Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2012:BX4247

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
03-08-2012
Datum publicatie
10-08-2012
Zaaknummer
10-6793 ANW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Op grond van artikel 36 ANW en de artikelen 8 in verbinding met 2 van de Controlevoorschriften ANW was appellant bevoegd tot het verrichten van onderzoek met betrekking tot de rechtmatigheid van de aan betrokkene toegekende nabestaandenuitkering. De Raad heeft geconstateerd dat in het bestreden besluit bij de opsomming van de wetsartikelen waarop dit besluit berust artikel 36 van de ANW en de daarop berustende controlevoorschriften zijn vermeld. De motivering van het bestreden besluit wekt echter de indruk dat appellant zijn onderzoeksbevoegdheid heeft gebaseerd op artikel 35 van de ANW. Gelet hierop had de rechtbank het bestreden besluit niet mogen vernietigen maar met toepassing van artikel 8:51 van de Awb appellant in de gelegenheid behoren te stellen de motivering van het bestreden besluit aan te passen, waarna eventueel toepassing had kunnen worden gegeven aan artikel 6:22 van de Awb. Gelet op het belang van finale geschilbeslechting zal de Raad de zaak zelf afdoen. Vernietiging aangevallen uitspraak. Beroep tegen het bestreden besluit is ongegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

10/6793 ANW

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 4 november 2010, 10/624 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (appellant)

[Betrokkene] te [woonplaats], België (betrokkene)

Datum uitspraak 3 augustus 2012.

PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

Namens betrokkene heeft mr. D. Gürses, advocaat, een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 22 juni 2012. Appellant heeft zich daarbij laten vertegenwoordigen door mr. P.C.J. van de Nes, mr. G.A. van Egdom en mr. M.M. van Zeben. Voor betrokkene is mr. Gürses verschenen.

OVERWEGINGEN

1. Bij beslissing op bezwaar van 8 januari 2010 (bestreden besluit) heeft appellant gehandhaafd zijn besluit van 1 juli 2009 waarbij met ingang van juli 2009 de betaling van de aan betrokkene toegekende nabestaandenuitkering ingevolge de Algemene nabestaandenwet (ANW) is geschorst.

2. De rechtbank heeft het beroep gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd wegens strijd met artikel 7:12, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en appellant opgedragen een nieuw besluit op bezwaar te nemen met inachtneming van hetgeen in haar uitspraak is overwogen ten aanzien van de aan het bestreden besluit ten grondslag gelegde bevoegdheidsgrondslag.

3. In hoger beroep heeft appellant het oordeel van de rechtbank omtrent de motivering van de bevoegdheid tot het verrichten van onderzoek naar de rechtmatigheid van de verstrekte uitkering bestreden. Daarbij heeft appellant erop gewezen dat in het bestreden besluit voor de bevoegdheidsgrondslag - mede - is verwezen naar de daartoe relevante artikelen in de toepasselijke regelgeving.

4. De Raad oordeelt als volgt.

4.1. Uit de gedingstukken is gebleken dat de grieven van betrokkene in beroep voornamelijk betrekking hadden op de motivering van de bevoegdheid van appellant om op zijn verzoek een medewerker van het Bureau Attaché Sociale Zaken van de Nederlandse Ambassade te Ankara onderzoek te laten doen naar de rechtmatigheid van de aan betrokkene verstrekte nabestaandenuitkering.

4.2. Op grond van artikel 36 ANW en de artikelen 8 in verbinding met 2 van de Controlevoorschriften ANW was appellant bevoegd tot het verrichten van onderzoek met betrekking tot de rechtmatigheid van de aan betrokkene toegekende nabestaandenuitkering.

4.3. De Raad heeft geconstateerd dat in het bestreden besluit bij de opsomming van de wetsartikelen waarop dit besluit berust artikel 36 van de ANW en de daarop berustende controlevoorschriften zijn vermeld. De motivering van het bestreden besluit wekt echter de indruk dat appellant zijn onderzoeksbevoegdheid heeft gebaseerd op artikel 35 van de ANW. Gelet hierop had de rechtbank het bestreden besluit niet mogen vernietigen, maar - mede in aanmerking genomen hetgeen zij overigens ten aanzien van de wijze van totstandkoming en de inhoud van het bestreden besluit heeft overwogen - met toepassing van artikel 8:51 van de Awb appellant in de gelegenheid behoren te stellen de motivering van het bestreden besluit aan te passen, waarna eventueel toepassing had kunnen worden gegeven aan artikel 6:22 van de Awb.

4.4. Ter zitting van de Raad is door de gemachtigde van appellant nog eens uiteengezet op grond van welk wettelijk kader het onderzoek naar de rechtmatigheid van de nabestaandenuitkering van betrokkene, die na het overlijden van de haar echtgenoot [in]1990 en - na een scheiding [in]1994 - opnieuw [in] 2005 is gehuwd met een broer van haar voormalige echtgenoot, namens appellant kon worden verricht. Deze opvatting van appellant wordt onderschreven. Ter zake wordt verwezen naar de vaste rechtspraak van de Raad, zoals deze naar voren komt uit onder meer zijn uitspraak van 22 september 2010, LJN BN8031. De rechtbank heeft het bestreden besluit dus ten onrechte vernietigd. Appellant heeft afdoende gemotiveerd dat hij bevoegd was de onderhavige controle in Turkije te laten uitvoeren door (een medewerker van) het in 4.1 vermelde Bureau.

4.5. Gelet op het belang van finale geschilbeslechting zal de Raad de zaak zelf afdoen. De Raad zal de aangevallen uitspraak vernietigen en het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaren.

5. Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep

- vernietigt de aangevallen uitspraak

-verklaart het beroep tegen het besluit van 8 januari 2010 ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door C.W.J. Schoor als voorzitter en I.M.J. Hilhorst-Hagen en M.S.E. Wulffraat-Van Dijk als leden, in tegenwoordigheid van K.E. Haan als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 3 augustus 2012.

(getekend) C.W.J. Schoor

(getekend) K.E. Haan

JL