Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2012:BX4926

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
01-08-2012
Datum publicatie
17-08-2012
Zaaknummer
11-4826 AWBZ
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Zorg en Zekerheid heeft de pgb’s over 2005 en 2006 opnieuw toegekend, vastgesteld en gedeeltelijk teruggevorderd. Appellanten hebben naar voren gebracht dat de over de periode 1 januari 2005 tot 31 december 2006 terug te vorderen pgb’s, ten onrechte niet zijn verrekend met de niet gerealiseerde aanspraken op AWBZ-zorg over de jaren vanaf 2010.

Raad: In hoger beroep dient dus de vraag te worden beantwoord of Zorg en Zekerheid de terug te vorderen bedragen aan pgb over de jaren 2005 en 2006 ten onrechte niet heeft verrekend met de niet gerealiseerde AWBZ-aanspraken van appellanten over de jaren 2010 en later. Evenals Zorg en Zekerheid ziet de Raad voor een dergelijke verrekening geen wettelijke grondslag. Paragraaf 2.6 van de Regeling Subsidies AWBZ (Regeling) noch afdeling 4.2.7 van de Awb of een andere wettelijke regeling biedt mogelijkheden voor verrekening van bedragen aan terug te vorderen pgb met niet gerealiseerde AWBZ-aanspraken. Aangevallen uitspraak bevestigd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AB 2012/347

Uitspraak

11/4826 AWBZ, 11/4827 AWBZ, 11/4828 AWBZ, 11/4829 AWBZ

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Haarlem van 5 augustus 2011, 11/1191 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[Appellant 1], [appellant 2], [appellant 3] en [appellant 4] te [woonplaats] (appellanten)

OWM Zorgverzekeraar Zorg en Zekerheid U.A. (Zorg en Zekerheid)

Datum uitspraak 1 augustus 2012.

PROCESVERLOOP

Namens appellanten heeft mr. dr. M.F. Vermaat hoger beroep ingesteld.

Zorg en Zekerheid heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 20 juni 2012. Appellanten hebben zich laten vertegenwoordigen door mr. dr. Vermaat. Zorg en Zekerheid heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. E.C.L. Noorman.

OVERWEGINGEN

1.1. De Raad gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden.

1.2. Bij besluiten van 15 mei 2008, 29 mei 2008, 19 augustus 2008 en 21 augustus 2008 heeft Zorg en Zekerheid op grond van het bepaalde bij en krachtens de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) en artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) - voor zover van belang - het over de jaren 2005 en 2006 aan appellanten toegekende persoonsgebonden budget (pgb) vastgesteld en gedeeltelijk teruggevorderd. Verder heeft Zorg en Zekerheid geweigerd appellanten over de jaren 2007 en 2008 een pgb toe te kennen.

1.3. Bij besluit van 11 februari 2010 heeft Zorg en Zekerheid de bezwaren van appellanten tegen onder 1.2 genoemde besluiten gedeeltelijk gegrond verklaard. Vervolgens heeft Zorg en Zekerheid bij besluiten van 18 en 21 maart 2011 de pgb’s over 2005 en 2006 opnieuw toegekend, vastgesteld en gedeeltelijk teruggevorderd.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellanten tegen het besluit van 11 februari 2011, zoals dat is gewijzigd met de besluiten van 18 en 21 maart 2011, gegrond verklaard en de rechtsgevolgen van deze besluiten in stand gelaten.

3. Appellanten hebben zich in hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak gekeerd waarbij als enige beroepsgrond naar voren is gebracht dat de over de periode 1 januari 2005 tot 31 december 2006 terug te vorderen pgb’s, ten onrechte niet zijn verrekend met de niet gerealiseerde aanspraken op AWBZ-zorg over de jaren vanaf 2010.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1. In hoger beroep dient dus de vraag te worden beantwoord of Zorg en Zekerheid de terug te vorderen bedragen aan pgb over de jaren 2005 en 2006 ten onrechte niet heeft verrekend met de niet gerealiseerde AWBZ-aanspraken van appellanten over de jaren 2010 en later. Evenals Zorg en Zekerheid ziet de Raad voor een dergelijke verrekening geen wettelijke grondslag. Paragraaf 2.6 van de Regeling Subsidies AWBZ (Regeling) noch afdeling 4.2.7 van de Awb of een andere wettelijke regeling biedt mogelijkheden voor verrekening van bedragen aan terug te vorderen pgb met niet gerealiseerde AWBZ-aanspraken.

4.2. Uit het voorgaande volgt dat de aangevoerde beroepsgrond niet slaagt. Dat houdt in dat de aangevallen uitspraak - met aanvulling van gronden - dient te worden bevestigd.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door H.J. de Mooij als voorzitter en A.J. Schaap en C.J. Borman in tegenwoordigheid van P.J.M. Crombach als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 1 augustus 2012.

(getekend) H.J. de Mooij

(getekend) P.J.M. Crombach

HD