Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2012:BX5767

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
24-08-2012
Datum publicatie
27-08-2012
Zaaknummer
11-2003 ANW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Afwijzing aanvraag ANW-uitkering. De echtgenoot van appellante was niet verzekerd voor de ANW. De Raad kan zich geheel vinden in het oordeel van de rechtbank en de daaraan ten grondslag liggende overwegingen. Hetgeen appellante in hoger beroep heeft aangevoerd bevat, in vergelijking met haar stellingname bij de rechtbank, geen nieuwe gezichtspunten en kan niet tot een ander oordeel leiden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

11/2003 ANW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 24 februari 2011, 10/4283 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellante] te [woonplaats], Turkije (appellante)

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)

Datum uitspraak: 24 augustus 2012

PROCESVERLOOP

Appellante heeft hoger beroep ingesteld.

De Svb heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 13 juli 2012. Appellante is niet verschenen. De Svb was vertegenwoordigd door mr. G.E. Oudenes.

OVERWEGINGEN

1.1. Appellante is geboren in 1949 en woont in Turkije. Haar echtgenoot, geboren in 1941, is overleden op 10 november 2009. De echtgenoot van appellante is in het verleden werkzaam geweest in Nederland, ontving een uitkering ingevolge de Algemene Ouderdomswet (AOW) en was ten tijde van zijn overlijden woonachtig in Turkije.

1.2. Appellante heeft op 2 december 2009 een uitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet (ANW) aangevraagd. Bij besluit van 14 juni 2010 heeft de Svb de aanvraag afgewezen en zich daarbij op het standpunt gesteld dat de echtgenoot van appellante op de dag van zijn overlijden niet op grond van nationale dan wel internationale regels als verzekerde voor de ANW kon worden aangemerkt.

1.3. Bij beslissing op bezwaar van 5 augustus 2010 (bestreden besluit) is het bezwaar van appellante tegen het besluit van 14 juni 2010 ongegrond verklaard.

2. Bij de aangevallen uitspraak is het beroep van appellante tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De rechtbank heeft daarbij het standpunt van de Svb onderschreven dat de echtgenoot van appellante niet verzekerd was voor de ANW, omdat hij ten tijde van zijn overlijden niet in Nederland woonde of werkte. Voorts was hij volgens opgave van appellante niet daadwerkelijk verzekerd ingevolge de Turkse wetgeving en is evenmin gebleken dat hij zich vrijwillig verzekerd had voor de ANW. De rechtbank heeft aan haar overwegingen toegevoegd dat de Svb niet verplicht was om de echtgenoot van appellante ten tijde van de beëindiging van de verplichte verzekering te informeren over de mogelijkheid tot vrijwillige verzekering. Ook kunnen naar het oordeel van de rechtbank de door appellante aangevoerde persoonlijke omstandigheden geen rol spelen bij het antwoord op de vraag of recht op een nabestaandenuitkering bestaat. Er is immers niet voldaan aan de eis van verzekering.

3. In hoger beroep heeft appellante zich op het standpunt gesteld dat de aanvraag ten onrechte is afgewezen. Zij heeft daartoe aangevoerd dat haar echtgenoot jarenlang in Nederland heeft gewerkt en premies heeft betaald en zij na zijn overlijden zonder inkomen is geraakt. Appellante acht het onacceptabel dat een instantie als de Svb, die verantwoordelijk is voor de sociale zekerheid van werknemers, niet verplicht is gesteld met name aan buitenlandse werknemers duidelijke informatie te verstrekken over het systeem van sociale zekerheid en de verzekeringsmethoden.

4. De Raad overweegt als volgt.

4.1. De Raad constateert dat appellante in hoger beroep nagenoeg heeft volstaan met het herhalen van bij de rechtbank ingebrachte beroepsgronden. De Raad kan zich geheel vinden in het oordeel van de rechtbank en de daaraan ten grondslag liggende overwegingen. Hetgeen appellante in hoger beroep heeft aangevoerd bevat, in vergelijking met haar stellingname bij de rechtbank, geen nieuwe gezichtspunten en kan niet tot een ander oordeel leiden. Appellante heeft haar stelling dat de aan haar echtgenoot verstrekte informatie over de mogelijkheid zich vrijwillig te verzekeren onduidelijk is geweest, niet met overlegging van de relevante stukken onderbouwd.

4.2. De aangevoerde persoonlijke omstandigheden vormen naar het oordeel van de Raad geen bijzondere en uitzonderlijke omstandigheden waardoor de dwingendrechtelijke bepalingen van de ANW in dit geval opzij gezet kunnen worden, omdat strikte naleving in dit geval geen rechtsplicht meer kan zijn.

5. Uit de overwegingen 4.1 en 4.2 volgt dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.

6. Voor een veroordeling in de proceskosten is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door C.W.J. Schoor, in tegenwoordigheid van G.J. van Gendt als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 24 augustus 2012.

(getekend) C.W.J. Schoor

(getekend) G.J. van Gendt

EV