Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2012:BX5915

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
29-08-2012
Datum publicatie
30-08-2012
Zaaknummer
11-622 ZW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Weigering uitkering ingevolge de Ziektewet. De (bezwaar)verzekeringsartsen hebben voldoende inzichtelijk gemotiveerd waarom betrokkene ondanks haar klachten op de datum in geding niet ongeschikt was voor haar werk als tomatenplukster. Dat appellante voordien met mogelijk dezelfde klachten voor de ZW is geaccepteerd en nadien onder behandeling bij het RCG is gekomen maakt dit niet anders.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

11/622 ZW

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Roermond van 13 december 2010, 10/768 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[Appellante] te [woonplaats] (appellante)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

Datum uitspraak 29 augustus 2012.

PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. R.A.N.H. Verkoeijen, advocaat, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Bij brief van 25 juni 2012 heeft mr. Verkoeijen nadere medische informatie overgelegd.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 18 juli 2012. Namens appellante is

mr. Verkoeijen verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door drs. R. Spanjer.

OVERWEGINGEN

1.1. De Raad gaat uit van de feiten die de rechtbank in de aangevallen uitspraak heeft vermeld en volstaat hier met het volgende.

1.2. Bij besluit van 23 maart 2010 heeft het Uwv appellante ingaande 22 maart 2010 verdere uitkering ingevolge de Ziektewet (ZW) geweigerd omdat zij ondanks haar rug- en psychische klachten door de verzekeringsarts niet langer ongeschikt werd bevonden voor haar arbeid als tomatenplukster.

1.3. Bij besluit van 10 mei 2010 (bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar van appellante tegen het besluit van 23 maart 2010 onder verwijzing naar het rapport van de bezwaarverzekeringsarts van 6 mei 2010 ongegrond verklaard.

2. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De rechtbank heeft overwogen geen aanleiding te zien om de medische beoordeling door de (bezwaar)verzekeringsartsen, die mede berust op informatie van de huisarts, radioloog en psychiater, onzorgvuldig te achten. Voorts zijn in beschikbare gegevens geen, althans onvoldoende, aanknopingspunten te vinden voor twijfel aan de bevindingen van de (bezwaar)verzekeringsartsen.

3.1. Appellante heeft in hoger beroep aangegeven dat zij gedurende vier dagen per week deelneemt aan de Psychotische Kwetsbaarheid Groep bij het Regionaal Centrum Geestelijke Gezondheidszorg (RCG) te Venlo. Voorts heeft zij naar voren gebracht dat zij in een eerder stadium met dezelfde klachten wel voor de ZW is geaccepteerd.

3.2. Het Uwv heeft opgemerkt dat de hersteldverklaring per 22 maart 2010 voldoende is onderbouwd door de (bezwaar)verzekeringsarts. Voorts heeft de bezwaarverzekeringsarts aangegeven, dat de bij brief van 25 juni 2012 ingebrachte medische informatie niet tot een ander standpunt leidt.

4. Hetgeen appellante heeft aangevoerd is geen reden om van het oordeel van de rechtbank, neergelegd in de aangevallen uitspraak, af te wijken en de aan dat oordeel ten grondslag gelegde overwegingen niet te onderschrijven. De (bezwaar)verzekeringsartsen hebben voldoende inzichtelijk gemotiveerd waarom appellante ondanks haar klachten op de datum in geding niet ongeschikt was voor haar werk als tomatenplukster. Dat appellante voordien met mogelijk dezelfde klachten voor de ZW is geaccepteerd en nadien onder behandeling bij het RCG is gekomen maakt dit niet anders. Ook leiden de in hoger beroep overgelegde verklaringen van de sociaal psychiatrisch verpleegkundige L. Vrolijk en de psychiater

C. Colaklar niet tot een ander oordeel nu de daarin gegeven informatie in wezen geen andere is dan die welke de (bezwaar)verzekeringsartsen destijds bekend was.

5. Het vorenstaande leidt tot de slotsom dat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt

6. Er zijn geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door Ch. van Voorst als voorzitter en J. Riphagen en A.I. van der Kris als leden, in tegenwoordigheid van Z. Karekezi als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 29 augustus 2012.

(getekend) Ch. van Voorst

(getekend) Z. Karekezi

EV