. In augustus 2010 heeft betrokkene verzocht om toekenning van een aantal voorzieningen. Hierbij heeft hij melding gemaakt van een kankergezwel in de slokdarm en aangekondigd dat er een zware operatie zou volgen. De gevraagde voorzieningen hielden verband met de gevolgen van die operatie.

1.3. Bij besluit van 21 oktober 2010 heeft verweerder aan betrokkene met ingang van 1 augustus 2010 een vergoeding toegekend voor de kosten van huishoudelijke hulp en een vergoeding voor de kosten van vervoer voor medische behandelingen en consulten. De overige voorzieningen zijn afgewezen op de grond dat deze niet in verband staan met de oorlogsinvaliditeit van betrokkene. Het in het onder 1.1 genoemde besluit met betrekking tot de WUV ingenomen standpunt dat de lichamelijke klachten niet in verband staan met de oorlogservaringen is hierbij gehandhaafd. Het door betrokkene tegen dit besluit gemaakte bezwaar is bij het bestreden besluit ongegrond verklaard.

2. Betrokkene heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Hij kon zich niet verenigen met het oordeel van verweerder dat de slokdarmklachten niet in verband staan met zijn oorlogservaringen. Spanningen in de oorlog zouden de oorzaak zijn van zijn maagklachten en de slokdarmziekte hield volgens appellant verband met het teveel aan maagzuur in de slokdarm.

3. De Raad overweegt als volgt.

3.1. Voor het standpunt van betrokkene dat zijn maag(zuur)klachten het gevolg waren van de spanningen gedurende de oorlog is volgens de geneeskundig adviseur van verweerder onvoldoende wetenschappelijk bewijs aanwezig. Het verband tussen spanningen en maag(zuur)klachten is niet aangetoond. De Raad heeft geen aanknopingspunten gevonden om dit standpunt van de geneeskundig adviseur onjuist te achten. Weliswaar is het terugvloeien van maagzuur in de slokdarm volgens heersend medisch inzicht een belangrijke risicofactor voor het ontstaan van tumoren in de slokdarm, maar nu ten aanzien van de maag(zuur)klachten het verband met de oorlogsomstandigheden niet is aangetoond, ontbreekt ook het causaal verband tussen de oorlogservaringen en de slokdarmziekte.

3.2. Gezien hetgeen onder 3.1 is overwogen moet het beroep ongegrond worden verklaard en is er geen aanleiding voor vergoeding van proceskosten.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door A. Beuker-Tilstra, in tegenwoordigheid van P.W.J. Hospel als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 30 augustus 2012.

(getekend) A. Beuker-Tilstra

(getekend) P.W.J. Hospel

HD