Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2012:BX6061

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
29-08-2012
Datum publicatie
30-08-2012
Zaaknummer
11-959 ZW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Beëindiging ZW-uitkering. Met het rapport van de bezwaararbeidsdeskundige is voldoende duidelijkheid verschaft over de aard en de zwaarte van het laatst verrichte werk van appellante, met name ten aanzien van het belastende aspect tillen. Er bestaat geen aanleiding om de conclusie van de bezwaarverzekeringsarts niet te volgen. Deze heeft op inzichtelijke wijze onderbouwd dat appellante geschikt is voor haar werk. De in hoger beroep overgelegde informatie werpt geen ander licht op de zaak.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

11/959 ZW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage van 12 januari 2011, 10/4680 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[Appellante] te [woonplaats] (appellante)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

Datum uitspraak 29 augustus 2012.

PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. M. Spek, advocaat, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 1 augustus 2012.

Appellante is verschenen, bijgestaan door mr. Spek. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M.J.F. Bär.

OVERWEGINGEN

1.1. Appellante, laatstelijk werkzaam als pedagogisch medewerkster bij een kindercentrum, heeft zich op 20 december 2009 vanuit een situatie dat zij een uitkering ingevolge de Werkloosheidwet (WW) ontving ziek gemeld wegens (toegenomen) rugklachten als gevolg van haar zwangerschap.

1.2. In de periode van 11 januari 2010 tot 3 mei 2010 heeft appellante een uitkering ingevolge de Wet arbeid en zorg (WAZO) ontvangen. In aansluiting hierop heeft appellante zich op 3 mei 2010 wederom ziek gemeld wegens rugklachten. Ter zake van deze ziekmelding heeft appellante op 3 juni 2010 het spreekuur van de bedrijfsarts N. Wildenborg bezocht. De bedrijfsarts komt na onderzoek tot de conclusie dat bij appellante sprake is van aspecifieke rugklachten en zij niet continu meer dan 15 kilo mag tillen, maar wel incidenteel. Bij besluit van 3 juni 2010 heeft het Uwv per 10 juni 2010 (verdere) uitkering van ziekengeld ingevolge de Ziektewet (ZW) geweigerd. Bij besluit van 1 juli 2010 (bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar van appellante tegen het besluit van 3 juni 2010, onder verwijzing naar het rapport van de bezwaarverzekeringsarts R.A. Admiraal van 30 juni 2010, ongegrond verklaard.

2. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep van appellante tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard en heeft daarbij met name betekenis toegekend aan de bevindingen van de betrokken (bezwaar)verzekeringsartsen en de bezwaararbeidsdeskundige.

3. In hoger beroep heeft appellante haar standpunt herhaald dat zij als gevolg van haar rugklachten en hoofdpijn, welke is geduid als spanningshoofdpijn, op de datum in geding niet in staat was tot het verrichten van haar arbeid. Appellante stelt verder dat zij, anders dan zij eerder meende, ook psychische klachten heeft. Ter onderbouwing van haar standpunt heeft appellante informatie van haar behandelend psychiater P. Chin A Foengh van 8 september 2011 overgelegd.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1. Ingevolge artikel 19, eerste en vierde lid, van de ZW heeft de verzekerde bij ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid, als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte of gebreken, recht op ziekengeld

4.2. Hetgeen appellante in hoger beroep heeft aangevoerd vormt in essentie een herhaling van hetgeen zij in beroep naar voren heeft gebracht. De rechtbank heeft de beroepsgronden van appellante uitvoerig besproken en genoegzaam gemotiveerd waarom deze niet slagen. De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank en de overwegingen die daaraan ten grondslag hebben gelegen.

4.3. Met het rapport van de bezwaararbeidsdeskundige H. de Rooy van 17 augustus 2010 is voldoende duidelijkheid verschaft over de aard en de zwaarte van het laatst verrichte werk van appellante, met name ten aanzien van het belastende aspect tillen. Er bestaat geen aanleiding om de conclusie van de bezwaarverzekeringsarts, zoals neergelegd in diens rapport van 19 augustus 2010, niet te volgen. Deze heeft op inzichtelijke wijze onderbouwd dat appellante geschikt is voor haar werk.

4.4. De in hoger beroep overgelegde informatie van psychiater Chin A Foeng van 8 september 2011 werpt geen ander licht op de zaak. Uit deze informatie komt naar voren dat appellante zich op 16 september 2010 heeft aangemeld en het eerste gesprek pas op 11 oktober 2010 heeft plaatsgevonden. Over de toestand van appellante per datum in geding, te weten 10 juni 2010, kan de psychiater niets met zekerheid zeggen. De bezwaarverzekeringsarts heeft in zijn rapportage van 22 september 2011 voldoende gemotiveerd aangegeven waarom de overgelegde informatie van de psychiater hem geen aanleiding geeft het eerder ingenomen standpunt te wijzigen. Er is geen reden voor twijfel aan de reactie van de bezwaarverzekeringsarts. Uit het medisch onderzoek van zowel de bedrijfsarts Wildenborg als de bezwaarverzekeringsarts zijn geen aanwijzingen naar voren gekomen dat bij appellante op de datum in geding reeds sprake was van een psychiatrische stoornis.

5. Uit hetgeen onder 4.1 tot en met 4.4 is overwogen volgt dat het hoger beroep van appellante niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

6. De Raad acht geen gronden aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep

- bevestigt de aangevallen uitspraak;

- wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan door Ch. van Voorst, in tegenwoordigheid van I.J. Penning als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 29 augustus 2012.

(getekend) Ch. van Voorst

(getekend) I.J. Penning

NW