Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2012:BX6110

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
28-08-2012
Datum publicatie
30-08-2012
Zaaknummer
11-594 WWB
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Afwijzing aanvraag bijzondere bijstand voor de kosten van porseleinen kroon. De ZVW wordt in beginsel als een aan de WWB voorliggende, toereikende en passende voorziening beschouwd. Nu de onderhavige kosten in de voorliggende voorziening als niet noodzakelijk worden aangemerkt, staat artikel 15, eerste lid, tweede volzin, van de WWB aan verlening van bijzondere bijstand in de weg. Buitenwettelijk begunstigend beleid. De Bestuurscommissie heeft de aanvraag in overeenstemming met haar beleid afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

11/594 WWB

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Dordrecht van 17 december 2010, 10/534 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[Appellante] te [woonplaats] (appellante)

de Bestuurscommissie Sociale Dienst Drechtsteden (Bestuurscommissie)

Datum uitspraak 28 augustus 2012.

PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. S. Zwiers, advocaat, hoger beroep ingesteld.

De Bestuurscommissie heeft een verweerschrift ingediend.

Appellante heeft een nader stuk ingediend.

De zaak is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 17 juli 2012. Partijen zijn, met bericht, niet verschenen.

OVERWEGINGEN

1. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.

1.1. Appellante ontvangt sinds 1985 bijstand. Op 29 oktober 2009 heeft appellante bijzondere bijstand aangevraagd voor de kosten van vervanging van een kroon. De kosten voor deze kroon, van porselein, worden begroot op € 545,20, waarvan een deel wordt vergoed door de zorgverzekeraar van appellante.

1.2. Bij besluit van 5 november 2009, zoals na bezwaar gehandhaafd bij besluit van 9 maart 2010 (bestreden besluit), heeft de Bestuurscommissie de aanvraag afgewezen. Aan dit besluit heeft de Bestuurscommissie ten grondslag gelegd dat de kosten van de aangevraagde tandheelkundige behandeling niet wordt vergoed op basis van de Zorgverzekeringswet (Zvw) en dat dit inhoudt dat in beginsel geen bijzondere bijstand kan worden verstrekt. Op grond van het door de Bestuurscommissie gevoerde beleid wordt alleen een kroon van plastisch materiaal volledig vergoed.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De rechtbank heeft het beleid van de Bestuurscommissie niet als kennelijk onredelijk aangemerkt. De Bestuurscommissie heeft naar het oordeel van de rechtbank overeenkomstig dit beleid geweigerd de kosten van een porseleinen kroon te vergoeden.

3. Appellante heeft in hoger beroep, samengevat, het volgende aangevoerd. De rechtbank is buiten de omvang van het geding getreden door te oordelen dat appellante haar stelling dat zij om medische redenen een porseleinen kroon behoeft niet aannemelijk heeft gemaakt. De rechtbank heeft voorts ten onrechte geoordeeld dat het niet toepassen van begunstigend beleid in het geval van appellante niet kennelijk onredelijk is. Het plaatsen van een kroon is volgens dit beleid in zijn algemeenheid noodzakelijk. Het feit dat alleen een kroon van plastisch materiaal voor vergoeding in aanmerking komt en een kroon van porselein niet, kan alleen budgettaire redenen hebben. In dat geval dient de Bestuurscommissie begunstigend beleid toe te passen. Het beleid dat de Bestuurscommissie hanteert, levert strijd op met het gelijkheidsbeginsel, nu in twee van de drie bij IZA Cura aangesloten regio’s, derhalve 21 van de 26 gemeenten, een porseleinen kroon wel wordt vergoed.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling, waarbij hij voor de relevante wettelijke bepalingen verwijst naar de aangevallen uitspraak.

4.1. Het betoog van appellante dat de rechtbank buiten de omvang van het geding is getreden door te overwegen dat de medische noodzaak van de porseleinen kroon niet aannemelijk is gemaakt, faalt. Deze overweging ziet op een beroepsgrond die appellante in beroep had aangevoerd, te weten dat zij om medische redenen is aangewezen op een porseleinen kroon.

4.2. Volgens vaste rechtspraak (CRvB 17 november 2009, LJN BK4230) dient voor de kosten van een tandheelkundige behandeling sinds 1 januari 2006 de Zorgverzekeringswet, mede gelet op artikel 2.7 van het Besluit zorgverzekering, in beginsel als een aan de WWB voorliggende, toereikende en passende voorziening te worden beschouwd. Nu de onderhavige kosten in de voorliggende voorziening als niet noodzakelijk worden aangemerkt, staat artikel 15, eerste lid, tweede volzin, van de WWB aan verlening van bijzondere bijstand in de weg.

4.3. De Bestuurscommissie heeft de aanvraag om bijzondere bijstand mede beoordeeld aan de hand van het door haar gevoerde beleid ten aanzien van het verstrekken van bijzondere bijstand voor de kosten van tandheelkundige hulp. Dit beleid komt erop neer dat bijzondere bijstand wordt verleend voor kosten van tandheelkundige behandelingen die voorkomen op het vergoedingenoverzicht van de aanvullende ziektekostenverzekering van IZA Cura Drechtsteden. Dit beleid moet, anders dan de rechtbank heeft aangenomen, worden gekwalificeerd als buitenwettelijk begunstigend beleid. Volgens vaste rechtspraak (CRvB 5 oktober 2010, LJN BO1031) wordt een dergelijk beleid als gegeven aanvaard en dient de door de bestuursrechter te verrichten toetsing zich te beperken tot de vraag of het beleid op consistente wijze is toegepast. Deze vraag wordt in dit geval bevestigend beantwoord. Volgens het vergoedingenoverzicht van het IZA Cura Drechtstedenpakket worden de kosten van een kroon van plastisch materiaal volledig vergoed. In dit geval gaat het om de kosten van een porseleinen kroon. De Bestuurscommissie heeft de aanvraag dan ook in overeenstemming met haar beleid afgewezen. Gezien de beperkte toetsing van het beleid zoals hiervoor omschreven, komt de Raad niet toe aan hetgeen appellante overigens heeft aangevoerd.

4.4. Uit het voorgaande volgt dat het hoger beroep niet slaagt, zodat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd, met verbetering van gronden.

5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door W.F. Claessens, in tegenwoordigheid van A.C. Oomkens als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 28 augustus 2012.

(getekend) W.F. Claessens

(getekend) A.C. Oomkens

HD