Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2012:BX5760

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
24-08-2012
Datum publicatie
27-08-2012
Zaaknummer
11-1422 WIA
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Weigering toekenning Wet WIA-uitkering. De rechtbank is terecht tot de conclusie gekomen dat de belastbaarheid van appellant juist is vastgesteld en dat appellant in staat moet worden geacht de hem voorgehouden functies te vervullen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

11/1422 WIA

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 18 januari 2011, 10/306 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

Datum uitspraak: 24 augustus 2012

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft [naam dochter], dochter van appellant, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 13 juli 2012.

Namens appellant is verschenen [naam dochter]. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door A. Anandbahadoer.

OVERWEGINGEN

1.1. Appellant, laatstelijk werkzaam als heftruckchauffeur, is op 15 juni 2007 uitgevallen voor zijn werk met rugklachten en depressieve klachten.

1.2. In het kader van de beoordeling van zijn aanspraak op een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) is appellant op 12 mei 2009 onderzocht door de verzekeringsarts. Na lichamelijk en psychisch onderzoek concludeerde de verzekeringsarts in zijn rapport van 13 mei 2009 tot het aannemen van enige beperkingen in het persoonlijk en sociaal functioneren en legde hij zijn bevindingen vast in een Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) van eveneens 13 mei 2009. Vervolgens heeft het Uwv na arbeidskundig onderzoek bij besluit van 26 juni 2009 vastgesteld dat voor appellant met ingang van 12 juni 2009 geen recht was ontstaan op een uitkering ingevolge de Wet WIA, omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was.

1.3. In bezwaar heeft appellant gesteld dat hij volledig arbeidsongeschikt is. Ter ondersteuning van zijn standpunt heeft hij een verklaring overgelegd van zijn behandelend psychiater (in opleiding) J. Tijdink en psychiater dr. A. Korzec van 1 oktober 2009. De bezwaarverzekeringsarts heeft in zijn rapport van 15 oktober 2009 te kennen gegeven dat hij zich kan verenigen met de voor appellant door de verzekeringsarts vastgestelde belastbaarheid. Bij besluit van 10 december 2009 heeft het Uwv het tegen het besluit van 26 juni 2009 gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant, ingesteld tegen het besluit van 10 december 2009 (bestreden besluit) ongegrond verklaard. De rechtbank heeft zich kunnen verenigen met zowel de medische als de arbeidskundige grondslag van het bestreden besluit.

3. In hoger beroep heeft de gemachtigde van appellant aangevoerd dat sprake is van een ernstige depressie. De gemachtigde heeft een brief overgelegd van psychiater S. Sidali van 26 maart 2011.

4.1. De Raad is met de rechtbank van oordeel dat het medisch onderzoek naar de beperkingen van appellant op zorgvuldige en juiste wijze is verricht. Mede gelet op de in het dossier beschikbare medische informatie omtrent de gezondheidstoestand van appellant ten tijde in geding, 12 juni 2009, ziet de Raad geen aanknopingspunten voor twijfel aan de in de FML vastgelegde beperkingen.

4.2. De bezwaarverzekeringsarts heeft in de rapportage van 25 mei 2011 vermeld dat het in hoger beroep overgelegde schrijven van psychiater Sidali van 26 maart 2011 geen aanleiding geeft om de belastbaarheid van appellant te herzien. De bezwaarverzekeringsarts heeft, mede gelet op de datum in geding, geen aanleiding gezien inhoudelijk in te gaan op het gestelde verschil in ernst van de depressie. Verder heeft de bezwaarverzekeringsarts verwezen naar de brief van internist dr. E.H. van der Poest Clement van 29 juni 2009, waarin de internist heeft aangegeven dat appellant al sinds 1981 bekend is met diabetes mellitus, sinds 2003 ingesteld met een insulinepomp, gereguleerd zonder al te grote uitschieters.

De Raad acht deze toelichting voldoende. Psychiater Korzec, volgens wie bij appellant sprake was van een depressieve stoornis in gedeeltelijke remissie en een pijnstoornis, heeft in de in 1.3 vermelde verklaring te kennen gegeven dat appellant zich uiteindelijk meer kon ontspannen en gedeeltelijk opknapte. Korzec verwees appellant terug naar zijn huisarts voor vervolgbehandeling, bestaande uit laag frequente medicamenteuze controle en dagactiviteiten op het dagactiviteitencentrum. Uit de verklaring van Korzec valt niet af te leiden dat appellant met deze behandelaar geen klik had, zich niet begrepen voelde en dat zijn psychiatrische aandoening nauwelijks verbeterde, zoals psychiater Sidali heeft aangegeven. Daarbij komt dat psychiater Sidali appellant op 15 juli 2010, ruim een jaar na de datum in geding, voor het eerst heeft gezien.

4.3. De rechtbank is terecht tot de conclusie gekomen dat de belastbaarheid van appellant juist is vastgesteld en dat appellant in staat moet worden geacht de hem voorgehouden functies te vervullen.

4.4. Hetgeen in 4.1 tot en met 4.3 is overwogen leidt de Raad tot het oordeel dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

5. De Raad ziet tot slot geen aanleiding om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door C.W.J. Schoor, in tegenwoordigheid van G.J. van Gendt als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 24 augustus 2012.

(getekend) C.W.J. Schoor

(getekend) G.J. Gendt

EV