Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2012:BX4968

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
20-08-2012
Datum publicatie
21-08-2012
Zaaknummer
11-6307 WAO-V
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Verzet
Inhoudsindicatie

Verzet ongegrond. Het griffierecht is niet binnen de gestelde termijn betaald. Appellant heeft in verzet geen feiten of omstandigheden aangevoerd die leiden tot het oordeel dat appellant niet in verzuim is geweest.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

11/6307 WAO-V

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 27 september 2011, 11/1917 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant] te [woonplaats], Marokko (appellant)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

Datum uitspraak: 20 augustus 2012

PROCESVERLOOP

Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet van 3 februari 2012 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.

Tegen de uitspraak van de Raad van 3 februari 2012 heeft appellant verzet gedaan.

Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 2 augustus 2012, waar partijen - het Uwv met voorafgaand bericht - niet zijn verschenen.

OVERWEGINGEN

De uitspraak van de Raad van 3 februari 2012 berust op de overwegingen dat het verschuldigde griffierecht niet binnen de bij - aangetekend verzonden - brief van 2 december 2011 gestelde termijn van vier weken is bijgeschreven op de rekening van de Raad dan wel ter griffie is gestort, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.

In het verzetschrift heeft appellant aangegeven dat hij bereid is het griffierecht te betalen. Het griffierecht is vervolgens op 7 maart 2012 op de rekening van de Raad bijgeschreven. Daarmee staat vast dat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn, die eindigde op 30 december 2011, is betaald.

De Raad stelt vast dat appellant in verzet geen feiten of omstandigheden heeft aangevoerd die leiden tot het oordeel dat appellant niet in verzuim is geweest.

Dit betekent dat het verzet ongegrond dient te worden verklaard.

Het bedrag van het te laat betaalde griffierecht (€ 112,-) zal door de griffier van de Raad aan appellant worden terugbetaald.

Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet ziet de Raad geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van D.W.M. Kaldenhoven als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 20 augustus 2012.

(getekend) T.G.M. Simons

(getekend) D.W.M. Kaldenhoven

NW

BESCHEID

Der Centrale Raad van Beroep,

Entscheidet:

Erklärt den Widerspruch unbegründet.

Dieses Urteil wurde gesprochen von T.G.M. Simons, in Anwesenheit von D.W.M. Kaldenhoven als Protokollführer. Die Entscheidung wurde in der Öffentlichtkeit am 20 August 2012 verkündet.