Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2012:BX5223

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
22-08-2012
Datum publicatie
23-08-2012
Zaaknummer
11-2672 ZW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Beëindiging ZW-uitkering omdat betrokkene niet ongeschikt werd geacht voor zijn arbeid, zijnde één van de in het kader van de WIA-beoordeling geschikt geachte functies. De verzekeringsartsen hebben op verantwoorde wijze geconcludeerd dat betrokkene op de datum in geding niet buiten staat was zijn arbeid, als vorenbedoeld, te verrichten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

11/2672 ZW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht van 4 april 2011, 10/2874 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[Appellant] te [woonplaats] (appellant)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

Datum uitspraak 22 augustus 2012.

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. drs. A. Boumanjal, advocaat, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 1 augustus 2012. Partijen zijn met berichtgeving niet verschenen.

OVERWEGINGEN

1. Appellant, die in januari 2006 arbeidsongeschikt is geworden, is met ingang van 14 januari 2008, aansluitend aan de wachttijd van 104 weken, niet in aanmerking gebracht voor een uitkering ingevolge de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA). Hij werd destijds in staat geacht in passende functies een zodanig inkomen te verdienen dat hij voor minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht.

2. Appellant heeft zich laatstelijk op 29 januari 2010 vanuit een uitkeringssituatie ingevolge de Werkloosheidswet ziek gemeld.

3.1. Bij besluit van 9 juni 2010 heeft het Uwv vastgesteld dat appellant met ingang van 29 januari 2010 geen recht had op een uitkering op grond van de Ziektewet, omdat hij op en na deze datum niet ongeschikt werd geacht voor zijn arbeid, zijnde één van de in het kader van de WIA-beoordeling geschikt geachte functies.

3.2. Bij besluit van 28 juli 2010 (bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar van appellant tegen het besluit van 9 juni 2010 ongegrond verklaard.

4. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard en daarbij met name betekenis toegekend aan de door de (bezwaar)verzekeringsarts uitgebrachte rapporten.

5. Hetgeen appellant heeft aangevoerd is geen reden om van het oordeel van de rechtbank, neergelegd in de aangevallen uitspraak, af te wijken en de aan dat oordeel ten grondslag gelegde overwegingen niet te onderschrijven. De verzekeringsarts en bezwaarverzekeringsarts hebben appellant op het spreekuur gezien en mede na kennisneming van informatie van de behandeld sector, op verantwoorde wijze geconcludeerd dat appellant op de datum in geding niet buiten staat was zijn arbeid, als vorenbedoeld, te verrichten. Appellant heeft in hoger beroep zijn standpunt over de ernst van zijn psychische klachten herhaald maar geen medische gegevens ingebracht die reden vormen om de conclusie van de (bezwaar)verzekeringsarts in twijfel te trekken.

6. Uit hetgeen is overwogen onder 5 volgt dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.

7. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door Ch. van Voorst, in tegenwoordigheid van I.J. Penning als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 22 augustus 2012.

(getekend) Ch. van Voorst

(getekend) I.J. Penning

KR