Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2012:BX6132

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
30-08-2012
Datum publicatie
31-08-2012
Zaaknummer
11-2249 AW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Ambtenarenrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De functietypering van de functie kwaliteitsmedewerker SOZA is op appellante van toepassing verklaard. Reorganisatie. Werkplan. Appellante heeft erkend dat de functietypering (op hoofdlijnen) overeenkomt met het werkplan. Gezien voorts de vrijheid die het college toekomt om zijn organisatie met inbegrip van de inhoud van de daarin voorkomende functies naar eigen inzicht in te richten, valt niet in te zien dat de functietypering niet op appellante van toepassing had mogen worden verklaard.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

11/2249 AW

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Alkmaar van 3 maart 2011, 10/1603 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[Appellante] te [woonplaats] (appellante)

het college van burgemeester en wethouders van Den Helder (college)

Datum uitspraak: 30 augustus 2012

PROCESVERLOOP

Appellante heeft hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 19 juli 2012. Appellante is verschenen. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. L.M. Burger, advocaat, en G. de Vries.

OVERWEGINGEN

1.1. Appellante was indertijd werkzaam in de functie van beslisser bij de Sociale Dienst, later: de afdeling Basis dienstverlening van de dienst Welzijn, van de gemeente Den Helder.

In het kader van een reorganisatie heeft het college op 17 juni 2008 een nieuw functieboek vastgesteld waarin (nieuwe) typeringen zijn opgenomen van de functies bij de gemeente Den Helder. Vervolgens is bij besluit van 26 juni 2008 de functietypering van de functie kwaliteitsmedewerker SOZA op appellante van toepassing verklaard. Het bij deze functie behorende niveau is (salarisschaal) 9.

1.2. Bij besluit van 1 juli 2009 heeft het college het bezwaar van appellante tegen het besluit van 26 juni 2008 ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 22 april 2010, 09/2012, heeft de rechtbank het beroep van appellante tegen deze beslissing op bezwaar gegrond verklaard, dit besluit vernietigd en het college opgedragen een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen met inachtneming van hetgeen in die uitspraak is overwogen. De rechtbank heeft hiertoe overwogen dat het college niet heeft gemotiveerd welke werkzaamheden appellante zijn opgedragen en waarom, gelet op de door haar feitelijk verrichte werkzaamheden, op appellante de functietypering van kwaliteitsmedewerker SOZA van toepassing is verklaard.

1.3. Bij het thans bestreden besluit van 15 juli 2010 heeft het college onder aanpassing van de motivering het besluit van 26 juni 2008 opnieuw gehandhaafd.

2. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep van appellante tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.

3. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

3.1. Uit de gedingstukken blijkt dat in het kader van een reorganisatie is besloten de functie van beslisser gefaseerd af te schaffen en de beslissers geleidelijk steeds meer in te zetten als kwaliteitsmedewerkers. Daartoe is een werkplan opgesteld dat ook appellante ter hand is gesteld. In dat plan zijn de taken van de kwaliteitsmedewerker SOZA opgenomen. Dit werkplan was uitgangspunt voor de bepaling van de functietypering van de kwaliteitsmedewerker SOZA. Appellante heeft erkend dat deze functietypering (op hoofdlijnen) overeenkomt met het werkplan. Gezien voorts de vrijheid die het college toekomt om zijn organisatie met inbegrip van de inhoud van de daarin voorkomende functies naar eigen inzicht in te richten, valt niet in te zien dat de functietypering niet op appellante van toepassing had mogen worden verklaard. Appellante heeft weliswaar gesteld dat de taken van de opgeheven functie van coördinator grotendeels zijn ondergebracht bij die van de kwaliteitsmedewerker, maar het college heeft erop gewezen dat dit niet geldt voor de taak om de medewerkers operationeel aan te sturen. Op dit punt is daarom geen aanpassing van de functiebeschrijving nodig en dus ook niet van de, op zich zelf door appellante niet bestreden, functiewaardering.

3.2. Het hoger beroep slaagt niet. De aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.

4. Er bestaat geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door K. Zeilemaker als voorzitter en N.J. van Vulpen-Grootjans en J.Th. Wolleswinkel als leden, in tegenwoordigheid van P.J.M. Crombach als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 30 augustus 2012.

(getekend) K. Zeilemaker

(getekend) P.J.M. Crombach

HD