Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2012:BX5379

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
20-08-2012
Datum publicatie
22-08-2012
Zaaknummer
12-49 WAO-V
Formele relaties
Cassatie: ECLI:NL:HR:2012:BY3361
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Verzet
Inhoudsindicatie

Verzet ongegrond. Niet is gebleken van feiten of omstandigheden die leiden tot het oordeel dat appellant niet in verzuim is geweest.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

12/49 WAO-V

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 25 november 2011, 11/3758 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant] te [woonplaats], Marokko (appellant)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

Datum uitspraak: 20 augustus 2012

PROCESVERLOOP

Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet van 30 maart 2012 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.

Tegen de uitspraak van de Raad van 30 maart 2012 heeft appellant verzet gedaan.

Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 2 augustus 2012, waar partijen - het Uwv met voorafgaand bericht - niet zijn verschenen.

OVERWEGINGEN

De uitspraak van de Raad van 30 maart 2012 berust op de overwegingen dat de gronden van het hoger beroep niet binnen de bij - aangetekend verzonden - brief van 10 februari 2012 gestelde termijn van vier weken zijn ingediend, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.

Vaststaat dat de gronden van het hoger beroep zijn ingediend bij faxbericht van 12 maart 2012. Dat is na het verstrijken van de termijn, die eindigde op 9 maart 2012.

In het verzetschrift heeft appellant aangegeven dat de brief van de Raad van 10 februari 2012 niet aangetekend is verzonden en dat hij deze brief pas op 9 maart 2012, per gewone post, heeft ontvangen.

De Raad stelt in de eerste plaats vast dat de brief van 10 februari 2012, blijkens het verzendregister van de Raad, per aangetekende post aan appellant is verzonden. De brief is bij de Raad niet terug ontvangen en is daarna niet ook nog een keer per gewone post verzonden. De Raad stelt vervolgens vast dat appellant geen bewijsstukken heeft overgelegd waaruit de late ontvangst van de brief kan worden afgeleid. De Raad acht ook niet aannemelijk dat een aangetekend verzonden brief naar Marokko vier weken onderweg zou zijn. Nu ook overigens niet is gebleken van feiten of omstandigheden die leiden tot het oordeel dat appellant niet in verzuim is geweest, dient het verzet ongegrond te worden verklaard.

Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet ziet de Raad geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van D.W.M. Kaldenhoven als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 20 augustus 2012.

(getekend) T.G.M. Simons

(getekend) D.W.M. Kaldenhoven

KR