Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2012:BX5802

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
23-08-2012
Datum publicatie
27-08-2012
Zaaknummer
11-3617 AOW-V
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Verzet
Inhoudsindicatie

Verzet ongegrond. De Raad is van oordeel dat niet is gebleken van feiten of omstandigheden die leiden tot het oordeel dat de uitspraak van de Raad van 16 september 2011 onjuist is.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

11/3617 AOW-V

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 26 mei 2011, 10/5538 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant] te [woonplaats], Marokko (appellant)

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)

Datum uitspraak: 23 augustus 2012

PROCESVERLOOP

Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet van 16 september 2011 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.

Tegen de uitspraak van de Raad van 16 september 2011 heeft appellant verzet gedaan.

Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 2 augustus 2012, waar partijen - de Svb met voorafgaand bericht - niet zijn verschenen.

OVERWEGINGEN

De uitspraak van de Raad van 16 september 2011 berust op de overwegingen dat het verschuldigde griffierecht niet binnen de bij - aangetekend verzonden - brief van 25 juli 2011 gestelde (laatste) termijn van vier weken is bijgeschreven op de rekening van de Raad dan wel ter griffie is gestort, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.

In het verzetschrift heeft appellant aangevoerd dat hij het griffierecht bij brief van 18 augustus 2011 contant heeft betaald. Appellant heeft een kopie meegezonden van een brief van 15 augustus 2011 en een kopie van een verzendbewijs waaruit de aangetekende verzending zou moeten worden afgeleid.

Vaststaat dat bij de Raad geen brief van 15 dan wel 18 augustus 2011 is ontvangen. In de financiële administratie van de Raad is ook overigens geen door of namens appellant gedane betaling aangetroffen.

Bij brief van 29 december 2011 heeft de Raad appellant geadviseerd bij het postbedrijf in Marokko te informeren naar de verzending van zijn brief en hem verzocht de Raad binnen een termijn van zes weken te informeren. Appellant heeft deze termijn ongebruikt voorbij laten gaan.

De Raad is van oordeel dat niet is gebleken van feiten of omstandigheden die leiden tot het oordeel dat de uitspraak van de Raad van 16 september 2011 onjuist is.

Dit betekent dat het verzet ongegrond dient te worden verklaard.

Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet ziet de Raad geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van D.W.M. Kaldenhoven als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 23 augustus 2012.

(getekend) T.G.M. Simons

(getekend) D.W.M. Kaldenhoven

NW

DECISION

La Centrale Raad van Beroep (Cour d’Appel Centrale),

statue:

Déclare le recours non fondé.

Par conséquent, décidée par T.G.M. Simons en présence de D.W.M. Kaldenhoven en qualité de greffier, ainsi que prononcée en public, le 23 Août 2012.