Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2012:BX4918

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
17-08-2012
Datum publicatie
20-08-2012
Zaaknummer
12-722 WAJONG
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Afwijzing van het verzoek van appellant om arbeids- en inkomensondersteuning op grond van de Wet Wajong, omdat geen sprake is van verminderde benutbare mogelijkheden als rechtstreeks gevolg van ziekte of gebrek. De rechtbank is met juistheid tot het oordeel gekomen dat de door appellant in beroep ingediende gronden niet tot het oordeel kunnen leiden dat het Uwv het bestreden besluit niet heeft kunnen baseren op het rapport van de bezwaarverzekeringsarts. De rechtbank heeft de gronden van beroep op juiste wijze besproken en beoordeeld. De gronden van hoger beroep leiden niet tot een ander oordeel. Met juistheid is de rechtbank voorts tot het oordeel gekomen dat nu appellant bij zijn aanvraag ouder is dan 18 jaar en hij op de datum waarop de arbeids- en inkomensondersteuning kan ingaan niet arbeidsongeschikt is geen recht op ondersteuning bestaat. Terecht is de rechtbank tot het oordeel gekomen dat in zo’n situatie het niet is vereist om tevens of eerst te beoordelen of appellant op zijn 18e verjaardag als jonggehandicapte dient te worden aangemerkt.

Wetsverwijzingen
Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten 2:15, geldigheid: 2012-08-17
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
USZ 2012/275

Uitspraak

12/722 WAJONG

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Breda van 27 december 2011, 11/3004 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[Appellant] te [woonplaats] (appellant)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

Datum uitspraak 17 augustus 2012.

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. I.M. van den Heuvel, advocaat, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 8 juni 2012. Namens appellant is mr. Van den Heuvel verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. W.B.F. Oosterbos.

De enkelvoudige kamer van de Raad heeft de zaak verwezen naar de meervoudige kamer van de Raad.

Appellant en het Uwv hebben nadere stukken ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 6 juli 2012. Appellant heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. Van den Heuvel en het Uwv door mr. Oosterbos.

OVERWEGINGEN

1. Het in dit geding aan de orde zijnde geschil wordt beoordeeld aan de hand van de bepalingen van de op 1 januari 2010 in werking getreden Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten (Wet Wajong).

2. Bij besluit van 25 mei 2011 (bestreden besluit) heeft het Uwv, beslissend op bezwaar, zijn besluit gehandhaafd tot afwijzing van het verzoek van appellant om arbeids- en inkomensondersteuning op grond van de Wet Wajong, omdat geen sprake is van verminderde benutbare mogelijkheden als rechtstreeks gevolg van ziekte of gebrek. Het Uwv heeft het bestreden besluit doen steunen op een rapport van de bezwaarverzekeringsarts. In dit rapport heeft de bezwaarverzekeringsarts vermeld dat bij appellant noch ten tijde van zijn 18e verjaardag, noch ten tijde van de aanvraag beperkingen op grond van ziekte of gebrek zijn te duiden.

3.1. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Hiertoe heeft de rechtbank overwogen dat uit het aan het bestreden besluit ten grondslag liggende rapport van de bezwaarverzekeringsarts volgt dat de bezwaarverzekeringsarts heeft bezien of appellant op 18-jarige leeftijd beperkingen had als gevolg van ziekte of gebrek en of daarvan ten tijde van de aanvraag nog sprake van was. De bezwaarverzekeringsarts heeft in zijn rapport vermeld welk onderzoek hij heeft verricht, welke informatie van medische aard hij voorhanden had en uiteengezet waarom hij tot de conclusie is gekomen als vermeld in 2. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de bezwaarverzekeringsarts een deugdelijk rapport opgesteld en leiden de gronden van beroep niet tot het oordeel dat het Uwv het bestreden besluit niet op dat rapport heeft kunnen baseren.

3.2. De rechtbank heeft voorts overwogen dat, nu het Uwv zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat bij appellant ten tijde van de aanvraag geen beperkingen als gevolg van ziekte of gebrek bestonden, uit artikel 2.15, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wet Wajong voortvloeit dat van een recht op toekenning van arbeids- en inkomensondersteuning geen sprake kan zijn.

4. Appellant heeft in hoger beroep zijn gronden van beroep herhaald. Hij heeft gesteld dat er onvoldoende beperkingen zijn vastgesteld. Appellant heeft aangevoerd dat hij een depressie heeft en dat hij voor deze depressie wordt behandeld. Appellant heeft gesteld dat de bezwaarverzekeringsarts niet deskundig is op dit gebied en dat hij onvoldoende gewicht heeft toegekend aan zijn klachten. Ter ondersteuning van zijn standpunt heeft appellant onder andere twee rapporten met dezelfde datum, 1 december 2011, van psychiater C. Vanderhenst, en een door appellant ingevulde vragenlijst in verband met het zorgprogramma Klachtgerichte behandelingen overgelegd. Voorts heeft appellant gesteld dat de bezwaarverzekeringsarts vooringenomen was.

5.1. De Raad overweegt als volgt.

5.2.1. De rechtbank is met juistheid tot het oordeel gekomen dat de door appellant in beroep ingediende gronden niet tot het oordeel kunnen leiden dat het Uwv het bestreden besluit niet heeft kunnen baseren op het rapport van de bezwaarverzekeringsarts. De rechtbank heeft de gronden van beroep op juiste wijze besproken en beoordeeld. De gronden van hoger beroep leiden niet tot een ander oordeel.

5.2.2. De grond van appellant dat een bezwaarverzekeringsarts niet in staat is beperkingen vast te stellen op psychisch gebied miskent de opleiding van de bezwaarverzekeringsarts en de in het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten aan hem opgedragen taak. Deze grond treft dan ook geen doel.

5.2.3. De grond van appellant dat de bezwaarverzekeringsarts vooringenomen was treft geen doel, reeds omdat deze grond niet is onderbouwd.

5.2.4. De door appellant ter onderbouwing van zijn stellingen ingebrachte rapporten van de psychiater Vanderhenst leiden niet tot twijfel aan de deugdelijkheid van het rapport van de bezwaarverzekeringsarts, reeds omdat beide rapporten van 1 december 2011 - zelfs wat betreft de diagnose - relevante verschillen bevatten en van de zijde van appellant ter zitting hiervoor geen verklaring is gegeven.

5.3. Met juistheid is de rechtbank voorts tot het oordeel gekomen dat nu appellant bij zijn aanvraag ouder is dan 18 jaar en hij op de datum waarop de arbeids- en inkomensondersteuning kan ingaan niet arbeidsongeschikt is, uit artikel 2:15, eerste lid, aanhef en onderdeel a van de Wet Wajong voortvloeit dat geen recht op ondersteuning vorenbedoeld bestaat. Terecht is de rechtbank tot het oordeel gekomen dat in zo’n situatie het niet is vereist om tevens of eerst te beoordelen of appellant op zijn 18e verjaardag als jonggehandicapte dient te worden aangemerkt.

5.4. Uit hetgeen is overwogen in 5.1 tot en met 5.3 volgt dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.

6. Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door T. Hoogenboom als voorzitter en J. Brand en I.M.J. Hilhorst-Hagen als leden, in tegenwoordigheid van G.J. van Gendt als griffier.

De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 17 augustus 2012.

(getekend) T. Hoogenboom

(getekend) G.J. van Gendt

EV