Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2012:BX5225

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
17-08-2012
Datum publicatie
22-08-2012
Zaaknummer
11-1856 WIA
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Intrekking Wet WIA-uitkering. Met de rechtbank wordt geoordeeld, dat de (bezwaar)arbeidsdeskundigen de geschiktheid van de voorgehouden functies voldoende hebben gemotiveerd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

11/1856 WIA

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Leeuwarden van 11 februari 2011, 10/922 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[Appellant] te [woonplaats] (appellant)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

Datum uitspraak 17 augustus 2012.

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. H.B.Th. Koekkoek hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 25 mei 2012. Voor appellant is verschenen mr. Koekkoek. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. E.D. Jong.

OVERWEGINGEN

1. Appellant heeft op 22 maart 2006 zijn werkzaamheden als productiemedewerker in verband met elleboog-, nek- en schouderklachten gestaakt. Na het doorlopen van de wettelijke wachtperiode is vastgesteld dat voor appellant op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) met ingang van 19 maart 2008 een recht is ontstaan op een WGA-uitkering naar de klasse 80 tot 100%. In het kader van een herbeoordeling heeft de verzekeringsarts appellant op 27 juli 2009 medisch onderzocht en de beperkingen van appellant vastgelegd in een Functionele Mogelijkheden Lijst. Aansluitend heeft de arbeidsdeskundige appellant na onderzoek ongeschikt geacht voor de maatgevende arbeid en geschikt voor een aantal geselecteerde functies, op grond waarvan de mate van arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedroeg. Bij besluit van 25 november 2009 heeft het Uwv de WIA-uitkering met ingang van 26 januari 2010 ingetrokken.

2. In bezwaar heeft appellant aangevoerd dat het Uwv zijn beperkingen heeft onderschat. Voorts is de geschiktheid van de voorgehouden functies bestreden. Na onderzoek door de bezwaarverzekeringsarts en bezwaararbeidsdeskundige is het bezwaar bij besluit van 8 april 2010 (bestreden besluit) ongegrond verklaard.

3. In beroep tegen het bestreden besluit heeft appellant de (medische) geschiktheid van de voorgehouden functies gemotiveerd bestreden.

4. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank voorop gesteld dat het beroep van appellant zich beperkt tot de arbeidskundige kant van de zaak. De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard. De rechtbank heeft ten aanzien van de geschiktheid van de geselecteerde functies, waarbij het gaat om de functie van wikkelaar met sbc-code 111220, de machinebediende met sbc-code 271093 en de productiemedewerker textiel met sbc-code 272043 overwogen dat de bezwaararbeidsdeskundige in de rapporten van 31 maart 2010 en 6 juli 2010, gelet op de bij de functies voorkomende signaleringen, afdoende heeft gemotiveerd op grond waarvan appellant in staat is geacht de hem voorgehouden functies te vervullen. Voorts volgt de rechtbank appellant niet in diens stelling dat de bezwaararbeidsdeskundige onvoldoende heeft toegelicht waarom de voorgehouden functies - gezien de in zijn totaliteit in die functies voorkomende belastende aspecten - toch als passend zijn aangemerkt.

5. In hoger beroep heeft appellant aangevoerd dat de rechtbank ten onrechte de arbeidsdeskundige grondslag van het bestreden besluit heeft onderschreven.

6.1. De Raad overweegt als volgt.

6.2. Met de rechtbank wordt geoordeeld, dat de (bezwaar)arbeidsdeskundigen op 23 november 2009, 31 maart 2010 en 6 juli 2010 de geschiktheid van de voorgehouden functies voldoende hebben gemotiveerd, waarbij ook specifiek is ingegaan op de door appellant geplaatste kanttekeningen, onder andere ten aanzien van de in de functies voorkomende nek- en schouderbelasting. De rechtbank heeft per functie en per belastend aspect aangegeven op grond waarvan is geoordeeld dat de functiebelasting valt binnen de door de verzekeringsarts vastgestelde belastbaarheid. Ten aanzien van de stelling van appellant dat bij de functie van vleeswarenmaker een werkplekonderzoek moet worden verricht naar de vraag of bij het boven schouderhoogte werken gebruik kan worden gemaakt van een krukje, omdat dit bij natte vloeren niet mogelijk lijkt, overweegt de Raad dat in deze enkele stelling van appellant geen reden wordt gezien om de onderbouwing van de bezwaararbeidsdeskundige, dat in de situatie dat bovenhands gewerkt moet worden, gebruik kan worden gemaakt van een krukje in de vorm van een driepoot, niet te volgen. Ook de stelling van appellant dat de voorgehouden functies niet geschikt zouden zijn vanwege een overschrijding op het aspect reiken en dat er onvoldoende gelegenheid voor vertreding zou bestaan wordt niet gevolgd, omdat appellant ook deze kritiekpunten niet nader heeft geconcretiseerd en de bezwaararbeidsdeskundige in de rapporten van 31 maart 2010 en 6 juli 2010 specifiek op die punten heeft gereageerd. Ook hetgeen overigens door appellant ter zake is aangevoerd is onvoldoende om te oordelen dat appellant niet in staat zou zijn de voorgehouden functies te vervullen.

7. De aangevallen uitspraak dient mitsdien te worden bevestigd.

8. Voor een proceskostenveroordeling als bedoeld in artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht ziet de Raad geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door J.W. Schuttel, in tegenwoordigheid van J.R. Baas als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 17 augustus 2012.

(getekend) J.W. Schuttel

(getekend) J.R. Baas

EV